... / ... / ... / ... / Hersentumoren / Aanvullend onderzoek

Aanvullend onderzoek

Mogelijkheden van nader onderzoek.

Hoofdpijn
Niet iedere hoofdpijn is het gevolg van een hersentumor. Integendeel, meestal gaat het om een onschuldige vorm van hoofdpijn. Wanneer iemand echter over hoofdpijn klaagt die daar nooit eerder last van had en bovendien wanneer er sprake is van misselijkheid of braken kan nader onderzoek gerechtvaardigd zijn. Het best beschikbaar is de CT-scan, een onderzoek dat zeker in staat is om het vermoeden van een tumor te bevestigen of te ontkrachten. De MRI-scan is een onderzoek dat echter veel beter de details laat zien en ook in staat is een eventueel proces in drie richtingen te laten zien. Als op een CT-scan afwijkingen worden gezien volgt daarom ook vrijwel altijd een MRI. 

fMRI
Indien het vermoeden bestaat dat de tumor zich in de buurt van belangrijke hersendelen bevindt kan een fMRI (dat is een functionele MRI) extra informatie verschaffen. Dit onderzoek is een betrekkelijk nieuwe techniek, die gebaseerd is op de hierboven genoemde MRI-techniek, maar als doel heeft om bepaalde gebieden op het hersenoppervlak zichtbaar te maken. Het principe van dit onderzoek is dat tijdens het scannen door de patiënt bepaalde opdrachten worden uitgevoerd (bijvoorbeeld het “in het hoofd” oplezen van bepaalde woordjes die hij/zij op een projectieschermpje te lezen krijgt, of het heen en weer bewegen van een duim of een wijsvinger).  Door een scan-medewerker/onderzoeker kunnen bepaalde delen van het lichaam worden aangeraakt (met een kwastje over de handrug of voetrug strijken). Op deze manier worden bepaalde delen van de hersenen die overeenkomen met de functie die wordt gestimuleerd, actiever gemaakt. Deze verhoogde activiteit leidt tot een verhoogde doorbloeding in die delen van de hersenen. Die verhoogde doorbloeding wordt weer door de scan “gelezen”en uiteindelijk door de computer vertaald in een plaatje waarop dat hersengebied “oplicht”. Op deze manier kan worden bepaald of een hersentumor in- of nabij- een gebied ligt dat van groot belang is voor belangrijke functies zoals spraak, taalbegrip, bewegen (schrijven!), gevoel, enz. Een dergelijke functionele MRI wordt uitsluitend gemaakt indien men denkt dat bij operatie het risico bestaat op beschadiging van deze gebieden. Door gebruik te maken van de informatie die de fMRI heeft opgeleverd, kunnen deze “risicogebieden” tijdens operatie worden vermeden.

In de figuur rechts ziet u een een voorbeeld van een MRI, waarbij een dwarsdoorsnede door de schedel wordt getoond die evenwijdig is aan de schedelbasis. De tumor is de wit aankleurende vlek. De tumor ligt in dit geval tamelijk diep,  minimaal 2 cm onder de hersenschors.

Scan
Soms blijkt uit de scans direct al dat er sprake is van een proces dat niet voor operatieve verwijdering in aanmerking komt.
Het is belangrijk om te bedenken dat het aan de hand van een scan niet mogelijk is een (definitieve) uitspraak te doen over het type en de geaardheid van een tumor! Dat is uitsluitend mogelijk aan de hand van de weefseldiagnose, met andere woorden: alleen door onderzoek van een stukje van de tumor door de patholoog (dus onder de microscoop, in het pathologisch laboratorium) kan een uitspraak worden gedaan over “wat voor tumor het is”.