Kanker Surveillance
kankerbestrijding op bevolkingsniveau ....
In ontwikkelde landen wordt kankerbestrijding al 75 jaar gepromoot. Aangezien het essentiëel is om kankerbestrijdingsprogramma's te plannen, moeten we vooruit denken, veranderingen in incidentie interpreteren en toekomstige incidentie voorspellen.
Kankerregisters zijn onmisbare gereedschappen voor het onderzoeken van variaties in het ontstaan van kanker (incidentie) naar plaats en tijd. Ze worden ook ingezet als raamwerk voor diepgaande studies over de kwaliteit van de zorg en de kwaliteit van leven van de overlevende van de ziekte op lange termijn.
Een andere belangrijke taak is de evaluatie van behandelingen en de bijwerkingen daarvan.
In Nederland is kankerregistratie georganiseerd in een netwerk van regionale integrale kankercentra. Deze centra zijn ook verantwoordelijk voor de verbetering van de kwaliteit van de zorg: door toegang te verschaffen tot richtlijnen voor vroege opsporing en screening, toe te zien op de naleving ervan en door door te verwijzen naar o.a. radiotherapie.
Sinds 2000 is er een intensieve samenwerking tussen de afdeling Maatschappelijke Gezondheidszorg van het Erasmus MC en het Integraal Kankercentrum Zuid (IKZ), dat sinds midden jaren tachtig de meest intensief gebruikte kankerregistratie van Nederland in huis heeft. De samenwerking concentreert zich op drie vlakken:
1) factoren met betrekking tot prognoses, inclusief de rol van co-morbiditeit,
2) kenmerken van de kwaliteit van de zorg, waaronder massa-screening en levenskwaliteit, en
3) variaties in het voorkomen van kanker en etiologische factoren, zoals sociaal economische status en opleiding.
Er is een traditie van scenariostudies op regionaal en nationaal niveau ontstaan om investering in screening-programma's, borstsparende behandeling en kapitaalintensieve behandelingen zoals PET-scanning en radiotherapie te stimuleren.
Het effect van maatschappelijke gezondheidszorg
Een van de onderzoekslijnen van deze sectie, de epidemiologie van huidkanker, heeft veel aandacht getrokken in zowel wetenschappelijke als niet wetenschappelijke kringen. We zijn gevraagd om te assisteren bij het geven van uitleg aan de Nederlandse Regering en de bevolking over de reden om een nieuw Nederlands meetinstrument voor ozon (OMI) te lanceren op een satelliet voor wetenschappelijke en voorspellende doeleinden. OMI kan zeer nauwkeurige voorspellingen doen over de hoeveelheid ultraviolette straling die de aarde bereik. Dit kan opgenomen worden in lokale weerberichten om de bevolking van goed advies over bescherming tegen de zon te voorzien en zo gebruikt worden als een belangrijk preventief middel tegen huidkanker.
We worden ook uitgenodigd om te spreken op seminars voor schoonheidsspecialisten, om ze voor te lichten over de gevaren van blootstelling aan UV en huidkanker en ze te leren om verdachte huidkwalen, waar door een dermatoloog naar gekeken moet worden, te herkennen.
De resultaten van deze onderzoekslijn zijn expliciet gebruikt als materiaal voor de nationale richtlijnen voor de omgang met huidmelanomen wat betreft preventie, (vroegtijdige) detectie en screening. Onze analyses voorspelden bijvoorbeeld een doorgaande toename in het aantal huidkankerpatiënten en daarmee een toenemende vraag naar huidkankergerelateerde zorg van een beperkte aantal huisartsen en dermatologen. Daarom is het volgschema voor huidkankerpatiënten aangepast tot een minder intensief schema voor patiënten met een klein risico. Het resultaat is een kleinere tijdsinvestering per huidkankerpatiënt voor de werknemers in de gezondheidszorg. We hebben ook de implementatie van de vorige melanoomrichtlijn bestudeerd met betrekking tot het herhaaldelijk verwijderen van een complete tumor.
We hebben geholpen bij het opzetten van de nieuwe richtlijn voor stoppen met roken (2005), bedoeld om artsen te informeren over de manier waarop ze patiënten kunnen helpen van hun tabaksverslaving af te komen.
We hebben samengewerkt met het KWF/Kankerbestrijding en bijgedragen aan rapportages over: de te verwachte toekomstige ziektelast van kanker in Nederland (2004), screening voor darmkanker (2004) en wachttijden (2006) en kanker onder immigranten in Nederland.
Leden van deze sectie zijn vertegenwoordigd in vele werkgroepen met een interesse in de epidemiologie van kanker, zoals het Epidemiologisch Comité van de EORTC melanoomgroep, de Nederlandse melanoomwerkgroepen en de Nederlandse Kanker Epidemiologie werkgroep. Tevens zijn we vertegenwoordigd in de Stuurgroepen van het Europese Netwerk van kankerregisters (European Network of Cancer Registries, ENCR), het geautomatiseerde informatiesysteem voor kanker bij kinderen (Automated Childhood Cancer Information System, ACCIS) en de studie naar de variatie in overlevingskansen bij kanker in Europa (EUROCARE)
Jan Willem Coeberg is tevens de oprichter van de Geriatrische Oncologie Nederland, voorzitter van de Nederlandse Federatie van Biomedische wetenschappelijke stichtingen (FMWV) en redacteur voor het Europeam Journal of Cancer. In 2005 kreeg hij voor zijn werk de Muntendamprijs van het KWF/kankerbestrijding.
Hoogtepunten uit het onderzoek: de huidkankerepidemie in Nederland en Europa
(De Vries e.a., Eur J Cancer 2004, De Vries e.a, Br J Dermatol 2005)
Incidentie en mortaliteit van huidkanker zijn in alle voornamelijk Kaukazische bevolkingen wereldwijd snel toegenomen sinds de jaren vijftig en ze blijven toenemen. De analyse van huidmelanomen in Europa, waarvoor data uit op de bevolking gebaseerde kankerregistraties werd gebruikt, liet zien dat huidmelanomen veel vaker voorkomen in Noordwest-Europa dan in Zuid- en Oost-Europa. De mortaliteit was daarentegen tamelijk stabiel in heel Europa. De overlevingskansen, gerelateerd aan het moment van diagnose, waren in Noordwest-Europa aanzienlijk hoger dan in de rest van Europa. Sinds het begin van de jaren negentig is de trend onder jongeren stabiel geworden, terwijl voor ouderen (vooral mannen) zowel de incidentie als in mortaliteit blijven toenemen.
Er zijn voorspellingen gemaakt over de toekomstige incidentie van huidkanker en de vraag naar huidkankergerelateerde zorg, gebaseerd op trends uit het verleden, die over het algemeen in de loop van de tijd veranderen. In 2000 zijn zo'n 20.500 nieuwe gevallen van huidkanker (met inbegrip van: basale celcarcinomen, epitheel carcinomen en huidmelanomen) gediagnosticeerd. Voorspellingen voor het jaar 2015 laten bijna een verdubbeling van het aantal te verwachte gevallen zien (tot 37.300 gevallen). Dit wordt veroorzaakt door toename van het risico om huidkanker te ontwikkelen en door het verouderen van de bevolking. Dit vertaald zich in een sterke toename van de vraag naar zorg van huisartsen en dermatologen, waar op dit moment al een tekort aan is, en het lokt discussies over alternatieven in de ontwikkeling van diagnostische zorg uit.