De nierdonatie operatie
De operatie
Voor de operatie
De dag van de operatie bent u vanaf 0:00 uur nuchter, u mag niet eten, drinken en roken. Voorgeschreven medicatie door de zaalarts/anesthesist mag u in overleg innemen met een slokje water. Voor de operatie plaats vindt, krijgt u op de unit een operatiejasje en kousen aan.
U moet uw bril afzetten, contactlenzen, kunstgebit en gehoorapparaatjes, of ander soort protheses uitdoen. U mag geen make-up, nagellak en sieraden dragen.
Uw ontvanger mag met de afdelingsverpleegkundigen meelopen wanneer u in uw bed naar de operatiekamer wordt gebracht. Aangekomen op de operatie afdeling, dient u afscheid te nemen van uw familie. De operatieassistenten brengen u nu naar de operatiekamer, waar u onder algehele narcose gebracht wordt.
Belangrijk is dat uw familie het telefoonnummer doorgeeft aan de afdelingsverpleegkundige waarop zij bereikbaar zijn (mobiel nummer of telefoonnummer van de logeerkamer). De chirurg neemt na de operatie contact op met uw partner of naaste familie om te vertellen hoe de operatie verlopen is.
Op afdeling 9-Zuid worden uw kledingstukken, schoenen, tas en toiletspullen bewaard in een kast die op slot kan. Neem zo min mogelijk mee naar het ziekenhuis, met name waardevolle spullen kunt u het beste thuislaten. Zodra u weer terug bent op 9-Zuid worden uw spullen uit de kast gehaald en kunt u ze op uw kamer bewaren. Zorg ervoor dat er geen spullen onbewaakt rondslingeren. Helaas komt diefstal ook in het ziekenhuis voor.
De nierdonatie
De operatie wordt uitgevoerd door een van de niertransplantatie chirurgen. Met één van hen heeft u voor de operatie reeds kennis gemaakt. De nierdonatie duurt gemiddeld drie tot vier uur. Na de nierdonatie verblijft u nog ongeveer twee uur op de uitslaapkamer.
De operatie vindt door middel van een kijkoperatie plaats. U wordt op uw zij op de operatietafel gelegd.
Door intrumenten in uw buik te plaatsen wordt uw nier verwijderd, de nier wordt uiteindelijk verwijderd door een snee van ongeveer 8 tot 10 cm.
Na de operatie
Na de operatie blijft u een aantal uur op de uitslaapkamer. Als u goed wakker bent, wordt u opgehaald door een verpleegkundige en naar unit 9 Zuid gebracht. U heeft tijdens de operatie een blaascatheter gekregen waardoor de urine afloopt. Deze wordt de volgende ochtend verwijderd.
U heeft een infuus en een morfine pomp (PCA-pomp). Met behulp van deze pomp kan u zelf regelen hoeveel pijnmedicatie u nodig heeft. Deze pomp wordt u uitgelegd. Zodra u voldoende eet, drinkt en minder pijn heeft worden deze verwijderd.
Mogelijke complicaties na de transplantatie
Aan een nierdonatie zijn risico’s verbonden, zoals aan elke operatie, maar gelukkig zijn de kans op complicaties klein anders zouden we geen gebruik maken van levende donoren. Een bloeding kan het gevolg zijn en soms moet tijdens de kijkoperatie worden besloten om toch over te gaan op een open operatie en krijgt u een groter litteken. Na de operatie kunnen er chirurgisch technische problemen ontstaan. Er bestaat onder meer kans op nabloeding, of een wondinfectie. De afgelopen jaren zijn er veel ontwikkelingen geweest in chirurgische technieken, waardoor de resultaten van levende donatie sterk zijn verbeterd.
De artsen proberen de kans op complicaties zoveel mogelijk te beperken.
De dagen na de operatie
Na de operatie begint uw herstelperiode. De eerste dag voelt u zich waarschijnlijk niet lekker, u kunt zich wat misselijk voelen. Op de transplantatie-unit staat u onder de medische behandeling van de chirurg, de zaalarts (chirurg) loopt elke ochtend visite en houdt u op de hoogte van uw herstel, bloeduitslagen en de wondgenezing. Het operatieverband wordt de volgende dag verwijderd. De dagen dat u opgenomen ligt zal een transplantatie coördinator u bezoeken. Bij vragen over eventuele hulp thuis of kosten die u heeft gemaakt kunt u terecht bij het medisch maatschappelijk werk.
De dag na donatie zijn sommige donoren al in staat om hun ontvanger op te gaan zoeken.
De transplantatie-unit behoort tot het specialisme Algemene Heelkunde, hier liggen donoren en niertransplantatiepatiënten die net zijn geopereerd. Deze verpleegafdeling bestaat uit twee- en vierpersoonskamers. De bezoektijden zijn van 11.00-12.30 uur en van 15.00-19.30 uur.
Het telefoonnummer van de transplantatie-unit, 9-Zuid, is (010) 703 32 96.
Ontslag
Over het algemeen voelen donoren zich na een dag of drie weer fit genoeg om naar huis te gaan. Indien het eten, drinken en urineren goed gaat en de bloedwaarden goed zijn mag u met ontslag.
De zaalarts beslist wanneer u met ontslag gaat. De opname duurt ongeveer vier tot vijf dagen. Bij het ontslag krijgt u een afspraak mee voor de polikliniek Heelkunde (maand na donatie) en een afspraak voor de polikliniek Nefrologie bij de Nurse practitioner (3 maanden na donatie).
Indien u nog extra hulp nodig heeft met uw dagelijkse verzorging kan de wijkverpleegkundige en ook de thuiszorg worden ingeschakeld. Voor huishoudelijke hulp dient u van te voren bij uw gemeente te informeren voor de mogelijkheden die zij u kunnen bieden.
Na de ingreep mag u weer uw normale bezigheden oppakken. U kunt gewoon douchen. Indien de wonden nog wat viezigheid afscheiden is het goed om dagelijks even de douchekop op de wondjes te zetten om het mooi schoon te spoelen.
Thuis zal er veel op u afkomen, u bent nog vermoeid en soms is het lastig omdat uw ontvanger nog in het ziekenhuis verblijft en het moeite kost indien u de ontvanger wilt zien.
Wanneer u thuis de volgende klachten heeft kunt u contact opnemen met uw huisarts/of de nurse practitioner:
- plotseling optredende wondlekkage
- toenemende roodheid en zwelling van de wond
- bij aanhoudende pijn
- bij koorts
(terug)