... / ... / Labstages / De rol van chondrocyten bij kraakbeendegenera...

De rol van chondrocyten bij kraakbeendegeneratie

Harrie Weinans
- afd Orthopaedie

  kraakbeen

We kennen tegenwoordig allemaal wel iemand met een heupprothese of knieprothese. Per jaar worden er in Nederland meer dan 40.000 gewrichtvervangende prothesen geplaatst. De reden hiervoor is het sterk toenemende aantal patiënten met artrose, ook wel vaak gewrichtslijtage genoemd. In feite refereert de term slijtage aan het feit dat artrose meer voorkomt indien het gewricht mechanisch wordt overbelast, bijvoorbeeld door overgewicht of zware arbeid. Dit is echter niet de enige factor die bijdraagt aan het ontstaan van artrose. Artrose wordt ook vaak gezien als een vorm van reuma, waarbij verschillende lokale mediatoren ervoor zorgen dat het kraakbeen in het gewricht langzaam verandert van structuur, zodat het niet meer instaat is om z’n functie van het laten glijden van het gewricht goed te vervullen. Uiteindelijk scheurt het kraakbeen en slijt het van het gewrichtoppervlak af, zodat de botuiteinden elkaar raken zonder dat er een zacht kussentje van kraakbeen tussen zit. In dat stadium is er vaak sprake van een ontstekingsreactie bij de patiënt en veel pijn. Een gewrichtvervangende operatie van een orthopaedisch chirurg is dan de enige remedie.

Bij ouderen is er meestal wel enige mate van kraabeendegeneratie. Maar waarom dit bij de ene persoon nu leidt tot volledige artrose en bij de andere niet, is onbekend. Inmiddels is er wel veel bekend over diverse moleculen in het kraakbeen en de omringende weefsels die worden aangemaakt bij artrose. Sommige van deze moleculen zijn slecht voor het kraakbeen en versterken het ziekteproces, andere zijn juist goed en zorgen ervoor dat er nieuw kraakbeenweefsel ontstaat. In het onderzoekslaboratorium van de afdeling Orthopaedie van het Erasmus MC doen we onderzoek naar allerlei aspecten van artrose. Behalve dat er nieuwe chirurgische methoden worden geprobeerd, proberen we uiteindelijk de ziekte te stoppen of nog liever te voorkomen. Zo zijn we bezig om de kraakbeencellen (chondrocyten) in kweek te bestuderen. We willen weten welke genen allemaal actief zijn in de chondrocyten van een gezond gewricht en in een gewricht met artrose. We proberen heel doelgericht een gen in de chondrocyten uit te schakelen, om te zien of ze dan in staat zijn om beter kraakbeen aan te maken. In een ander onderzoek proberen we het bot in het gewricht dat direct onder het kraakbeen ligt, heel precies af te beelden. Het blijkt dat bij artrose dit botweefsel er anders uitziet. Vermoedelijk is er een sterke interactie tussen het kraakben en het bot, waardoor de artrose wordt aangewakkerd. Je maakt kennis met biologische technieken zoals kweekmethoden en methoden om RNA moleculen en eiwitten in het kraakbeen in kaart te brengen. Tevens kom je in aanraking met moderne technieken waarmee je het kraakbeen of het bot heel nauwkeurig kunt afbeelden om zodoende te ontdekken wat er achtereenvolgens misgaat in het gewricht bij het ontstaan van artrose.

Meld je aan voor deze stage