Gespleten hand

Hoe kom je aan een gespleten hand? Wat doen dokters eraan? Dit en veel meer vind je hier

Wat is het?

Sommige kinderen worden geboren met een diepe spleet in de hand. Die spleet lijkt ook wel op een U of een V. Dit wordt ook wel een cleft hand, gespleten hand of kreefthand genoemd.

Het komt weinig voor. Per jaar worden in Nederland ongeveer 10 tot 15 kinderen met een of twee gespleten handen geboren.

Hoe komt het?

Soms kan een gespleten hand erfelijk zijn. Dat betekent dat andere mensen uit de familie het hebben en dat jouw kinderen later ook een gespleten hand kunnen krijgen. Meestal lijkt de spleet in je hand dan meer op een V. In ons team zit een dokter die daar speciaal naar kijkt, een klinisch geneticus. Die kan verder kijken waarom je een gespleten hand hebt gekregen en of er andere afwijkingen zijn. Als dat zo is, onderzoekt de klinisch geneticus of je geen syndroom hebt. Als je een syndroom hebt, betekent dat dat je meer lichaamsdelen hebt die niet goed werken. Er zijn dan ook andere kinderen waarbij precies dezelfde delen van hun lichaam niet goed werken. Dat kan ook weer erfelijk zijn.

Sommige kinderen met een gespleten hand zijn de enigen in hun familie die dat hebben. Meestal lijkt de spleet in je hand dan meer op een U. We denken dat dit komt doordat je hand niet helemaal goed is gegroeid voordat je geboren bent. Als dat zo is, is het niet erfelijk.

Wat kunnen we eraan doen?

Als je een gespleten hand hebt, kan je meestal je handen minder goed gebruiken. Daarom wordt voorgesteld je hand te opereren. De operatie wordt in het ziekenhuis gedaan door een dokter gedaan die hier verstand van heeft. Zo’n dokter heet een plastisch (hand)chirurg.

Wat gebeurt er voor,tijdens en na de operatie in het ziekenhuis?

Een anaesthesist (dat is een ‘slaapdokter’) komt voor de operatie bij je om je in slaap te brengen. Je krijgt een kapje over je mond of een prikje en dan val je in slaap. Je voelt dan ook geen pijn van de operatie. Dit heet een narcose. Pas als je goed onder narcose bent, begint de operatie.

Na de operatie wordt je hand goed in de gaten gehouden. Soms mag je aan het einde van de dag naar huis, soms moet je een nachtje in het ziekenhuis blijven slapen. Iemand mag wel bij je blijven, dus je bent niet alleen.

Na de operatie kan je wel wat pijn hebben. In het ziekenhuis worden medicijnen gegeven die ervoor zorgen dat je minder pijn hebt. Als je naar huis gaat zit er gips of verband om je hand en arm.

Wat gebeurt er in de weken, maanden, jaren na de operatie?

Een paar dagen later moet je naar het ziekenhuis voor controle om je hand te laten zien. De dokter zal met je afspreken wanneer je weer in bad mag, en wanneer je moet gaan oefenen met je hand. Hierbij zal je soms geholpen worden door een handtherapeute. Daarna mag je weer naar huis.

Het zal langzaam beter gaan met je hand en dan kan je je hand weer gebruiken. Waarschijnlijk zal je in de jaren na de operatie nog wel eens op controle moeten komen.