Stralingshygiëne
Stralingsbeschermingsmaatregelen
Bij het Erasmus MC worden werknemers die handelingen met stralingsbronnen verrichten ingedeeld als "blootgestelde werknemer". Zij zijn daardoor verplicht een stralingshygiënische opleiding te hebben gevolgd voordat met de handelingen wordt begonnen. Een goede voorlichting en instructie zorgt ervoor dat medewerkers op de hoogte zijn van de risico's van ioniserende straling en dat zij weten welke stralingsbeschermingsmaatregelen kunnen worden toegepast. De belangrijkste middelen om een stralingsdosis te beperken zijn: afscherming, afstand, blootstellingstijd en hygiëne.
Afscherming
Ioniserende straling kan met behulp van afschermende materialen worden
verminderd. Het bekendste afschermingsmateriaal voor gamma- en
röntgenstraling is lood. Lood is echter niet het enige materiaal dat
geschikt is om gammastraling te verminderen. Als het om hele sterke
stralingsbronnen gaat, zoals bijvoorbeeld deeltjesversnellers, wordt ook
beton (enkele tientallen centimeters) afschermingsmateriaal gebruikt.
Andere stralingssoorten zoals alfa- en betastraling zijn veel eenvoudiger
tegen te houden. Alfa-straling is niet eens in staat door een stuk
papier heen te dringen. En voor beta-straling volstaat 1,5 cm perspex om
alle straling tegen te houden.
Als het om praktische redenen niet mogelijk is om stralingsbron af te schermen, bijvoorbeeld omdat de aanwezigheid van personeel bij een patiëntenonderzoek noodzakelijk is, kan het personeel zich tegen de straling beschermen door een loodschort te dragen. Soms is het ook nodig delen van het lichaam van de patiënt af te schermen tijdens onderzoek of behandeling.
Afstand
De stralingsdosis kan ook worden beperkt door een zo groot mogelijke
afstand tot de stralingsbron te bewaren. De stralingsdosis per tijdseenheid
zal op grotere afstand kleiner zijn dan dicht bij de bron. Dit kan worden
vergeleken met geluid. Dicht bij de geluidsbron is het geluidsniveau hoger
dan verder van de bron af. Bij medisch onderzoek en bij behandeling van een
patiënt zal het personeel, indien mogelijk, de ruimte verlaten om de
afstand tot de stralingsbron te vergroten. Een bijkomend voordeel is dat de
extra afscherming van de muren meehelpt om het stralingsniveau te
verminderen. Bij het hanteren van radioactieve stoffen (ingekapseld of
open) kan het best gebruik worden gemaakt van hulpgereedschappen om de
afstand te vergroten. Pincetten worden gebruikt om de afstand tot het
lichaam te vergroten. Met name bij het hanteren van zeer sterke bronnen is
het belangrijk voldoende afstand te houden.
Tijdsduur
Een korte blootstelling aan een stralingsbron veroorzaakt een lagere
stralingsdosis dan een langere blootstelling. Bij het werken met
stralingsbronnen is het belangrijk dat de handelingen snel, maar niet
gehaast, worden uitgevoerd. Bij inwendige bestraling met een ingekapselde
bron stopt de bestraling door de bron uit het lichaam te verwijderen.
Wanneer gebruik is gemaakt van een open radioactieve stof bij diagnostiek
of therapie kan de stof in de regel slechts op natuurlijke wijze het
lichaam verlaten. Met name bij diagnostiek met open radioactieve stoffen
kiest men daarom voor radioactieve stoffen met een korte halveringstijd en
stoffen die door hun farmacologische eigenschappen het lichaam weer snel
verlaten.
Maatregelen tegen inwendige besmetting
Bij het werken met open radioactieve stoffen kan onbedoeld een deel
van deze stoffen in het lichaam terecht komen (dit noemen we inwendige
besmetting). De inwendige besmetting kan een gevolg zijn van opname via de
mond, de huid (bijvoorbeeld door wondjes) of door het inademen van
radioactieve stoffen in de lucht. Besmetting via de mond vindt plaats
doordat, onder andere door eten of drinken, radioactief besmette handen in
de buurt van de mond komen. De besmetting van de handen kan optreden als
deze met de radioactieve stof in aanraking komen. Door tijdens de
handelingen op juiste wijze handschoenen te dragen beperkt men de kans op
deze besmettingsroute. Een normaal hygiënische handeling, zoals
handenwassen na afloop van handelingen, vermindert de kans op een inwendige
besmetting nog verder. Een andere besmettingsroute is door het
inademen van radioactieve stoffen. Wanneer tijdens de handelingen
radioactiviteit in de lucht terecht komt, kunnen medewerkers een fractie
van deze activiteit inademen. Handelingen worden daarom zoveel mogelijk in
een zuurtkkast uitgevoerd, waardoor nagenoeg alle vrijgekomen
radioactiviteit direct wordt afgezogen.