... / ... / ... / ... / Hersentumoren / Radiotherapie en chemotherapie

Radiotherapie en chemotherapie

Inzet van "nabestraling" en chemotherapie.

Radiotherapie
Bij radiotherapie wordt gebruik gemaakt van röntgenstraling met een hoge energie. Als deze stralen door weefsel worden gestuurd, veroorzaakt dat een reactie tussen de straling en het weefsel. Er wordt een fysische reactie veroorzaakt, gevolgd door een chemische reactie. Die chemische reactie zorgt ervoor dat stoffen vrijkomen (ionen en radicalen) die beschadiging veroorzaken van de cellen in de directe omgeving. Op deze manier kunnen tumorcellen (maar ook gezonde cellen) worden beschadigd (waardoor ze zich bijvoorbeeld niet meer kunnen vermenigvuldigen) of gedood. Normale cellen hebben echter het vermogen om beschadigingen te herstellen. Tumorcellen kunnen dat veel minder goed. Om te voorkomen dat door bestraling te veel gezonde cellen worden beschadigd, wordt bij bestraling de totale dosis over een groot aantal kleinere porties verdeeld. De bestraling wordt uitgesmeerd over een periode van vele dagen tot een aantal weken. Daardoor krijgen de normale weefsels de kans om tussentijds te “repareren”, terwijl de (kwetsbare) tumorcellen langdurig worden beschoten met schadelijke straling.

Chemotherapie
Bij chemotherapie wordt gebruik gemaakt van medicijnen (cytostatica) die de vermenigvuldiging van cellen afremmen. Cytostatica zijn er in verschillende vormen, b.v als tablet, maar er zijn ook middelen die via een injectie of in een infuus moeten worden toegediend. Een behandeling bestaat meestal uit één of meerdere kuren, al dan niet in combinatie met een bestralingsbehandeling. Welke cytostatica toegediend worden is afhankelijk van het type glioom. Dit is afhankelijk van uw reactie op de medicijnen (de bijwerkingen) en het effect op de tumor. De medicijnen kunnen ernstige bijwerkingen hebben. Wilt u in aanmerking komen voor chemotherapie dan moet uw lichaam in een goede conditie zijn.

Het was gebruikelijk chemotherapie alleen te geven in geval van terugkerende tumorgroei (recidief tumor), maar deze aanpak is aan het veranderen. Bij sommige typen tumoren (bijvoorbeeld het glioblastoom) lijkt het nuttig chemotherapie in een eerder stadium te geven.