2 Communicatie
De beroepsbeoefenaar communiceert effectief met de patiënt en diens naasten om patiëntgerichte zorg te geven.
Communicatie met patiënten en diens naasten vormt een essentieel onderdeel van de begeleiding gedurende het ziekte- en behandeltraject. De confrontatie met een gezondheidsprobleem brengt voor iedere patiënt in meer of mindere mate fysieke en/of psychosociale veranderingen teweeg. Veranderingen die gepaard gaan met velerlei emoties en gevoelens. De mate waarin en de wijze waarop de patiënt met deze gevoelens omgaat wordt beïnvloed door persoonlijkheidskenmerken, levenservaring, de sociale context, cultuur en het maatschappelijk functioneren. Jij kan op basis van die observaties de juiste zorgvragen onderkennen, interventies vaststellen en de begeleiding daarop afstemmen.
Ook krijg je gedurende de uitoefening van je beroep met diverse ontwikkelingen en trends te maken, die van invloed kunnen zijn op de begeleiding.
Gedragsindicatoren
De beroepsbeoefenaar:
- communiceert op methodische wijze met de patiënt en diens naasten, afgestemd op culturele, levensbeschouwelijke en sociale aspecten en rekening houdend met de omstandigheden;
- stelt de patiënt en diens naasten in staat het evenwicht te vinden tussen enerzijds de gevolgen van de ziekte en de medische behandeling en anderzijds de eisen die hij of zij stelt aan eigen leven en levensstijl;
- ondersteunt en bevordert transitieprocessen door middel van psychosociale en (ped)agogische begeleiding(*).
* alleen van toepassing op de leerwegen t.b.v. de verpleegkundige vervolgopleidingen.