CORTICOSTEROÏDEN
Corticosteroïden zijn middelen die behoren tot de bijnierschorshormonen, prednison behoort tot deze groep medicijnen.
Er wordt bij corticosteroïden onderscheidt gemaakt tussen tabletten en injecties. Beiden worden hieronder nader toegelicht.
Prednison
Het doel van deze behandeling is de reumatische ziekte tot rust te brengen.
Klachten als pijn, stijfheid en zwelling moeten dan afnemen. Prednison
bestaat in de vorm van tabletten van 5 mg. Wanneer de patiënt per dag
meerdere tabletten moet gebruiken, kan de apotheek deze tabletten verwerken
in 1 capsule.
Werking
Prednison remt gewrichtsontstekingen af. Ook verwacht men dat ze schade
aan de gewrichten beperken. Prednison werkt snel, soms al binnen 48 uur.
Toch duurt het vaak enkele weken voordat de patiënt het beoogde resultaat
bereikt.
Dosering
De patiënt dient het aantal tabletten prednison in te nemen dat de
reumatoloog voorschrijft. De patiënt kan ze het beste vroeg in de ochtend
innemen. De tabletten of capsules neemt de patiënt in één keer in, vlak
voor of tijdens de maaltijd (het ontbijt), met water of melk, tenzij de
reumatoloog anders voorschrijft. Tegen de bittere smaak kan de patiënt de
tabletten met een lepel vla of yoghurt innemen. Soms moet de patiënt
beginnen met een hogere dosering. In overleg met de reumatoloog kan de
patiënt de tabletten over de dag verdelen.
De reumatoloog zal samen met de patiënt bepalen hoe lang de patiënt
prednison moet gebruiken.
Wanneer er veel van het lichaam wordt gevraagd, kan het nodig zijn om de
dosering kortdurend te verhogen. Dit is het geval als de patiënt geopereerd
moet worden of een infectie of een andere ziekte krijgt. Normaal gesproken
zou de bijnierschors in deze situaties reageren met een toename van de
corticosteroïdproductie. Maar omdat de patiënt het als medicijn slikt,
produceert de bijnierschors niets meer. Binnen enkele dagen tot weken bouwt
de patiënt af naar een onderhoudsdosering.
Controle
Hoe hoger de dosering, hoe meer kans de patiënt heeft op bijwerkingen.
De reumatoloog controleert de patiënt regelmatig wanneer hij of zij dit
medicijn gebruikt. Hij of zij let dan vooral op het gewicht en bloeddruk.
Af en toe laat hij of zij bloedonderzoek doen.
Het is van groot belang dat de patiënt nooit zomaar stopt met prednison,
zeker als de patiënt het medicijn langer dan 2 weken slikt. Door prednison
maakt de eigen bijnierschors zelf geen of nauwelijks corticosteroïden aan.
Door rustig af te bouwen, komt dit langzaam weer op gang. Als de patiënt
plotseling stopt, kan de patiënt last krijgen van diarree, misselijkheid,
zwakte en vermoeidheid.
Afhankelijk van de hoeveelheid prednison die de patiënt gebruikt, kan het
afbouwen enkele maanden tot 1 jaar duren.
Wat mag de patiënt wel/niet doen
De patiënt mag met prednison autorijden. Er zijn geen beperkingen ten
aanzien van alcoholgebruik of voedingsgewoonten. De patiënt mag nooit
plotseling stoppen met dit middel.
Corticosteroïd injecties
Werking
De werkzame stof prednison remt ontstekingen aan de gewrichten. De laatste
tijd gaat men ervan uit dat ze ook schade aan de gewrichten kunnen
beperken.
Dosering
Tegen de pijn en zwelling in een van de gewrichten heeft de reumatoloog de
patiënt een injectie in dit gewricht gegeven. Wanneer de patiënt last heeft
van meerdere gewrichten, kan de patiënt de injectie ook in een bilspier
krijgen. De injectie bevat meestal een combinatie van het corticosteroïd
met een verdovend middel. Soms krijgt de patiënt het corticosteroïd zonder
verdovend middel in een gewricht gespoten.
De eerste paar uren na een injectie in het gewricht kan de pijn snel
afnemen door een verdovend middel. Deze werking duurt maar kort. Na 1 tot 2
weken is het effect van het corticosteroïd te beoordelen. Bij onvoldoende
effect kan de patiënt nog een injectie krijgen. De tijd tussen de injecties
zal meestal niet korter zijn dan 2 weken. Het is beter om per gewricht niet
meer dan 3 tot 4 injecties per jaar te geven.
Wat mag de patiënt wel/niet doen
Na een injectie in een gewricht mag de patiënt dit gewricht niet belasten
gedurende tenminste 24 uur. Zo voorkomt de patiënt dat het middel zich in
het lichaam verspreidt. Als dit wel gebeurt, is het minder werkzaam is in
het gewricht en is de kans op bijwerkingen verhoogd.