Myeloïde leukemie en de transcriptiefactor MN1-TEL
Ellen Zwarthoff
- afd Pathologie
Kanker onstaat omdat een cel in ons lichaam zich niet meer aan de regels houdt en te vaak gaat delen of niet op tijd dood gaat. Voordat een cel zich aan de regels kan onttrekken heeft deze een aantal mutaties (veranderingen in het DNA) in essentiële regelgenen ondergaan. Deze mutaties liggen in het DNA vast en daardoor zal iedere nakomeling van de cel de mutaties ook hebben, omdat het DNA exact gekopieerd wordt bij deling van cellen. De regelgenen die belangrijk zijn voor het controleren van het gedrag van de cel, zullen dit bijvoorbeeld doen door het reguleren van genexpressie: uitmaken welke genen van de 30.000 in een bepaalde cel actief zijn. Een voorbeeld van een verandering in het DNA, die bij veel vormen van bloedkanker (leukemie) wordt gevonden, is een uitwisseling (translocatie) tussen delen van twee chromosomen. Hierdoor kunnen delen van twee genen van verschillende chromosomen aan elkaar worden gekoppeld. Er onstaat dan een fusiegen, dat geheel nieuw is en waarin eigenschappen van de twee oorspronkelijke genen worden gecombineerd. Het MN1-TEL gen is zo’n fusiegen. De eiwitprodukten van de oorspronkelijke genen MN1 en TEL zijn allebei factoren die bij regulatie van de genexpressie betrokken zijn, het zijn transcriptiefactoren.
In het projekt beschrijven we experimenten waardoor we meer inzicht hopen te krijgen waarom het fusiegen en het daardoor gecodeerde fusie-eiwit MN1-TEL cellen in het bloed tot overmatige groei kan aanzetten.
Vragen die we ons stellen zijn:
- Waarin verschilt MN1-TEL van MN1 en TEL?
- Wat zijn de andere componenten in de werking van MN1-TEL op de genregulatie?
- Welke delen van beide eiwitten doen wat en welke zijn essentieel voor de oncogene werking?
Op deze manier hopen we erachter te komen waarom het vormen van dit fusie-eiwit tot kanker kan leiden. De translocatie waardoor MN1-TEL wordt gevormd is vermoedelijk een van de eerste stappen in het kanker-vormende proces. We hopen zo inzicht te krijgen in de bepalende gebeurtenissen helemaal aan het begin van het ontstaan van een tumor. Inzicht dat misschien op den duur kan bijdragen aan het vroegtijdig herkennen van kankervorming en mogelijk ingrijpen.
De scholieren kunnen in dit onderzoek participeren door een transfectie experiment uit te voeren waarin de genregulerende activiteit van MN1, TEL en MN1-TEL wordt gemeten. Hierbij worden de genen voor deze eiwitten in gekweekte cellen ingebracht en wordt de genactiviteit gemeten met behulp van lichtflitsjes. Ook kan de diffusie van de eiwitten, gemerkt met een fluorescerend stofje, in de kern van de cellen gemeten worden.