... / ... / ... / Radioactiviteit / Soorten straling

Soorten straling

De verschillende soorten straling


Elektromagnetische straling:
In de ons omringende natuur kennen we vele soorten straling, zoals radiogolven, radar, laser, licht, warmte en ultraviolette straling van de zon. Deze vorm van straling, ook wel elektromagnetische straling of EM-straling genoemd, is te zien als een golfverschijnsel dat zich met de snelheid van het licht door de ruimte verplaatst. De energie van deze elektromagnetische golven hangt af van hun frequentie (aantal trillingen per seconde) of samenhangende golflengte. Zo gaat onze datacommunicatie grotendeels met behulp van deze EM-straling, waarbij wij satellieten als ontvanger en/of zender gebruiken.

  

Ioniserende straling:
De hierboven genoemde straling is niet de vorm van straling die we bedoelen als we het over radioactiviteit hebben. Bij radioactiviteit hebben we het over ioniserende straling.

Alle straling bezit energie. De energie van ioniserende straling is zo groot dat deze in staat is om, bij passage door het medium waardoor de straling gaat, één of meer elektronen van een atoom of molecuul te verwijderen waardoor het achtergebleven atoom of molecuul één of meer positieve ladingen krijgt. Het vervolgens ontstane atoom of molecuul kan zich nu binden met andere atomen of moleculen. Daardoor is ioniserende straling in staat biologische effecten te veroorzaken. Zo kunnen alle soorten ioniserende straling levende weefsels beschadigen, weefsels met veel celdelingen zijn hier het gevoeligst voor. Ioniserende straling wordt dus ook bewust gebruikt om cellen te doden, zoals bij radiotherapie het geval is. Voorbeelden van ioniserende straling zijn röntgenstraling, alfastraling, bètastraling en gammastraling.


Röntgenstraling
werd in 1895 ontdekt door W.C. Röntgen. Hij ontdekte dat je met deze stralen o.a. de botten in een hand kon fotograferen. Met name de medische wereld was geïnteresseerd in deze nieuwe straling, omdat men hiermee het inwendige van de mens kon bekijken zonder hem open te snijden. Zelf noemde Röntgen zijn ontdekking X-stralen. Officieel is deze naam gewijzigd maar zo hier en daar kom je de naam X-stralen nog wel tegen. De belangrijkste eigenschap van röntgenstraling is, dat zij bij het passeren van materie verzwakt wordt, doordat een deel van de straling wordt geabsorbeerd en verstrooid. De verzwakking is afhankelijk van de aard van de te doordringen materie (atoomnummer, dichtheid en dikte) en van de gemiddelde hardheid van het stralenmengsel. Energierijke (harde) röntgenstralen (korte golflengte) hebben een groot doordringingvermogen, energiearme (zachte) röntgenstralen (lange golflengte) een gering doordringingvermogen.

Röntgenstraling is een elektromagnetische straling die bijvoorbeeld ontstaat door elektronovergangen in de elektronenschil of als gevolg van afremming van elektronen. Zo worden in een röntgenbuis elektronen door een hoge gelijkspanning versneld en op een metaalelektrode geschoten, waar zij door de materie worden afgeremd met als resultaat de uitgezonden röntgenstraling.

 

  
Alfastraling

Alfa en bèta straling zijn geen (elektromagnetische) golven. Het zijn energierijke deeltjes die uitgestoten worden uit onstabiele atoomkernen. Bij alfastralen zijn de deeltjes relatief groot en zwaar. Het zijn heliumatomen(kernen) bestaande uit twee protonen en twee neutronen. Alfastralen hebben geen doordringend vermogen en worden snel afgeremd. Een blad papier of een luchtlaag van 3 cm kan de alfastralen al tegen houden.


Bètastraling

Bètastraling is de door atoomkernen uitgezonden straling, bestaande uit elektronen, bij een radioactief vervalproces. Bètastralen worden goed geabsorbeerd door een laag materie van geringe dikte (bijv. enkele millimeters aluminium of 2 cm kunststof ).


Gammastraling
Dit is weer wel elektromagnetische straling, meestal met zeer kleine golflengte, die door vele soorten atoomkernen uitgestraald wordt. In tegenstelling tot röntgenstraling vindt gammastraling zijn oorsprong in een atoomkern. Gammastraling is zeer doordringend en laat zich het best afzwakken door zware materialen (zoals lood).


<< terug naar overzicht