Immunosuppressie na orgaantransplantatie
Nicole v Besouw / Carla Baan
- Transplantatielab
Orgaantransplantatie is voor veel patiënten in het eindstadium van orgaanlijden (nier, hart, long of lever) de meest zinvolle behandelvorm. Na transplantatie is acute afstoting een groot probleem. Om dit te voorkomen krijgen patiënten medicijnen die hun afweersysteem onderdrukken (immunosuppressiva). Deze medicijnen kunnen echter na langdurig gebruik voor ernstige bijwerkingen zorgen, zoals tumoren, infecties, en hart- en vaatproblemen.
Daarom wordt de behandeling van transplantatie patiënten steeds meer gericht op het voorkomen van bijwerkingen op lange termijn. Het is dan ook van belang immunologische testen te ontwikkelen, die kunnen voorspellen bij welke patiënten de immunosuppressiva, zonder risico van afstoting, kunnen worden verminderd of zelfs gestaakt. Met behulp van cellen die geïsoleerd zijn uit het bloed van transplantatie patiënten ontwikkelen wij testen, die voorspellen welke patiënten wel of niet afgebouwd kunnen worden in hun immunosuppressiva. Hiervoor wordt o.a. het celtype, het vermogen tot het uitscheiden van regulerende stoffen of ontstekingseiwitten (cytokinen) en het vermogen om donorcellen te doden (cytotoxische T-cellen) op het Transplantatie Laboratorium bestudeerd.
Tijdens de stage kunnen de leerlingen meekijken met het lopend onderzoek. Verder zullen zij zelf witte bloedcellen scheiden uit bloed, het celtype van bloedcellen bepalen met een flowcytometer, RNA isoleren uit cellen en een PCR (polymerase chain reaction) uitvoeren.