... / ... / ... / ... / Behandeling / Complicaties en groeiproblemen

Complicaties en groeiproblemen

Hier vindt u informatie over complicaties en groeiproblemen na een operatie.

Complicaties
De ernstigste complicaties bij een craniofaciale operatie zijn verlies van gezichtsvermogen en overlijden. Gelukkig komen deze slechts zeer zelden voor. De minder ernstige complicaties, zoals dubbelzien, infectie, bloeding en lekkage van hersenvocht, zijn goed te behandelen en hebben meestal geen consequenties voor het uiteindelijke resultaat. Wel zal het kind langer in het ziekenhuis moeten blijven.

Doordat in het Sophia Kinderziekenhuis dit soort ingrepen minimaal twee tot drie keer per week worden uitgevoerd, bestaat er een grote hoeveelheid ervaring bij het operatieteam. De operatie wordt begeleid door een speciale kinder-anesthesist en alle betrokken chirurgen hebben zich specifiek toegelegd op deze vorm van chirurgie. Het Sophia Kinderziekenhuis heeft daarnaast de grootste kinderchirurgische Intensive Care van Nederland en beschikt daarmee over veel specifieke kennis en kunde op het gebied van de zorg die jonge kinderen nu eenmaal nodig hebben na dit soort ingrepen.

Groeiproblemen
De meeste problemen hebben te maken met het gedeeltelijk oplossen van bottransplantaten, waardoor het resultaat minder wordt dan in eerste instantie werd bereikt. Ook kan het resultaat op lange termijn nadelig worden beïnvloed door de verminderde groeimogelijkheid van het aangedane bot. De tijd kan echter ook in het voordeel werken, doordat de problemen tijdens de groei minder worden, zoals bijvoorbeeld ademhalingsproblemen bij de Pierre Robin-sequentie- waarbij de onderkaak in groei achterblijft en de tong de ademhaling kan blokkeren - of bij Treacher Collins.

Als algemene regel kan worden aangehouden dat afwijkingen aan de schedel, in de bovenste helft van het gezicht, vroeg moeten worden gecorrigeerd om de hersenen te kunnen laten uitgroeien, en ook vroeg kunnen worden uitgevoerd met blijvend resultaat.

Afwijkingen in de onderste helft van het gezicht, bijvoorbeeld van de onderkaak, kunnen beter op een later tijdstip en soms zelfs na de volledige uitgroei worden behandeld, om herhaling van een operatie te voorkomen.

Desondanks zal nog veel studie nodig zijn om met meer zekerheid te kunnen aangeven wat de beste tijd is om te behandelen en te opereren. Kinderen met een craniofaciale afwijking zullen bij voorkeur worden opgenomen in een kinderziekenhuis. Daar is de beste opvang en sfeer voor uw kind, omdat de verpleging is ingesteld op de opvang van kinderen en de specialisten hun specifieke interesse in en kennis van de behandeling hebben.