... / ... / ... / Zorglijn P1 / De behandeling

De behandeling

Misschien komt u binnenkort in behandeling op de zorglijn Vroege psychose. U vraagt zich wellicht af wat de behandeling ongeveer inhoudt. En hoe ziet een gemiddelde dag op de afdeling er uit? Wat is het verschil tussen de open en de gesloten zorglijn? Op al deze en andere vragen kunt u op deze site de antwoorden vinden.


Algemeen

Hoe ziet de afdeling eruit?

P1 bestaat uit twee groepen: een open en een gesloten groep.

De open groep bestaat uit elf slaapkamers, met in totaal zestien bedden. Iedere kamer is voorzien van een douche. Verder zijn er de huiskamer, de eetkamer, een gesprekskamer en de wasruimte. In de huiskamer mag worden gerookt.

De gesloten groep bestaat uit acht slaapkamers, met in totaal veertien bedden. Ook hier is iedere kamer voorzien van een douche. Verder zijn er twee aanééngrenzende huiskamers (in één ervan mag gerookt worden), de therapieruimte, de separeerverblijven met voorruimte, de tafeltennisruimte, de gesprekskamer en de wasruimte.

Tussen de open en de gesloten groep bevindt zich nog de onderzoekskamer. Op de dag van opname wordt hier het lichamelijk onderzoek verricht. Verder worden er kleine medische handelingen gedaan, zoals het afnemen van bloed.
Verder is er op de 0e etage een sportzaal, een ruimte voor creatieve therapie en een (multifunctionele) bewegingsruimte.


De observatie periode

De eerste periode van de behandeling wordt ook wel de observatieperiode genoemd. De naam zegt het al; aan de hand van observaties van de medewerkers, aan de hand van uw eigen ervaringen en aan de hand van ervaringen van uw familie wordt er geprobeerd te achterhalen of u werkelijk een psychose heeft.

Is dit inderdaad het geval, dan wordt er vervolgens bekeken wat de oorzaak van de psychose is. Hiervoor wordt soms aanvullend onderzoek gedaan zoals een MRI-scan of psychologisch onderzoek. Oorzaken van een psychose kunnen bijvoorbeeld zijn schizofrenie, veel en langdurig gebruik van cannabis of een neurologische afwijking. Andere oorzaken zijn persoonlijkheidsstoornissen, bipolaire stoornissen of hormonale stoornissen. In de observatieperiode wordt een voorlopige diagnose gesteld.
Is gebleken dat u niet psychotisch bent, maar u heeft toch bepaalde hulp nodig, dan wordt samen met u bekeken wat voor u de beste oplossing is.

Ook krijgt u in deze periode een verpleegkundige en een arts toegewezen. Deze verpleegkundige is uw persoonlijke begeleider, hij of zij is uw eerste aanspreekpunt gedurende uw opname.
Daarnaast krijgt u een arts toegewezen. Met de arts heeft u wekelijks gesprekken. Ook stelt de arts samen met u een behandelplan op.


Wat kan ik van de behandeling verwachten?

Ongeacht of u op de gesloten of de open groep opgenomen bent of behandeld wordt bij de dagbehandeling, in grote lijnen bestaat de behandeling uit dezelfde onderdelen.
De reden dat u op P1 behandeld gaat worden (of behandeld wordt), zal in verreweg de meeste gevallen zijn, dat u symptomen heeft die wijzen op een psychose. Een korte uitleg over wat een psychose is: Een psychose is een storing in de hersenen waardoor iemand de werkelijkheid anders waarneemt dan anderen. Zo kan het bijvoorbeeld zijn dat iemand stemmen hoort, of dat iemand steeds het gevoel heeft dat anderen hem aanstaren of zelfs achtervolgen.


De behandeling van een psychose

In verreweg de meeste gevallen zal een psychose behandeld worden met medicijnen, zogeheten anti-psychotica. Het kan soms enige tijd duren voordat de medicatie is ingewerkt: het kan zijn dat u pas na drie weken een vermindering van klachten ervaart.
Daarnaast krijgen mensen met een psychose ook psycho-educatie. Psycho-educatie is het leren omgaan met een psychose: hoe herken ik een psychose? En hoe voorkom ik een psychose? Deze vragen en andere, komen bij psycho-educatie aan de orde. Zowel aan u als aan uw familie wordt psycho-educatie gegeven. Op de open groep wordt veel psycho-educatie gegeven in groepsverband. Tijdens de Liberman training, de Goldstein training en de cognitieve therapie komt dat regelmatig naar voren. Ook wordt er individuele psycho-educatie gegeven, meestal aan de hand van een of meerdere informatiebrochures.
Het kan zijn dat in uw geval de psychose nooit helemaal zal verdwijnen. Dat betekent dat u wellicht voor een groot deel van uw leven medicatie nodig heeft. Het is daarom erg belangrijk dat er goed uitgezocht wordt welk medicijn het meest geschikt voor u is. Er zijn namelijk verschillende soorten anti-psychotica, die allemaal net iets anders werken. De arts gaat samen met u proberen welk medicijn voor u het beste werkt. Er wordt dan gekeken naar het medicijn dat bij u de verschijnselen van de psychose zo veel mogelijk tegen gaat, en daarbij de minste bijwerkingen heeft.

Bent u eenmaal ingesteld op de medicatie, dan kunnen er stappen ondernomen worden om met ontslag te gaan.