Op zoek naar de X-factor
Joost Gribnau - afd Voortplanting en ontwikkeling
Vrouwelijke lichaamscellen bevatten twee X-chromosomen, één geërfd van moeder en de andere van vader.
Mannen bezitten in iedere cel slechts één X, altijd van moeder, met daarnaast een klein Y-chromosoom. Op het X-chromosoom bevinden zich zo’n 1.000 genen, tegenover slechts 50 genen op het Y-chromosoom. Om de hoeveelheid actieve X-genen bij vrouw en man gelijk te trekken wordt in vrouwelijke lichaamscellen altijd één van beide X-chromosomen uitgezet. Dat gebeurt al vroeg tijdens de embryonale ontwikkeling, en vanaf dat moment worden meisjes verder opgebouwd als een mozaïek van twee soorten cellen, waarin of de X van moeder of die van vader actief is.
Kennis over het mechanisme van X-chromosoom inactivatie is van groot belang, bijvoorbeeld met betrekking tot uiteenlopende gevoeligheid van vrouwen en mannen voor bepaalde erfelijke X-gebonden ziekten. Een cruciaal aspect van het X chromosoom inactivatie proces is dat een cel het aantal aanwezige X chromosomen moet kunnen tellen. Tijdens de stage gaan de scholieren experimenten uitvoeren die ons meer inzicht zouden kunnen verschaffen in dit ‘tel’ proces.