Klinisch Verloskundige (masteropleiding)

Bent u geïnteresserd aan

Masteropleiding Klinisch Verloskundige (MAMP) Rotterdam

Klinisch verloskundigen gaan een zeer belangrijke rol spelen binnen de tweede- en derdelijns verloskunde. Daarvoor is een hoog competentieniveau nodig. De Hogeschool Rotterdam, het Erasmus MC en de Stichting Rotterdamse Opleiding tot Verloskundige ontwikkelen samen een nieuwe HBO-Masteropleiding Klinisch Verloskundige. De opleiding gaat in 2005 van start. Accreditatie door de Nederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie wordt medio juli 2004 verwacht, waarna het hbo-masterdiploma recht geeft op de internationaal erkende titel Master Advanced Midwifery Practice (MAMP).

De nieuwe Rotterdamse opleiding is gebaseerd op de visie dat een klinisch verloskundige in de eerste plaats specialist is in de fysiologie van zwangerschap, bevalling en kraambed in het tweede en derde echelon van de verloskunde. Dit is haar belangrijkste rol. Ze vervult een brugfunctie in het grensgebied van de fysiologie en pathologie en integreert de visies van de eerstelijns verloskundige en de gynaecoloog tot één visie. Daarnaast vervult zij/hij een spilfunctie binnen een multidisciplinair team, neemt bepaalde medische taken en handelingen over en heeft naast de gynaecoloog een afgebakend eigen takenpakket. Klinisch verloskundigen zijn gericht op het oplossen van complexe verloskundige problematiek. Ze bevorderen de kwaliteit en continuïteit van de verloskundige zorg in algemene ziekenhuizen en universitaire medische centra.

De opleiding is een duale opleiding (leren/werken) van twee jaar met een totale studielast van 1820 uur, verdeeld over theoretische verdieping en praktijkopdrachten. Dit houdt in dat studenten circa 20 uur per week besteden aan de studie. Eén dag per week is er een onderwijsprogramma, de resterende tijd is bestemd voor zelfstudie en praktijkopdrachten. De opleiding wordt ingericht volgens de principes van competentiegericht en flexibel leren. Theoretische en praktische onderdelen worden met elkaar gecombineerd. Het leren vindt voor een groot deel plaats onder begeleiding van opleiders op de werkvloer.

Het opleidingsprofiel is gebaseerd op zeven beroepsrollen van de klinisch verloskundige:
- specialist in de fysiologie van zwangerschap, bevalling en kraambed in het ziekenhuis.
- regisseur op de verloskamers, bij de selectie en classificatie van de cliënten, bij prioritering van de zorgverlening (triage), en bij de totale zorg voor de individuele cliënt binnen de obstetrische zorgketen (casemanagement).
- begeleider van cliënten met zwangerschapsproblematiek, gericht op psychosociale aspecten en transities in het ziekte- en zorgverloop.
- medebehandelaar bij taken die aan de klinisch verloskundige gedelegeerd worden door een gynaecoloog (taaksubstitutie).
- adviseur die zelf verworven kennis met anderen deelt, een brugfunctie vervult tussen wetenschap en praktijk, en deskundigheidsbevordering construeren en uitvoert.
- onderzoeker die resultaten van wetenschappelijk onderzoek kan beoordelen en toepassen in de praktijk (evidence based practice). De klinisch verloskundige kan zelfstandig praktijkgericht onderzoek verrichten en veranderingsprocessen aansturen.
- professional die zorg draagt voor haar eigen deskundigheid, prioriteiten stelt en teamspeler is met eigen verantwoordelijkheden.

De beroepsrollen zijn vertaald naar 12 thema's: Zelfsturend leren, Waarborgen fysiologische benadering, Leiding geven aan de verloskundige zorg, Prioritering urgentie behandeling en zorg, Casemanagement, Begeleiding van cliënten in complexe situaties, Diagnostiek, Behandeling, Scholing en advisering, Zorgonderzoek, Masterthese, en Beroepsontwikkeling.

Toelatingseisen zijn een afgeronde opleiding tot en registratie als verloskundige, conform de wet BIG, minimaal een jaar relevante praktijkervaring, beschikking over een aanstelling van minimaal 0,6 fte als klinisch verloskundige-in-opleiding in een ziekenhuis met een eigen opleider (de leermeester), en beheersing van de Nederlandse en Engelse taal.