... / ... / ... / ... / 7 Kerncompetenties / 4 Kennis en wetenschap

4 Kennis en wetenschap

Om de kwaliteit van het beroep op peil te houden en te ontwikkelen werkt de beroepsbeoefenaar aan de bevordering van de eigen deskundigheid en die van anderen.

Je bent zelf verantwoordelijk voor het onderhouden en (verder) ontwikkelen van je bekwaamheden en professionele kennis en kunde. Je houdt vakinhoudelijke ontwikkelingen bij en kunt kritisch reflecteren op je eigen competenties, professionaliteit en de groei daarvan.
Je bent je er van bewust dat kennis snel veroudert en dat inzichten onderhevig zijn aan verandering. Je volgt de nieuwe ontwikkelingen daarom op de voet en zoekt actief naar bewijs (evidence based en best practice) waaruit blijkt dat de beste zorg gegeven wordt. Teneinde de kwaliteit van zorg te handhaven en/of te verbeteren lever je een bijdrage aan de implementatie van (nieuwe) kennis en inzichten in de beroepspraktijk
In de beroepspraktijk is iedere nieuwe ervaring een leermoment. Je benut de mogelijkheden om feedback te vragen en je ervaring te delen met anderen. Daarbij begeleid en ondersteun je andere beroepsbeoefenaren actief bij het bevorderen van hun deskundigheid, zowel binnen je eigen discipline als daarbuiten. 

Gedragsindicatoren
De beroepsbeoefenaar:

  • gaat uit van een leven lang leren en destilleert leermogelijkheden uit de eigen beroepspraktijk met behulp de juiste instrumenten;
  • ondersteunt en bevordert de beroepsdeskundigheid van de medewerker door te coachen op eigen verantwoordelijkheid en op het leerproces van de medewerker;
  • herkent en erkent de grenzen van de eigen deskundigheid en schakelt andere disciplines in als de eigen deskundigheid ontoereikend is;
  • neemt beslissingen op basis van het best beschikbare bewijs (EBP).

Terug naar de 7 kerncompetenties