De specialisten

De rol van de verschillende specialisten binnen het team.

Afwijkingen aan schedel en aangezicht kunnen invloed hebben op zo veel verschillende functies en organen, dat samenwerking van een aantal specialisten nodig is voor de behandeling. Een 'multidisciplinaire' behandeling dus, onder leiding van een craniofaciaal chirurg. De eerste beoordeling vindt bij voorkeur zo vroeg mogelijk na de geboorte plaats. Het kind blijft onder behandeling tot het volgroeid is.

Wat is de rol van de verschillende teamleden?

  • De craniofaciaal/plastisch chirurg
    Dit is een plastisch chirurg met specifieke training en ervaring in chirurgie van het aangezichtsskelet en de schedel, maar ook van de zogenaamde weke delen, waaronder worden verstaan huid, spieren, zenuwen, bloedvaten en organen zoals neus, boven en onderoogleden, de wangen, mond en oren.
  • De neurochirurg
    Deze is verantwoordelijk voor de neurologische beoordeling vóór de operatie en heeft een belangrijk aandeel in operaties waarbij de schedel moet worden geopend. Daarnaast begeleidt de neurochirurg de patiënt direct na de operatie en op langere termijn voert hij of zij controles uit van de hersenfuncties.
  • De maxillofaciaal chirurg
    Dit is een kaakchirurg met een vooropleiding genees- en tandheelkunde en met specifieke ervaring in chirurgie van het aangezichtskelet.
  • De hand-/microchirurg
    Dit is een plastisch chirurg die zich specifiek bezighoudt met aangeboren handmisvormingen, die veel voorkomen bij de zogeheten craniosynostose-syndromen. In de functie van microchirurg levert deze specialist een belangrijke bijdrage bij het inzetten van grote weefsellappen in het gelaat.
  • De keel/neus/oorarts
    Veel afwijkingen gaan gepaard met neuspassage-stoornissen, ontstekingen van het middenoor en/of gehoor- en spraakproblemen. Dergelijke klachten worden door de KNO-arts behandeld. Onder zijn of haar verantwoordelijkheid vallen ook de gehoortest en het spraakstoornis-onderzoek.
  • De oogarts
    Veel voorkomende afwijkingen zoals gezichtsvermindering, scheelzien en een lui oog worden door de oogarts behandeld. Craniofaciale chirurgie is dikwijls oogkaschirurgie, waarbij de oogarts een belangrijke functie heeft.
  • De kinderarts
    Deze heeft tot taak vóór de operatie andere aangeboren afwijkingen - bijvoorbeeld aan nieren of hart - op te sporen, of stofwisselings- of bloedziekten vast te stellen die tot de ziekte hebben kunnen leiden.
  • De kinder(-intensive care-)arts
    De kinder-(intensive care-)arts Heeft de leiding over de intensive care-afdeling, waar de kinderen na een schedeloperatie - of andere langdurige operatie - verblijven en 24 uur per dag worden gecontroleerd. Hij of zij bepaalt op welk moment het kind weer naar een gewone verpleegafdeling kan. Daarnaast spelen zij een cruciale rol in de analyse en behandeling ven het Obstructief Slaap Apneu Syndroom.
  • De kinderanaesthesist
    Craniofaciale operaties zijn langdurige ingrepen, die vaak bij heel kleine kinderen plaatsvinden. De kinderanaesthesist is bij uitstek zeer bedreven in het geven van anaesthesie op zo'n jonge leeftijd en is ook goed op de hoogte van mogelijke complicerende factoren.
  • De orthodontist
    Als lid van een craniofaciaal team zorgt de orthodontist voor de niet-chirurgische behandeling van afwijkingen van de stand van de kaken. Hij/zij zorgt voor de voor- en nabehandeling bij kaakoperaties en volgt de groei met behulp van röntgenfoto's en afdrukken. Eventueel kunnen ook andere gespecialiseerde medewerkers, zoals tandarts, gehoorspecialist (foniater), en spraaktherapeut (logopedist) worden ingeschakeld.
  • De klinisch geneticus
    Deze specialist op het gebied van DNA en chromosomen afwijkingen geeft erfelijkheidsadvies over de diverse ziektebeelden. Soms kan een definitieve diagnose pas worden gesteld na het onderzoek door de geneticus.
  • De psycholoog
    De psycholoog volgt het kind in diens ontwikkeling en helpt het kind en zijn/haar ouders bij het leren omgaan met de aangeboren afwijking. Ook wanneer er zich problemen voordoen of er vragen zijn rondom bijvoorbeeld de schoolkeuze van het kind, kan de psycholoog hulp bieden.
  • De maatschappelijk werker
    Begeleidt de ouders en het gezin bij problemen die een gevolg zijn van de aandoening, behandeling en/of ziekenhuisopname. Zij kan een directe vraagbaak zijn voor het gezin en kan contact leggen met de verschillende instanties binnen en buiten het ziekenhuis.
  • De nurse practitioner
    Heeft een centrale rol in de begeleiding van de patiënt en zijn/haar ouders gedurende het behandelproces. Begeleidt de ouders en het gezin bij problemen die een gevolg zijn van de aandoening, behandeling en/of ziekenhuisopname. Zij kan een directe vraagbaak zijn voor het gezin en kan contact leggen met de verschillende instanties binnen en buiten het ziekenhuis.
  • De verpleegkundige
    Van opname tot ontslag is de verpleegkundige verantwoordelijk voor de dagelijkse verzorging en verpleging van het kind.
  • De coördinatrice-secretaresse
    Heeft een centrale rol in de coördinatie van het zorgproces. Zij verzorgt de organisatie van opnames en onderzoeken in samenwerking met de nurse practitioner en kan contact leggen met de verschillende instanties binnen en buiten het ziekenhuis.