Craniotomie
Verwijderen van tumorweefsel.
Wanneer
Een craniotomie heeft tot doel om zoveel mogelijk of eventueel al het tumorweefsel te verwijderen. Of dat mogelijk is hangt sterk af van het type tumor, en van de plek waar de tumor zich in de hersenen bevindt. De meeste gliomen zullen niet radicaal verwijderd kunnen worden. Toch zal in de meeste gevallen worden overgegaan tot een craniotomie, omdat het op die manier mogelijk is om:
- zoveel mogelijk tumorweefsel te verwijderen
- druk die door de tumor op de structuren binnen de schedel wordt uitgeoefend op te heffen.
Door het opheffen van deze “massawerking”, kunnen verschijnselen als hoofdpijn, uitvalsverschijnselen (krachtvermindering, spraakstoornissen, gedragsveranderingen, etc) verbeteren. Ook kan door middel van operatie de eventueel aanwezige epilepsie verbeteren.
Hulpmiddelen
Tijdens een craniotomie kan gebruik worden gemaakt van allerlei hulpmiddelen, waardoor de chirurg instaat is om veiliger te werken (vermijden van belangrijke hersengebieden) en tijdens de operatie beter te controleren of hij voldoende tumorweefsel heeft verwijderd. Hierboven is al de neuronavigatie genoemd. Daarmee kan tijdens operatie aan de hand van een speciale MRI-scan (vooraf aan de operatie gemaakt) worden genavigeerd naar de tumor, en rekening worden gehouden met belangrijke structuren om de tumor heen. Daarnaast bestaat de mogelijkheid om tijdens de operatie de hersengebieden in kaart te brengen die nodig zijn voor het bewegen van arm of been, voor de spraak, voor het gevoel, enz. Tijdens onderdelen van een dergelijke operatie kan het wenselijk zijn dat met de patiënt wordt gecommuniceerd. Dan moet de patiënt wakker zijn (“awake craniotomy”), en meewerken. In speciale gevallen wordt deze techniek toegepast.
Een andere methodiek is het gebruik van een speciale stof (5-ALA), die enkele uren vóór operatie aan de patiënt wordt toegediend. Deze stof wordt opgenomen in het lichaam, en in verhoogde mate opgenomen in bepaalde gliomen. Door tijdens het opereren het tumorgebied met een licht van een speciale golflengte te beschijnen, wordt een fluorescentie (“oplichten” ) gezien op die plaatsen waar zich glioomcellen bevinden. Op die manier is het mogelijk om op een plek waar “met het blote oog” geen onderscheid meer kan worden gezien tussen de normaal hersenweefsel en tumorweefsel (die grens vervaagt aan de randen van de tumor), meer tumorweefsel te verwijderen dan zonder die stof het geval zou zijn. Lang niet alle gliomen nemen echter deze stof op, dus de toepassing is beperkt. Bovendien is de ervaring met deze techniek nog beperkt.
Een ander hulpmiddel tijdens hersentumor chirurgie is de echografie, waarbij tijdens de operatie met behulp van een echo apparaat (vergelijkbaar met het apparaat waarmee tijdens een zwangerschap kan worden onderzocht hoe het met het kindje in de baarmoeder gaat) de tumor kan worden gelokaliseerd, en vervolgens ook kan worden gecontroleerd of er nog tumorweefsel is achtergebleven. Dat kan dan alsnog (mits op een veilige manier) verwijderd worden. Op enkele plaatsen in de wereld is het mogelijk om tijdens de operatie een MRI-scan te maken (intra-operatieve MRI). De ervaringen daarmee zijn nog beperkt, de kosten zijn enorm hoog, en de sterkte van de magneet (hoe sterker de magneet, hoe scherper de plaatjes) is nog verre van optimaal. De idee achter deze toepassing is dat tijdens de ingreep kan worden gecontroleerd of voldoende tumorweefsel verwijderd is. Tot nu toe is de winst die een dergelijke aanpak voor de patiënt oplevert nog niet aangetoond. Voor welke techniek of methode van opereren ook wordt gekozen, de inzet van operatie zal altijd zijn:
- Behoud van functie. De operatie mag dus in principe niet tot blijvende toename van uitvalsverschijnselen of tot nieuwe uitvalsverschijnselen leiden.
- Verkrijgen van een representatieve weefseldiagnose.
- Opheffen van de massawerking druk door de tumormassa kan een belangrijk doel van de operatie zijn. Voor een biopsie geldt dat natuurlijk niet.