... / ... / ... / ... / Hersentumoren / Biopsie

Biopsie

Verwijderen (stukje) weefsel ten behoeve van onderzoek.

Pathologisch onderzoek
Een biopsie is niets meer dan het verwijderen van een stukje (tumor)weefsel, ten behoeve van pathologisch onderzoek. Dit stukje weefsel wordt door de patholoog onderzocht, met de bedoeling om tot een duidelijke “weefseldiagnose” te komen. Met andere woorden, de patholoog moet antwoord geven op de vraag: “wat is het voor een soort tumor”. Het nemen van alleen een biopsie, zonder dat wordt geprobeerd om de tumor te verwijderen, zal meestal worden gedaan indien de tumor op een ongunstige plaats in de hersenen of de hersenstam ligt. Soms is het niet eens zeker of het om een gezwel gaat, maar zou ook sprake kunnen zijn van een ontsteking of een andere afwijking. Om daarover informatie te krijgen, kan het in die gevallen de voorkeur hebben om eerst een biopsie te nemen, en pas nadat een diagnose gesteld is te besluiten of een grote(re) operatie noodzakelijk is.

Het stereotactisch frame
Een biopsie kan op verschillende manieren worden genomen. In de praktijk zal er altijd een boorgaatje in de schedel moeten worden gemaakt, waardoorheen een biopsie-naald naar binnen in de hersenen kan worden geschoven, tot op de plaats waar zich de afwijking bevindt. Daarbij kan gebruik gemaakt worden van een speciaal frame (het stereotactisch frame) dat tevoren wordt vastgeschroefd op de schedel van de patiënt. Meestal kan dat onder plaatselijke verdoving, maar uiteraard is het ook mogelijk deze operatie onder narcose te doen. Meestal wordt de keuze overgelaten aan de neurochirurg, in goed overleg met de patiënt en de anaesthesist.

Neuronavigatie
Een andere methode om met de biopsienaald op de juiste plaats binnen de hersenen uit te komen, is door gebruik te maken van neuronavigatie. Hierbij wordt voorafgaand aan de biopsie een speciaal MRI-onderzoek verricht, dat geschikt is voor deze navigatie. Met behulp van een speciale computer wordt een drie-dimensoinaal beeld van de hersenen geconstrueerd, dat als het ware wordt geprojecteerd binnen de schedel van de patient. Hierdoor is de neurochirurg in staat om precies op de gewenste plek een opening te maken in de schedel, en vervolgens zo een biopsie te nemen. Deze neuronavigatietechniek kan ook worden toegepast bij het uitvoeren van grote hersenoperaties (zie hierna). Het voordeel van de neuronavigatiemethode is dat het niet meer nodig is om een frame op de schedel van de patient te plaatsen. Wel is het zo dat het hoofd van de patient moet worden gefixeerd met een speciale klem, om te voorkomen dat het hoofd van positie veranderd tijdens de ingreep. Dan kloppen namelijk de posities niet meer, en komt de operateur met zijn biopsienaald of operatieinstrumenten niet op de juiste plek uit.

Het nadeel van het verwijderen van maar een klein stukje van de tumor, is dat er een kleine kans is dat niet de correcte diagnose wordt gesteld:

  • doordat er geen afwijkend weefsel wordt gezien door de patholoog
  • doordat er te weinig materiaal is verkregen, zodat de patholoog geen definitief uitsluitsel kan geven
  • doordat de kans bestaat dat de tumor uit verschillende types/graderingen bestaat (zie boven). Het risico is dan dat een stukje weefsel uit een “laaggradig” gebied is verwijderd, terwijl er iets - verderop in dezelfde tumor een gebied met een hogere gradering is. Dan wordt ten onrechte geconcludeerd dat het om een “laaggradige tumor”gaat, terwijl het tumorgedrag wordt bepaald door het (niet ontdekte) hooggradige gebied. Dit noemt men in het jargon de “sample error”, oftewel de fout die ontstaat doordat slechts een klein stukje van de gehele tumor is onderzocht.

In het algemeen kan worden gesteld dat de kans op een juiste uitslag het grootste is als een grote hoeveelheid van de tumor door de patholoog is onderzocht: hoe groter de “sample”, des te betrouwbaarder de uitslag