Bijwerkingen
De bijwerkingen die hier staan vermeld, hebben betrekking op de behandeling met Lutetium-octreotaat.
Korte termijn
Korte termijn bijwerkingen die gedurende of vlak na de therapie optreden en van tijdelijke aard zijn:
- Vermoeidheid
- Misselijkheid (25% van de behandelingen)
- Overgeven (10% van de behandelingen)
- Pijn (10% van de patiënten)
- Haarverlies (65%). Dit is meestal mild en het haar komt weer terug nadat therapie is gestopt. Totale kaalheid, zoals vaak bij chemotherapie, komt niet voor.
- Bij 6 mensen met tumoren die zeer veel hormonen maakten vóór de behandeling, zijn de klachten van de hormoonaanmaak vlak na de behandeling fors toegenomen. Zij moesten daarom weer opgenomen worden in het ziekenhuis. Zij zijn allen weer hersteld na adequate behandeling.
- Tijdelijke, meestal geringe, afname in aantal bloedcellen. Een grotere daling in bloedcellen, die aanleiding kan geven om een geplande therapie tijdelijk uit te stellen, komt voor na ongeveer 5% van de behandelingen.
Lange termijn
Meer ernstige bijwerkingen, die op de lange duur werden gezien, zijn:
Nierfunctie
Ernstige verslechtering van de nierfunctie (2x): Bij één patiënt werd een ernstige verslechtering van de nierfunctie vastgesteld 1 jaar na de laatste behandeling. Het betrof een patiënt bij wie de nierfunctie in de maanden voor de therapie al geleidelijk verslechterde, zodat het de vraag is of de therapie ook de oorzaak was van deze verdere verslechtering.
Bij de tweede patiënt trad er een ernstige verslechtering van de nierfunctie op 3½ jaar na de laatste therapie. Dit werd waarschijnlijk veroorzaakt door toenemende hartproblemen en de medicatie die de patiënt daarvoor nam. Ook bij deze patiënt is de verslechtering dus waarschijnlijk niet het gevolg van de therapie.
Leverfunctie
Ernstige verslechtering van de leverfunctie (3x): bij drie patiënten met zeer uitgebreide uitzaaiingen in de lever is een ernstige verslechtering van de functie van de lever opgetreden. Bij twee patiënten herstelde dit zich. Bij de derde patiënt denken we dat de verslechtering het gevolg was van de duidelijke verdere groei van de tumoren in de lever, en dat het dus waarschijnlijk geen bijwerking was van de behandeling.
Beenmerg
Myelodysplastisch syndroom van het beenmerg (4x): Deze ernstige ziekte, gewoonlijk een voorbode van leukemie (bloedcelkanker), werd gezien bij drie patiënten. Bij één patiënt was voorafgaande chemotherapie een meer waarschijnlijke oorzaak van deze myelodysplasie; bij de andere patiënten kunnen we niet uitsluiten dat deze een bijwerking is van onze therapie.
Samengevat
In totaal zijn per augustus 2006 ernstige bijwerkingen dus 9x opgetreden. In 5 gevallen is het waarschijnlijk dat deze te maken hebben met de behandeling. Inmiddels zijn er meer dan 500 mensen behandeld, dus bij ongeveer 1% worden op langere termijn ernstige bijwerkingen gezien.