... / ... / ... / Radioactiviteit / Halveringstijd

Halveringstijd

De levensduur van isotopen


De halveringstijd is de tijd die aangeeft hoe lang het duurt voordat de helft van het oorspronkelijke aantal radioactieve atomen vervallen is. De stof wordt langzamerhand minder radioactief en zendt dan minder straling uit. Deze tijd is voor elk radioactief atoomsoort verschillend en kan variëren van een fractie van een seconde tot miljoenen jaren.

Indien sprake is van een lange halveringstijd (maanden, jaren) spreken we van langlevende radioactieve stoffen. Bij atomen met een korte halveringstijd zal ook de stralingsactiviteit snel afnemen. Na het verstrijken van twee halveringstijden is er nog maar de helft van de helft (¼) van de radioactieve stof en samenhangende stralingsactiviteit over. Zo is er na het verstrijken van tien halveringstijden minder dan éénduizendste over.

De in de natuur voorkomende radioactieve stoffen hebben vaak zeer lange halveringstijden zoals bijvoorbeeld uranium-238 (4,7 miljard jaar) en kalium-40 (1,3 miljard jaar). De radioactieve stoffen waarmee gewerkt wordt in de nucleaire geneeskunde hebben echter halveringstijden die vele malen korter zijn, meestal enkele uren tot hooguit enkele dagen. Bijvoorbeeld het veel gebruikte Technetium-99m (6 uur) en Indium-111 (2,8 dagen).

Als maat voor de stralingsactiviteit is gekozen voor de Becquerel. Genoemd naar Henri Becquerel, de ontdekker van uraniumstraling. Deze eenheid is een maat voor het aantal transformaties (desintegraties van de atoomkern) per seconde. 1 Bq staat voor één desintegratie per seconde. Vaak werkt men echter met veelvouden van deze kleine maat, zoals kilobecquerel (kBq), megabecquerel (MBq) en gigabecquerel (GBq), respectievelijk 1.000, 1.000.000 en 1.000.000.000 keer zoveel.


<< terug naar overzicht