... / ... / Docenten / Richtlijnen

Richtlijnen

over stages en begeleiding

 

  • Participerende scholen kunnen het hele jaar door leerlingen aanmelden (in een groepje van twee leerlingen) voor een stage bij een van de deelnemende onderzoeksafdelingen. Aanmelding gebeurt in overleg met de begeleidende docent.
  • De criteria voor aanmelding van een leerling zijn zowel motivatie als een goed verstand, echter in die volgorde.
  • Bij het aanmelden van meer dan een leerling wordt door de school op basis van deze criteria een rangorde aangebracht. Leerlingen komen in die rangorde in aanmerking voor een plaats.
  • Op basis van het aantal 5-VWO leerlingen dat gemiddeld jaarlijks het NT- of NG-profiel volgt, wordt een quotum van stages aan de participerende school toegekend.
  • Het uit te voeren onderzoek maakt deel uit van de op de laboratoria bestaande onderzoekslijnen en heeft het karakter van een " meester - gezel" situatie, waarbij de "meester" een promovendus of een postdoc zal zijn en de "gezel" een koppel van twee scholieren.
  • De leerlingen (en eventueel hun docent) komen vooraf een keer langs bij de onderzoeker ter kennismaking. Tevens melden zij zich met identiteitsbewijs bij het secretariaat, zodat een gastvrijheidsovereenkomst kan worden opgesteld, waarmee ze verzekerd zijn voor de duur van de stage. Tevens wordt er een geheimhoudingsverklaring getekend. 
  • De duur van elke stage wordt geschat op ongeveer een week, voorafgegaan door een week theoretische voorbereiding. Uitbreiding naar langere tijd, als de leerling dit aangeeft en de begeleidende docent en onderzoeker dit zien zitten, is in principe altijd mogelijk, bijvoorbeeld tijdens vakanties.

Ariam Ghebreselassie in 2007


      foto: Ruud Koppenol

  • Het traject en de afronding van de stages worden bewaakt door de verantwoordelijke docenten van de scholen in nauw overleg met de begeleidende onderzoekers. Goede communicatie, bij voorkeur per e-mail, is hierbij een vereiste.
  • Van leerlingen wordt gevraagd een logboek bij te houden over hun activiteiten en dit door te spreken met hun docenten en begeleiders. In de praktijk zal het verslag meestal dienen als profielwerkstuk. Het gebruik van de onderzoekstage voor een profielwerkstuk is niet het hoofddoel - dit is immers de kennismaking met biowetenschappen - maar het kan een belangrijke drijfveer zijn.