Radiotherapie
Over kanker en de betekenis van radiotherapie bij de bestrijding van kanker.
Wat is kanker
Ons lichaam bestaat uit miljarden cellen. Deze cellen vernieuwen zich
voortdurend. Oude cellen verdwijnen, nieuwe ontstaan. Dit zogeheten
'celdelingsproces' speelt zich onmerkbaar af. Alleen bij de huid is het wel
eens te zien, bijvoorbeeld als een wondje geneest. Tijdens het
celdelingsproces kan iets fout gaan. Sommige cellen gaan zich op een
bepaalde plaats in het lichaam sneller delen dan normaal. De opeenhoping
van cellen die dan ontstaat heet een gezwel. Bij kanker is dit een
kwaadaardig gezwel. Het heeft de neiging te blijven groeien en vormt in de
meeste gevallen een bedreiging voor gezond weefsel.
Wat is Radiotherapie
Letterlijk betekent 'radiotherapie' : behandeling met behulp van straling.
Het is een van de behandelmethodes om kanker te genezen. De straling wordt
precies gericht op het gebied dat behandeld moet worden. De rest van het
lichaam ontvangt daarbij vrijwel geen straling. De afdeling Radiotherapie
van het Erasmus MC-Daniel den Hoed maakt gebruik van verschillende
behandelmethodes; uitwendige bestraling (teletherapie,
waaronder ook stereotactische radiotherapie), inwendige bestraling (brachytherapie) en
warmtebehandeling (hyperthermie). Soms
worden deze behandelmethodes gecombineerd om een optimaal resultaat te
bereiken.
Waarom radiotherapie
Radiotherapie kan de groei van het gezwel stoppen, omdat de cellen van een
gezwel vaak gevoelig zijn voor straling. Door bestraling worden deze cellen
gedood. Het gezwel kan uiteindelijk in zijn geheel verdwijnen.
Radiotherapie wordt ook vaak toegepast nadat een gezwel operatief is
verwijderd. Bestraling wordt dan gegeven om eventueel achtergebleven cellen
in dat gebied te vernietigen. Wanneer genezing niet meer mogelijk is wordt
radiotherapie veelvuldig toegepast om pijn te verminderen.
Radiotherapie: een individuele behandeling
Om een gezwel te bereiken moeten de stralen bijna altijd door gezond
weefsel heen. Dit weefsel is minder gevoelig voor straling, maar wordt wel
beschadigd. Na de behandeling herstelt dit zich doorgaans.
Aan de hand van lichamelijk onderzoek en andere onderzoeken stelt de arts
(radiotherapeut) een 'behandelplan' op. De arts bepaalt op welke wijze de
stralen het best toegediend kunnen worden. Het gezonde weefsel krijgt
daardoor zo min mogelijk stralen, terwijl het gezwel wel de stralen krijgt
die nodig zijn. De totale hoeveelheid stralen die nodig is om een gezwel te
vernietigen wordt vrijwel altijd verdeeld over een aantal dagen. Dit kan
variëren van 1 dag tot ongeveer 40 dagen. Het hangt af van de aard en de
plaats van het gezwel. De duur van de behandeling zegt niets over de ernst
van de aandoening. Een behandelplan kan in de loop van de behandeling
aangepast worden.
Nadat de behandeling is gestopt, gaat de werking van de stralen nog enige
tijd door. Het uiteindelijke resultaat wordt daardoor pas een aantal weken
tot maanden na afloop van de behandeling bereikt.