De therapie

Elke patiënt krijgt 4 maal therapie met tussenpozen van 6 - 10 weken. In de praktijk is dit meestal 9 weken.

Therapieën worden meestal gegeven op een donderdag en patiënten worden opgenomen tot de volgende dag (vrijdag), ongeveer 14.00 uur. Dit is vanwege de wetgeving die bepaalt dat leden van de bevolking, anders dan patiënten, zo min mogelijk aan radioactiviteit mogen worden blootgesteld. Tijdens deze opname zal de overtollige hoeveelheid radioactiviteit, die niet wordt opgenomen door de tumor, met de urine worden uitgescheiden. Soms worden de therapieën op dinsdag gegeven. Het ontslag is dan op woensdag om 14.00 uur.

Op de dag van de therapie worden patiënten op de afdeling Nucleaire Geneeskunde (centrumlocatie, L-vleugel, 2de verdieping) verwacht tussen 8.30 - 9.00 uur. Hier zullen de eerste voorbereidingen getroffen worden voor de therapie. Patiënten krijgen een infuusnaaldje en moeten een vragenlijst over kwaliteit van leven invullen. In principe is ruim voor de therapiedatum al uitgebreid bloed afgenomen, urineonderzoek gedaan en zijn algehele controles uitgevoerd (klachten inventarisatie, bloeddrukmeting, wegen). Zo niet dan vindt dit als nog plaats. Na alle voorbereidingen gaan de patiënten naar de therapieafdeling. Hier krijgen zij een korte rondleiding met uitleg over de afdeling.

Als alles en iedereen gereed is wordt gestart met de therapie (plusminus 11.00 - 11.30 uur). Eerst krijgen patiënten preventief iets tegen misselijkheid. Vervolgens worden de infusen (één met alleen fysiologisch zout en één met een oplossing van aminozuren) aangesloten, nog niet de radioactiviteit. De aminozuren dragen zorg voor een snellere passage van de radioactiviteit door de nieren, zodat deze niet teveel straling oplopen. De radioactiviteit volgt een half uur na de start van de oplossing met aminozuren. De patiënten mogen het eerste uur niet van hun stoel of bed af, hierna wel. Dit vanwege het gevaar op ongelukken en besmetting. De infusie van de radioactiviteit duurt in totaal een half uur en de infusie van de aminozuren duurt vier uur. Aan het eind van de infusies wordt alles afgekoppeld en wordt het infuusnaaldje verwijderd.

De volgende morgen (woensdag of vrijdag) worden alle patiënten gescand zodat we kunnen zien of de tumor de radioactiviteit heeft opgenomen en is er een kort gesprek met de arts. Om plusminus 14:00 h worden de patiënten ontslagen uit het ziekenhuis. Voor ontslag worden patiënten nagemeten om te bepalen hoeveel radioactiviteit er nog in hun lichaam zit. Met deze meting wordt de duur van de zogeheten leefregels bepaald.