... / Perskamer / Veel gestelde vragen vogelgriep

Veel gestelde vragen vogelgriep

Onderzoekers van het Erasmus MC hebben ontdekt dat het vogelgriepvirus zich gemakkelijker onder mensen kan gaan verspreiden dan tot nu toe gedacht. De onderzoekers hebben daarvoor mutaties aangebracht in het gevaarlijke virus. De belangrijkste vragen en antwoorden over dit onderzoek op een rijtje.

Waarom doet het Erasmus MC dit soort onderzoek?

Het Erasmus MC doet onderzoek om de volksgezondheid te verbeteren. Juist daarom is het noodzakelijk dat we onderzoek doen naar dit soort virussen. Een pandemie kan vele levens kosten. Alleen door deze onderzoeken komen we te weten welke risico’s virussen kunnen vormen en kunnen we strategieën bedenken om de risico’s zo gering mogelijk te houden. Bijvoorbeeld door vaccins en medicijnen te ontwikkelen waarmee we verspreiding van het virus kunnen afremmen en door het ontwikkelen van diagnostische tests. Doe je dit soort onderzoeken niet uit voorzorg, maar bijvoorbeeld pas als een virus zich al blijkt te verspreiden, dan is het te laat. Voor onderzoek en voor het ontwikkelen van tests, vaccins en medicijnen is veel tijd nodig. Ook dragen de uitkomsten van dit onderzoek ertoe bij dat gevaarlijker varianten van het virus bij uitbraken eerder herkend worden.


Worden de onderzoeksresultaten gepubliceerd in een wetenschappelijk tijdschrift?

De onderzoekers hebben een manuscript ingediend bij een wetenschappelijk tijdschrift. In overeenstemmming met de Nederlandse ‘Code of Conduct for Biosecurity’ (KNAW) en de Amerikaanse regels voor dit soort onderzoek heeft het tijdschrift het manuscript voor advies voorgelegd aan de National Science Advisory Board on Biosecurity (NSABB). De NSABB adviseert de Amerikaanse regering over hoe een onderzoek als deze gepubliceerd kan worden (bv met of zonder onderzoeksdetails en mutatiegegevens).

Waarom zouden de onderzoeksgegevens gepubliceerd moeten worden in een wetenschappelijk tijdschrift?

De informatie uit het onderzoek kan worden gebruikt om een pandemie te voorkomen, of om op voorhand vaccins en medicijnen te ontwikkelen. Dat kan het beste door de gegevens te publiceren in een wetenschappelijk tijdschrift. Andere wetenschappers of mensen die in het veld uitbraken monitoren, kunnen dan snel met deze gegevens aan de slag.

Is het mogelijk om de onderzoeksgegevens op een andere manier te krijgen bij de mensen die het nodig hebben? Op een manier waardoor niet iedereen bij de gegevens kan?

De NSABB adviseert dat de onderzoeksgegevens wel gedeeld kunnen worden met het wetenschappelijke veld onder geheimhoudingsplicht. Een belangrijke vraag die dan echter opkomt is: wie mag bepalen wie de geheime gegevens  krijgt en hoe?  De Rotterdamse onderzoekers stellen dat geheimhouding nagenoeg onmogelijk is gezien het feit dat de gegevens met honderden onderzoekers en overheden gedeeld moeten worden. Ze vinden het daarom beter als de gedetailleerde gegevens gepubliceerd kunnen worden in een vooraanstaand wetenschappelijk tijdschrift.

De onderzoekers zeggen dat de informatie met honderden mensen en instellingen gedeeld zou moeten worden. Met wie zou de informatie dan gedeeld moeten worden?

• In de eerste instantie met landen waar mensen, pluimvee en andere dieren recent zijn besmet met het H5N1virus of waar in de nabije toekomst besmettingen dreigen. Volgens de WHO en de Food and Agriculture Organization (FAO) van the Verenigde Naties zijn dat in ieder geval Bangladesh, Cambodja, China, Egypte, Hong Kong SAR-PRC, China, India Indonesië Iran, Israel, Japan, Korea, Mongolië, Myanmar, Nepal, de Palestijnse autonome gebieden en Vietnam.
• Ten tweede de wereldwijde WHO en FAO referentielaboratoria en andere laboratoria die gelieerd zijn aan de getroffen landen. Zij moeten gedetailleerd op de hoogte zijn om goede diagnostiek te kunnen doen en om goed te kunnen volgen hoe het virus zich ontwikkelt.
• Ten derde, bedrijven en onderzoeksinstellingen met onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma's gericht op diagnostische testen, vaccins en antivirale middelen voor het H5N1-virus. Zij moeten bijvoorbeeld weten of en hoe hun testen reageren op specifieke mutaties.
• Tot slot laboratoria die bestuderen hoe het H5N1 zich gedraagt bij ‘gastheren’ en in zoogdiermodellen. Daarnaast zijn er nog de labs die onderzoek doen met het virus en  het risico lopen dat ze zonder het te weten in het stadium komen dat het virus zich via de lucht kan verspreiden. Er zijn al onderzoeksgroepen in de wereld die werken met een virus dat 1 -3 stappen verwijderd is van een via de lucht verspreidbaar virus.

Hoe groot is het risico dat het virus zich gaat verspreiden onder mensen?

De onderzoekers concluderen dat het gemakkelijker gaat dan ze voorheen veronderstelden. Alle eerdere pandemische virussen zijn ontstaan door genetische vermenging (“reassortering”) van humane en dierlijke virussen. Ze gingen er van uit dat dat nu ook nodig zou zijn. Dat is echter niet zo; door slechts een handvol mutaties kan een H5N1 vogelgriep virus veranderen in een aerosol-overdraagbaar virus, dat zich via de luchtwegen van zoogdieren kan verspreiden. Alle gevonden mutaties komen individueel al in de natuur voor. Er is geen reden om aan te nemen dat een aerosol-overdraagbaar vogelgriep virus niet in de natuur kan ontstaan.


Kan dit gevaarlijke virus uit een laboratorium ontsnappen of in handen komen van mensen die kwaad willen, zoals bioterroristen?

Het onderzoek worden gedaan in een speciaal laboratorium waar extra veilig kan worden gewerkt met virussen als deze. De omstandigheden zijn zo dat ze maximale veiligheid bieden voor mens en omgeving. Deze ruimte heet ook wel een BSL3-plus laboratorium (waarbij BSL staat voor biosafety level). De luchtdruk in deze ruimten is bijvoorbeeld lager dan die van de omgeving, zodat de lucht altijd ‘naar binnen’ stroomt, en de lucht wordt met virusfilters schoongemaakt. Alleen goed getrainde en gevaccineerde onderzoekers kunnen het lab binnengaan via een sluis, met speciale kleding. Er wordt gewerkt in hermetisch afgesloten biologische veiligheidswerkbanken isolatoren waaruit vervuilde lucht niet kan ontsnappen. Materialen uit het lab blijven te allen tijde in het lab. Alle afval wordt gesteriliseerd voordat het wordt afgevoerd.
De onderzoeksgroep heeft het onderzoek uitgevoerd onder condities die de veiligheid voor mens en milieu waarborgen. De groep heeft een algemene ontheffing voor het werken met vogelgriepvirussen en heeft een milieuvergunning van het ministerie I&M. I&M heeft zich laten adviseren door COGEM, het onafhankelijk wetenschappelijk adviesorgaan van de overheid op het gebied van genetische modificatie. Daarnaast is het onderzoek uitgevoerd in opdracht van het Amerikaanse National Institutes of Health (NIH), en dus ook in internationaal kader door experts beoordeeld. Vanwege de Amerikaanse financiering moeten de onderzoekers niet alleen aan de Nederlandse wet- en regelgeving voldoen, maar ook aan de Amerikaanse. Iedere drie jaar worden de faciliteiten en onderzoekers gecontroleerd door inspecteurs van het “Centers of Disease Control” (CDC) in Atlanta. Ook tijdens de laatste inspectie van februari 2011 kwamen de inspecteurs tot een positief oordeel m.b.t. de veiligheid.
De faciliteiten zijn zwaar beveiligd en het virus wordt bewaard op een plek die niet toegankelijk is voor buitenstaanders. Het virus is ook niet zomaar na te maken omdat daar zeer specialistische kennis en apparatuur voor nodig is.


Kunnen onderzoekers besmet raken met het virus en het daarna verspreiden?

De laboratoriummedewerkers zijn uitgebreid getraind en nemen alle vereiste voorzorgsmaatregelen om veilig te kunnen werken in de onderzoeksruimte. De medewerkers zijn gevaccineerd. In het belang van ieders veiligheid, komen er geen onbevoegden in deze ruimte en worden werkzaamheden verricht onder toezicht van een Biologische Veiligheids Functionaris. In het onwaarschijnlijke geval van een incident zijn antivirale middelen beschikbaar om medewerkers te behandelen, en heeft het Erasmus MC faciliteiten om mensen na een mogelijke besmetting in een isolatieruimte onder te brengen.


Is het niet beter om dit soort onderzoeken achterwege te laten?

Een eventuele pandemie zou miljoenen levens kunnen kosten. Als dit soort onderzoeken worden gedaan onder maximaal veilige omstandigheden, zoals hierboven beschreven, zijn de voordelen van het onderzoek groter dan de risico’s.