Organisatie

van de afdeling Maatschappelijke GezondheidsZorg (MGZ)

Start en omvang

De afdeling begon bescheiden in 1969. In 2008 is de afdeling uitgegroeid tot ongeveer 135 personen (80% wetenschappers en 20% ondersteunend personeel).

Taak 

De afdeling Maatschappelijke Gezondheidszorg wil door wetenschappelijk onderzoek en onderwijs bijdragen aan de gezondheid van de bevolking in Nederland en elders. We richten ons daartoe op de effectiviteit en efficiëntie van gezondheidsmaatregelen voor de bevolking. Die kunnen gaan van het onder controle krijgen van infectieziekten tot beroepsziekten en van het optimaliseren van gezondheidszorg tot en met de promotie van een gezonde leefstijl.

 
Prof. Johan Mackenbach voor het huidige gebouw van de afdeling

Interne  organisatie v/h onderzoek

Onze onderzoeken zijn gebundeld in 2 programma's: 'Bepalende factoren (determinanten) van volksgezondheid' en 'Effecten van interventies op volksgezondheid'. Het eerste programma draagt bij tot een beter begrip van factoren en mechanismen die ten grondslag liggen aan het optreden en verspreiding van gezondheidsproblemen onder de bevolking. Daar binnen is weer speciale aandacht voor sociale aspecten, beroepsziekten en leefstijl. Voor een omschrijving van de missie van dit programma klik hier. Dit programma kent 4 onderzoekslijnen:

  • sociale determinanten van volksgezondheid,
  • determinanten van gezondheid gerelateerd gedrag,
  • arbeid en gezondheid,
  • kanker surveillance.

Deze laatste lijn startte in 2005 met de benoeming van Dr. Jan Willem Coebergh tot hoogleraar in dit vakgebied. 
Het tweede programma 'Effecten van interventies op volksgezondheid' richt zich op de evaluatie van gezondheidszorginterventies, inclusief primaire - en secundaire preventie en bepaalde klinische interventies. Voor een omschrijving van de missie van dit programma (in het engels) klik hier. Er zijn drie onderzoekslijnen:

  • vroege opsporing van ziektes
  • onder controle brengen van infectieziektes
  • medische besluitvorming

In beide programma's ligt de nadruk op quantitatieve onderzoeksmethodes. Het onderscheid tussen beide programma's is in de loop der jaren kleiner geworden. Dit illustreert de sterke kant van het combineren van 2 aandachtsgebieden in één afdeling. Inzicht in de derminanten van een bepaald gezondheidsprobleem is vaak de eerste stap in de ontwikkeling van een nieuwe interventie en evenzo leidt de evaluatie van interventies tot het ontdekken van nieuwe determinanten.

Onderwijs

De afdeling verzorgt onderwijs voor medische studenten. Voor afgestudeerden verzorgt zij onderwijs in de disciplines volksgezondheid, epidemiologie en gezondheidszorg. De afdeling is medeoprichter van het NIHES (the Netherlands Institute for Health Sciences), een post-doc opleiding geaccrediteerd door de KNAW. Verder verzorgen we ook NSPOH (Netherlands School of Public and Occupational Health ) trainingsprogramma's voor professionals werkzaam in de volksgezondheid.

Ethiek en Geschiedenis

Sinds 2005 zijn de leerstoelen 'Medische Ethiek' van prof. Inez de Beaufort en 'Medische Geschiedenis' van prof. Mart van Lieburg formeel onderdeel van de afdeling. Dit geeft weer nieuwe mogelijkheden tot samenwerking.  Zie ook: Afdeling Medische Ethiek en Filosofie van de Geneeskunde en Afdeling Medische Geschiedenis

Ieder van de hiervoor genoemde onderzoeks- en onderwijsactiviteiten wordt op een eigen pagina van deze website in meer detail beschreven.

Wat is er bereikt (2004-2005)

Tot op heden hebben we dankzij actieve acquisitie financiële continuïteit voor onze onderzoeken kunnen waarborgen. Alle senioronderzoekers participeren continu in het bedenken van nieuwe onderzoeksideeën en formuleren van subsidieaanvragen. De kwaliteit wordt gemonitord in een maandelijks forum. Zo zijn er subsidies toegekend voor een trial op diabetes-screening, de mogelijkheden om uitbraken van SARS onder controle te krijgen (SARS Control project) en een Europese studie naar determinanten van kanker (EUROCADET). 

We spannen ons in om alle bevindingen te publiceren in internationale tijdschriften. Junior onderzoekers bekwamen zich in schrijfgroepen die geleid worden door senioren. In de periode 2004-2005 is ons aantal  internationale publicaties substantiëel gegroeid, zowel in absolute aantallen als ook in aantal per aangestelde onderzoeker. Meerder publicaties verschenen in vooraanstaande tijdschriften zoals de Lancet en het New England Journal of Medicine. Tevens worden er flinke aantal proefschriften geproduceerd: 13 in 2004 en 10 in 2005. Zie ook de 'highlights' op de de  pagina's van de onderzoekslijnen.

Samenwerkingsverbanden

Onderzoek betreffende volksgezondheid in Nederland wordt vaak uitgevoed in samenwerking met:

  • (Gemeentelijke) Gezondheids Diensten (GGD)
  • thuiszorginstellingen
  • instellingen tot bestrijding van beroepsziekten
  • instellingen tot promotie van gezondheid, bijv. het 'Voedingscentrum' en  'Stivoro'
  • 'Integrale Kanker Centra'
  • klinische afdelingen van het Eramsus MC en andere ziekenhuizen

We werken verder nog samen met het Instituut voor Verslavings Onderzoek (IVO). De vroegere directeur van dit instituut dr. Henk Garretsen bekleedt de leerstoel 'Verslavingsonderzoek' van de afdeling.

In 2004 hebben we de samenwerking met de GGD van 'regio groot Rotterdam' geformaliseerd in een Ácademische Werkplaats'. Daarin bundelen we ons gezamenlijk onderwijs en onderzoek. De toekenning van een grote subsidie zal in 2006 nog meer samenwerking mogelijk maken middels de oprichting van CEPHYR (Center of Effective Public Health in the larger Rotterdam area). Eveneens is er de geformaliseerde samenwerking in het  'Huisman Center for Infectious Disease Epidemiology and Control', waarvan MGZ één van van de oprichters is. Dit centrum is vernoemd naar prof. dr. Joop Huisman, die tot zijn pensionering de leerstoel 'Epidemiologie en de beheersing van infectieziekten' bekleede. In 2005 is op onze afdeling prof. Marianne Donker, directeur van de Rotterdams GGD, benoemd tot hoogleraar  Volksgezondheidsbeleid.

Maatschappelijke relevantie

Met ons onderzoek en onderwijs beïnvloeden we gericht het volksgezondheidsbeleid en de praktijk. Recent is de Nederlandse wetenschappelijke wereld  zich er bewust van geworden, dat de 'maatschappelijke relevantie' een integraal onderdeel moet zijn in de beoordeling van universitaire afdelingen.

Commissies: Stafleden van MGZ hebben op verschillende manieren bijgedragen aan het ontwerp, implementatie en het monitoren van gezondheidsbeleid. Bijvoorbeeld door deelname in nationale en internationale beleidscommissies of door het schrijven van belangrijke rapporten waarmee beleidsbeslissingen zijn onderbouwd. Senior stafleden zijn lid van de 'Gezondheidsraad' (profs. Dik Habbema en Johan Mackenbach) en de 'Raad voor Gezondheidsonderzoek' (prof. Johan Mackenbach).
    Ook andere stafleden hebben in de gezondheidsraad en nationale commisssies deelgenomen  en zo bijv. bijgedragen aan de screening op diabetes, Down syndroom, kriteria voor overheidsfinanciering van gezondheidszorg en de infrastructuur van openbare gezondheidszorg.

Adviezen: De afdeling adviseert overheden en de Europese Commissie t.a.v. beleid om sociaal-economische ongelijkheid in gezondheid aan te pakken. In 2005 was één van de hoogtepunten het rapport 'Health Inequalities: Europe in profile' van de hand van Prof. Johan Mackenbach, geschreven op verzoek van het Britse voorzitterschap van de Europese Unie.
    MGZ heeft ook een leidende rol in de monitoring en evaluatie van nationale screeningsprogramma's voor cervix- en borstkanker. En adviseert voorts t.a.v. nieuw beleid voor dikke darm- en prostaatkanker. 

Pers: Sommige projecten krijgen veel aandacht van de nationale - en internationale pers. Dr. Oscar Franco en collega's publiceerden in het Kerstnummer van de BMJ (British Medical Journal) het 'PolyMeal', een theoretisch concept voor de optimale voeding teneinde een reductie van meer dan 75% op hart- en vaatziektes te bereiken. Dit artikel was aanleiding tot meer dan 100 interviews voor radio, televisie en kranten.
    Een ander onderzoek betreft de volksgezondheidsrisico's van blootstelling aan asbest, door Dr. Lex Burdorf aangetoond met het verhoogd optreden van mesotheliomen in een vervuild gebied in Nederland. Deze studie is deel van de onderbouwing van het asbestverwijderingsbeleid van het ministerie van VROM.

Beleid: Onderzoek is ook doorgedrongen tot bestaande regelgeving van preventie en behandeling. Een opmerkelijk wapenfeit is hier de acceptatie van een nieuwe definitie van verdrinking voor de WHO door een commissie voorgezeten door Dr. Ed van Beeck.
    Prof. Hans Brug en collega's ontwikkelden een computer-tailored lifestyle intervention die is ingezet op de website van de Nederlandse Hartstichting.
    De screen-sectie (Dr. Harry de Koning en collega's), kwam met nieuwe richtlijnen voor het screenen van vrouwen met borstkankergenmutaties. De richtlijnen zijn inmiddels geaccepteerd door de ziektekostenverzekeraars. En voor het KWF (kankerbestrijding) kwamen zij met een informatiefolder gericht op mannen opterend voor prostaatkankerscreening.

Publicaties: Hoewel ons hoofddoel het publiceren van ons onderzoek in internationale peer-reviewed tijdschriften is, onderkennen we dat de verspreiding van wetenschappelijke kennis in  beleid  en de praktijk van de volksgezondheidszorg vereist dat er ook publicaties verschijnen in tijdschriften voor beroepsgroepen, inclusief Nederlandstalige tijdschriften en in andere maatschappelijk relevante informatiebronnen.
    In 2004 verscheen de derde editie van het Nederlandse leerboek over Volksgezondheid voor medische studenten. Dit leerboek wordt op bijna alle universitaire medische centra gebruikt. Prof. Johan Mackenbach en Prof. Paul van der Maas (huidig - en vorig afdelingshoofd) zijn de hoofdredacteuren van dit leerboek.

Prijzen: Externe organisaties weten ons onderzoek te waarderen, blijkens vier prestigeuze prijzen. Dr. Jan Hendrik Richardus ontving de ONVZ Prevention Award 2004 voor zijn onderzoek ‘Differences in perinatal mortality and sub optimal care between 10 European regions: results of an international audit’. Tevens ontving hij de Burema prijs voor zijn infectziektenonderzoek in westerse samenlevingen.
    Prof. Jan Willem Coebergh ontving de belangrijke Muntendam prijs van de Nederlandse Kankerbestrijding /  Koningin Wilhelmina Fonds voor een lange periode van bijdragen aan kankerpreventie. Met name zijn pioniersonderzoek op populatie gebaseerde kankerregistraties verdient erkenning. Deze onderzoeken hebben bijgedragen tot meer inzicht in de prioriteiten van kankerbestrijding.
     Lindsay Silva ontving  de NWO Mozaïek prijs voor haar onderzoeksvoorstel 'Foetal origins of socio-economic inequalities in early childhood health’, die haar in de gelegenheid stelt promotieonderzoek te doen bij de afdeling.

Congressen: Met de intentie onze onderzoeksbevindingen verder te verspreiden, dragen we ons steentje bij in de organisatie van congressen voor professionals uit de volksgezondheidszorg. Een belangrijk resultaat is de lancering in 2004 van het eerste Nederlandse Nationale Congres over Volksgezondheid, waarvan wij de mede-organisator zijn. Het congres is bezocht door bijna 1000 deelnemers en heeft een traditie gecreëerd van jaarlijkse congressen gericht op de samenwerking van onderzoek en praktijk.
    Zo werd begin 2006 door ons het eerste congres over JeugdZorg georganiseerd. De resultaten van 7 studies naar de effectiviteit van van jeugdzorg programma's werden gepresenteerd. Sommigen daarvan hebben belangrijke beleidsconsequenties. Ca. 250 schoolartsen en -verpleegkundigen en andere verzorgers bezochten dit congres.  

null

Link