Operatie
Technieken bij operatieve behandeling brughoektumor.
De operatie
Bij de operatieve behandeling van brughoektumoren wordt gebruik gemaakt van microchirurgische technieken. Om de kans op beschadiging van de aangezichtszenuw tijdens de operatie te verkleinen wordt gebruik gemaakt van een z.g. zenuwstimulator.
Er bestaan verschillende operatieroutes. De keuze zal afhangen van de grootte van de tumor en de gehoorsfunctie, maar vooral van de voorkeur en de ervaring van de chirurg.
Suboccipitale benadering
De klassieke neurochirurgische benadering is via de achterste schedelgroeve, de zogenaamde suboccipitale benadering. Deze is geschikt voor zowel grote als kleine tumoren en kan ook gebruikt worden in gevallen waarbij men probeert het gehoor te sparen.
De ingreep wordt onder algehele narcose uitgevoerd. Het hoofd van de patiënt wordt gefixeerd in een hoofdsteun. De huidsnede verloopt boogvormig, enkele centimeters achter het oor. Om toegang te krijgen tot de brughoek wordt een kleine opening gemaakt in de schedel en het onderliggende hersenvlies. Het gedeelte van de kleine hersenen, dat de brughoek afsluit wordt voorzichtig opzij gehouden door een spatel (zie figuur).
Het gedeelte van de tumor dat in de brughoek ligt komt zo in beeld. Om de kleine tumor goed te kunnen zien en veilig te verwijderen wordt gebruik gemaakt van de operatiemicroscoop en microchirurgisch instrumentarium. In eerste instantie wordt de tumor van binnenuit uitgehold, waardoor er ruimte ontstaat om het kapsel van zijn omgeving te bevrijden. Dit gebeurt voorzichtig om de aangezichtszenuw en hersenstam niet te beschadigen. Vaak zien we de aangezichtszenuw niet direct, omdat het gezwel deze verbergt.
Zenuwstimulator
We maken dan gebruik van een zogenaamde zenuwstimulator om de zenuw op te sporen. Om de tumor uit de inwendige gehoorgang te halen moet deze gang met een microboor open geboord worden om goed overzicht te hebben en de tumor veilig te kunnen losmaken van de aangezichtszenuw. Uiteindelijk zal het aangetaste deel van de achtste hersenzenuw, waarvan de tumor uitgaat, ook verwijderd worden. Na verwijdering van de tumor wordt het hersenvlies gesloten. Het schedeldefect kan eventueel weer opgevuld worden met het verwijderde botmateriaal en de huid wordt vervolgens gesloten.
Na de operatie
Na de operatie is het gebruikelijk dat de patiënt geobserveerd wordt op de intensive care afdeling om vroegtijdig complicaties te kunnen opsporen en te kunnen behandelen. Na deze fase wordt de patiënt overgebracht naar de verpleegafdeling voor het verdere herstel. Het is gebruikelijk dat de patiënt in het ziekenhuis blijft totdat de wond volledig genezen is. Dit duurt ongeveer een week.
De translabyrintaire weg
Een andere chirurgische benadering is de translabyrintaire weg. Deze is geschikt voor relatief kleine tumoren, waarbij het gehoor volledig is uitgevallen. De benadering gebeurt door het rotsbeen, waarbij het labyrint (of evenwichtsorgaan) geopend wordt en daarna de inwendige gehoorgang. Hierdoor is er een goed zicht op de inwendige gehoorgang, maar deze benadering is, zoals gezegd, minder geschikt voor grotere tumoren, die zich ver uitbreiden in de brughoek.
Derde benadering
Een derde benadering is via de middelste schedelgroeve. Deze ingreep is geschikt voor tumoren waarbij het gehoor gespaard is. In principe ook eerder bedoeld voor relatief kleine tumoren. De toegang wordt verkregen via een klein luikje in de schedel boven het rotsbeen.
Vaak wordt de brughoekoperatie gezamenlijk uitgevoerd door neurochirurg en KNO-arts.