Koffie drinken zit in je genen
Hoeveel koffie je kunt drinken hangt af van de mate waarin je lever de cafeïne kan verwerken. Dit afbreekproces wordt door je genen bepaald, zo blijkt uit een grootschalige internationale studie onder leiding van het Erasmus MC.
Genetisch
Ook de verslaving aan koffie blijkt een genetische oorzaak te hebben. De resultaten uit het onderzoek geven niet alleen inzicht in het verschil in koffieconsumptie tussen mensen. Genen die bepalen of je veel koffie drinkt, blijken ook van invloed op Parkinson en hoge bloeddruk. Het onderzoek staat gepubliceerd in Molecular Psychiatry.
Ontwenningsverschijnselen
Koffiedrinkers verlangen naar koffie en hebben ontwenningsverschijnselen bij onthouding, zoals hoofdpijn. Daarmee staat koffieverslaving model voor ernstige verslavingen.
Verslavingen
De onderzoekers zochten naar erfelijke variaties die van invloed zijn op het koffiedrinken. Zij vonden dat met name variaties in het CYPIA1 gen bepalen in hoeverre de lever met de omzetting van cafeïne kan omgaan. Daarnaast vonden zij dat de consumptie van koffie bepaald wordt door het NRCAM gen, een gen waarvan bekend is dat deze ook een rol speelt in andere verslavingen, zoals aan morfine, amfetamine en cocaïne.
Verwerking
Dit nieuwe onderzoek toont aan dat de genen die betrokken zijn bij de verwerking van de koffie ook te maken hebben met het ontstaan van de ziekte van Parkinson. Professor Cornelia van Duijn, hoofdonderzoekster en genetisch epidemioloog aan het Erasmus MC: “Patiënten met de ziekte van Parkinson blijken minder koffie te drinken. Een belangrijke vraag is of koffie drinken daadwerkelijk beschermt tegen de ziekte van Parkinson of dat de genen die bepalen dat je niet veel koffie inneemt ook toevallig de genen zijn die een rol spelen bij de ziekte van Parkinson. Dit vraagt om nader onderzoek.”
Lees ook het persbericht
gepubliceerd: 5 september 2011