CEPHIR
Academische werkplaats openbare gezondheidszorg Rotterdam.
De Gemeentelijke Gezondheidsdienst Rotterdam (GGD Rotterdam e.o.) en het Erasmus MC, en met name de afdeling Maatschappelijke GezondheidsZorg (MGZ), hebben een lange traditie van samenwerking in onderzoek en onderwijs. In 2004 hebben deze twee organisaties de 'Academische Werkplaats Openbare Gezondheidszorg Rotterdam-Rijnmond gestart. Dit is een gemeenschappelijke infrastructuur, die gecreëerd is om innovaties te bevorderen en het wetenschappelijke bewijs voor het beleid en de praktijk van maatschappelijke gezondheidszorg in grootstedelijke gebieden te versterken.
Beide organisaties hebben ervoor gekozen om het samenwerkingsverband te versterken, uit te breiden en verder te ontwikkelen, om bij te dragen aan de specifieke doeleinden van het ZonMw programma: Academische Samenwerkingscentra voor maatschappelijke gezondheidszorg 2004-2008, waarvoor in 2005 een aanzienlijke gift werd ontvangen. Het samenwerkingsverband wordt CEPHIR genoemd. Dit acroniem staat voor 'Centre for Effective Public Health In the larger Rotterdam area' en verwijst naar Zephyr, de Griekse god van de westenwind. Deze verkoelende zeewind kan beschouwd worden als een metafoor voor de rationaliteit die wetenschappelijk bewijs aan het beleid en de praktijk van de maatschappelijke gezondheidszorg geeft en voor de inspiratie die daadwerkelijke problemen uit het beleid en de praktijk voor het onderzoek naar de openbare gezondheidszorg opleveren.

Onderzoek en ontwikkeling
Wat betreft onderzoek en ontwikkeling richt CEPHIR zich op de gebieden van levensstijlgerelateerd gezondheidsgedrag en besmettelijke ziekten. Voor levensstijlgerelateerd gezondheidsgedrag focussen we op gedrag van kinderen en adolescenten (zoals sedentair gedrag, te weinig deelname aan sporten, de consumptie van snacks en snoepgoed en de consumptie van frisdrank) waar van bewezen is of van verwacht wordt dat het de kans op overgewicht en obesitas vergroot en dat waarschijnlijk vaker voorkomt bij bepaalde achtergestelde groepen die karakteristiek zijn voor Rotterdam en omstreken. (Groepen van lagere sociaal-economische klasse, sommige etnische minderheden) We focussen op gedrag dat met overgewicht geassociëerd wordt omdat het inperken van de obesitasepidemie noodzakelijk is om een toename van vele gezondheidsproblemen te voorkomen, met name onder een aantal achtergestelde groepen.
Wat betreft besmettelijke ziekten focussen we op een aantal ziekten die vaker voorkomen in bepaalde subgroepen van de bevolking van Rotterdam en omstreken, namelijk Hepatitis B (komt vaker voor bij bepaalde groepen etnische minderheden) en seksueel overdraagbare aandoeningen (inclusief HIV, deze komen vaker voor bij groepen lager opgeleiden, met inbegrip van bepaalde etnische minderheden). Besmettelijke ziekten zijn een belangrijke componenten van de achterstelling op het gebied van gezondheid van deze groepen. Een beter begrip van de determinanten van deelname van deze groepen aan interventieprogramma's is nodig om effectievere programma's te kunnen ontwikkelen. We zullen ook innovatieve interventieprogramma's ontwikkelen en testen.
Verspreiding en implementatie
Voor verspreiding en implementatie zal uitgebreid gebruik worden gemaakt van de mogelijkheden die de uitbreiding van de huidige samenwerking met drie nieuwe GGD's in de regio biedt. We zullen ook doctorale en postdoctorale onderwijsactiviteiten ontwikkelen om de onderzoeksresultaten te verspreiden. Er zal een netwerk van medici, onderzoekers en beleidsmakers in Rotterdam en omstreken worden opgezet, dat in een vroeg stadium betrokken zal worden bij ons onderzoek en onze ontwikkelingsactiviteiten, en die de resultaten van de doorlopende onderzoeksactiviteiten zullen ontvangen.
Een hoogtepunt uit het onderzoek: een voorspellingsregel voor selectieve screening voor de infectieziekte Chlamydia trachomatis
(Götz, Sex Transm Infect, 2005)
Chlamydia trachomatis infecties (Ct) zijn seksueel overdraagbaar, vaak asymptomatisch en kunnen leiden tot verminderde vruchtbaarheid bij vrouwen. Gevoelige detectiemethoden op basis van urine en effectieve behandeling met eenmalige dosering hebben thuisscreening voor Ct-infecties mogelijk gemaakt. We hebben een studie naar thuisscreening in Nederland uitgevoerd, waarin 15-29 jarige mannen en vrouwen uitgenodigd werden door de GGD. De respons was 41%, de Ct-prevalentie was 0,6% in landelijke gebieden en 3,2% in sterk stedelijke gebieden. Systematische landelijke screening is niet de aangewezen methode in Nederland; doelgerichte benaderingen zijn een betere keuze. Daarom hebben we een voorspellingsregel ontwikkeld, gebaseerd op risicofactoren. We ontdekten dat de regel een redelijk onderscheidend vermogen heeft op bevolkingsdata uit Amsterdam en in een verder reikend project onder jongeren met een hoog risico in Rotterdam. We hebben tevens de voorwaarden voor succesvolle begeleiding van Ct-geïnfecteerden en hun ouders onderzocht. De screeningmethode werd goed ontvangen en de deelnemers met een verhoogd risico waren geïnteresseerd in toekomstige screening, mits de testkits makkelijk verkrijgbaar zijn. We hebben geëvalueerd of het aanbieden van urine testkits in combinatie met STI-preventie activiteiten door de GGD de testratio kan vergoten in moeilijk bereikbare migrantenpopulaties met een verhoogd risico. De testratio's verschilde per gebied, maar er waren geen verschillen in testratio's in groeps- en in schoolsetting op basis van geslacht en etniciteit. In totaal was 14,5% besmet met Ct en concludeerde we dat screening op school kan helpen om de prevalentie van CT-infecties in de gemeenschap te verminderen.