Brachytherapie (inwendige bestraling)
Brachytherapie (inwendige bestraling)
Het Griekse woord ‘brachy' betekent dichtbij. Brachytherapie is dan ook een
bestraling dichtbij de tumor, een inwendige bestraling. Omdat bij
brachytherapie de dosis heel geconcentreerd wordt afgegeven is het meer nog
dan bij teletherapie (uitwendige bestraling) mogelijk om het omliggende
weefsel te sparen.
De behandeling
Bij brachytherapie wordt een applicator ingebracht in het orgaan waarin de
tumor zit. Voor verschillende organen worden verschillende soorten
applicatoren gebruikt. Nadat de applicator is geplaatst worden
röntgenfoto's of wordt een CT-scan gemaakt. Aan de hand daarvan wordt een
dosisplan gemaakt om het doelgebied zo goed mogelijk te bestralen en het
omliggende weefsel zo veel mogelijk te sparen. Soms wordt ook gebruik
gemaakt van standaardplanning welke direct in het bestralingstoestel kan
worden opgeroepen.
De applicator wordt door middel van een verbindingsbuis (transfertube)
gekoppeld aan de afterloader (bestralingstoestel). Deze afterloader bevat
een stalen kabel met aan het einde een radioactief bronnetje. Dit
192-Iridium bronnetje is ongeveer 2-3 mm lang en heeft een doorsnede van 1
mm. De stalen kabel wordt met behulp van een motor uit de afterloader
gestuurd, door de transfertube gevoerd en komt uiteindelijk in de
applicator stil te staan.
Het bestralingsplan geeft aan op welke afstand, vanaf de afterloader
gerekend, de bron stil moet staan om precies in de tumor zijn dosis af te
geven. Indien nodig kan de bron op verschillende posities stil staan, om de
2.5 of om de 5 mm. Verder staat er in het bestralingsplan hoe lang het
bronnetje stil moet staan, hoe langer hij stil staat, hoe groter de dosis
is die wordt afgegeven in de tumor. Een bestralingsplan wordt altijd
gecontroleerd door een andere laborant, de radiotherapeut en een
fysicus.
Meestal wordt gebruik gemaakt van meerdere kanalen. Wanneer 1 kanaal
bestraald is gaat de bron naar het volgende kanaal, om daar de bestraling
af te geven.
De afterloader bevat ook een dummykabel. Deze kabel heeft dezelfde afmeting
als de kabel met bron. Deze dummy gaat eerst het hele traject af om in de
applicator te komen en te testen of er ergens een weerstand is waardoor
mogelijk geen bestraling kan plaatsvinden. Het voordeel van een dummykabel
is dat de echte radioactieve bron in principe niet kan botsen, omdat de weg
vrij moet zijn om de bestraling te starten.
De energie van het radioactieve bronnetje is zo hoog dat het weefsel in de
buurt van de applicator een hoge stralingsdosis krijgt, maar dat het
omliggende weefsel vrijwel geen dosis krijgt. Op deze manier kunnen
omliggende organen veel beter worden gespaard en kan de tumor een veel
hogere dosis krijgen. Dit is ook direct het grote voordeel van
brachytherapie ten opzichte van uitwendige radiotherapie. Een nadeel is
echter dat alleen kleine tumoren hiermee behandeld kunnen worden.
Het Erasmus MC-Daniel den Hoed heeft een zeer uitgebreide Brachytherapie
afdeling. Onze faciliteiten zijn:
- Eigen operatiekamer
- IBU (een isocentrisch röntgendoorlichtingstoestel waarmee ook foto's gemaakt kunnen worden)
- CT-scan
- Afterloader met een hoog dosistempo (HDR=High Dose Rate)
- 2 Afterloaders met een lager dosistempo waarmee we gepulseerde bestralingen kunnen geven (PDR=Pulse Dose Rate). Deze staan op de verpleegafdeling Radiotherapie in twee speciaal daarvoor aangepaste kamers.
Met al deze faciliteiten kunnen we in het Erasmus MC-Daniel den Hoed een diversiteit aan behandelingen uitvoeren met behulp van brachytherapie:
- Wang/Neus
- Keelamandel/ tong/ gehemelte/ mondholte
- Nasopharynx (neusholte)
- Slokdarm
- Baarmoeder
- Vagina
- Prostaat
- Blaas
- Intraoperatieve bestraling met behulp van een FIT in bijvoorbeeld de buik- en borstholte
-
Littekens