Determinanten van gezond gedrag
Aanmoediging van gezond gedrag
Gezondheid beïnvloedende gedragingen, zoals roken, ongezonde eetgewoontes, gebrek aan fysieke activiteit en onveilige seksueel gedrag, zijn belangrijke determinanten van slechte gezondheid. We zijn vastbesloten om bij te dragen aan goed geplande, op theorie en bewijzen gebaseerde, promotie van gezond gedrag. De onderzoekssectie over determinanten van gezondheidsgerelateerd gedrag is in 2003 opgericht en is een van de jongste onderzoekslijnen binnen de afdeling Maatschappelijke Gezondheidszorg.
Binnen deze sectie bestuderen we sociaaldemografische-, psychosociale- en omgevingsfactoren die een voorspellende waarde voor gezondheidsgerelateerd gedrag hebben, ontwikkelen we interventies om gezonde levensstijlen te promoten en bestuderen we de effectiviteit en implementatie van deze interventies. We zijn vooral geïnteresseerd in onderzoek met betrekking tot eetgewoontes en fysieke activiteit, maar we zijn ook betrokken bij onderzoeken naar veiligheidsgewoonten, gehoorbescherming, aan infectieziekten gerelateerde risicoperceptie en stoppen met roken. Dit alles in hechte samenwerking met andere secties van de afdeling. Extra aandacht wordt geschonken aan de promotie van gezond gedrag bij jongeren en hun ouders in samenwerking met preventieve Ouder- en Kindzorg en Jeugdgezondheidszorg. Verder werken we nauw samen met de GGD's van Rotterdam en buurgemeentes.
Academische werkplaats DWARS
Sinds december 2008 zijn in Amsterdam, Rotterdam en Noord-Brabant drie academische
werkplaatsen van start gegaan.
Eerder en beter bereiken van migrantenkinderen en hun ouders
Het realiseren van drie regionale academische werkplaatsen is een onderdeel van het programma
Diversiteit in het Jeugdbeleid (zie programmatekst Diversiteit in het Jeugdbeleid, www.zonmw.nl). Het
programma wordt uitgevoerd in opdracht van het programmaministerie van Jeugd en Gezin en het
ministerie voor Wonen, Wijken en intergratie. Centraal in het programma staat het eerder en beter
bereiken van migrantenkinderen en hun ouders met (preventief) jeugdbeleid. Doel van de
academische werkplaatsen is samen met migrantenjeugd, hun ouders en professionals kennis en
vakmanschap te ontwikkelen.
Samenwerking
Academische werkplaatsen worden ingezet om de krachten van ervaringen uit de praktijk en
wetenschappelijk onderzoek te bundelen. Kennisinstituten, universiteiten en/of hogescholen werken
samen met gemeenten, praktijkinstellingen voor zorg en welzijn, en migranten- en jeugdorganisaties
om de gestelde doelen te realiseren.
Versterken en Verbinden in Rotterdam
De Academische werkplaats in Stadsregio Rotterdam heeft in het eerste jaar vier doelen:
1. Het organiseren van een netwerk met dwarsverbanden tussen zorg, welzijn, onderwijs,
migrantenorganisaties, gemeente, stadsregio en onderzoek.
2. Toegankelijk maken van regionale kennis en veelbelovende werkwijzen en het vergroten van
toepasbare kennis over risicosignalering/taxatie, ketenzorg, vraagbehoefte en
vraagontwikkeling bij migrantenjongeren en hun ouders.
3. Vergroten vakmanschap van professionals en organisaties.
4. Realistisch vervolgplan van DWARS voor 2010 en 2011.
Actieve deelnemers in Rotterdam
In de Stadsregio Rotterdam wordt de werkplaats uitgevoerd door de GGD Rotterdam-Rijnmond, het
Erasmus MC en de Erasmus Universiteit, de kenniskringen van Hogeschool Rotterdam en
Hogeschool INHolland, de dienst Jeugd, Onderwijs en Samenleving, (deel)gemeente(n) Rotterdam,
welzijnsorganisaties, Pharos-landelijk kennisinstituut, Bureau Jeugdzorg, Ieder Kind Wint en
migrantenorganisaties.
Wilt u meer weten?
Neem dan contact op met:
Frouwkje de Waart, GGD Rotterdam-Rijnmond, dewaartf@ggd.rotterdam.nl, of:
Hein Raat, Erasmus Medisch Centrum, h.raat@erasmusmc.nl
Impact op de openbare gezondheidszorg
Een voorbeeld van een interventie met een potentieel effect op de volksgezondheid is de Gezondlevencheck, een via internet beschikbare en via de computer op maat gemaakte levensstijl interventie die geïmplementeerd is om een groot publiek te bereiken. We hebben deze interventie ontwikkeld en geëvalueerd voor de Nederlandse Hartstichting (NHS). De doelen van de interventie zijn het bewerkstelligen van een afname van de inname van verzadigd vet en een toename van fysieke activiteit en het promoten van stoppen met roken. De interventie is gericht op Nederlandse volwassenen van 40 jaar en ouder. In een clinical trial (gerandomiseerde klinische experiment) dat werd gehouden om de effecten van deze interventie te evalueren zagen we dat (vergeleken met een groep die geen informatie had gekregen) de interventie resulteerde in een 5,5% lagere inname van verzadigd vet en 5% meer respondenten die de richtlijn van tenminste vijf dagen in de week minimaal 30 minuten matig intensieve lichamelijke activiteit haalden(onder respondenten met weinig fysieke activiteit als beginpunt), een maand na blootstelling aan de interventie. De interventie is in oktober 2004 door de NHS geïmplementeerd in een vrij toegankelijke website: www.gezondlevencheck.nl. De website trekt ongeveer 8600 bezoekers per maand. Een kwart van die bezoekers is lang genoeg op de site aanwezig om blootgesteld te worden aan door de computer op maat gemaakte informatie.
Een Hoogtepunt uit het onderzoek: promotie van e-gezondheid: het promoten van gezonde levensstijlen door middel van interventies via internet.
(Oenema et al., Ann Behav Med 2005)
Het internet wordt beschouwd als een veelbelovend kanaal voor het verspreiden van door de computer op maat gemaakte gedragsveranderende interventies. Het internet maakt het mogelijk om interactieve individuele feedback te combineren met de mogelijkheid om voor relatief weinig geld veel mensen te bereiken. Hoewel het internet veel gebruikt wordt voor communicatie over gezondheid en gezond gedrag, is er weinig bekend over de effecten van (door de computer op maat gemaakte) interventies die via het internet worden aangeboden.
In een gerandomiseerde clinical trial ontvingen respondenten via internet interventie op maat van de computer over voeding, met betrekking tot vet-, fruit- en groenteconsumptie. De respondenten die deze interventie ontvingen maakten een accuratere schatting van hun eigen vet- en groenteconsumptie, hadden vaker de bedoeling hun vetconsumptie te verminderen en hun groenteconsumptie te vergoten en consumeerden iets meer groenten dan de respondenten die geen interventie ontvingen. Deze interventie beïnvloedde dus het bewustzijn van de respondenten, maar de effecten op gedrag waren beperkt. In een recenter onderzoek zagen we wel effecten van een via internet beschikbare en via de computer op maat gemaakte interventie over de consumptie van verzadigd vet. Respondenten in de groep die de op maat gemaakte interventie ontving hadden een 5,5% lagere vetconsumptie in vergelijking met de controlegroep die geen informatie kreeg. Dit geeft aan dat interventies via internet kunnen leiden tot veranderingen in gedrag. Niettemin moet er nog veel werk verzet worden om vast te kunnen stellen hoe het internet optimaal gebruikt kan worden om gezonde levensstijlen te promoten onder grote aantallen mensen.