... / ... / ... / ... / 7 Kerncompetenties / 5 Maatschappelijk handelen

5 Maatschappelijk handelen

De beroepsbeoefenaar gebruikt op een verantwoorde wijze haar of zijn expertise en invloed ten voordele van de gezondheid en het welzijn van de individuele patiënt, groepen patiënten en de samenleving (GVO).

Het geven van voorlichting, advies en instructie is een belangrijk onderdeel van het zorg- en behandelproces. Kennis en inzicht in de aandoening, de behandelingsmogelijkheden en de eventuele bijwerkingen en/of complicaties zijn een voorwaarde voor de patiënt om te kunnen participeren in het zorgtraject en het behandelplan. De beroepsbeoefenaar wordt steeds meer geconfronteerd met patiënten die actief mee willen beslissen over zijn of haar behandeling. Daarnaast zijn er patiënten die deze beslissingen liever overlaten aan de betrokken beroepsbeoefenaren. In de voorlichting, het advies en de instructie zal je steeds de afweging maken wat wenselijk, mogelijk en noodzakelijk is voor de individuele patiënt om het welbevinden, de zelfredzaamheid en de veiligheid van de patiënt te waarborgen en te bevorderen.

Gedragsindicatoren
De beroepsbeoefenaar:

  • geeft op methodische wijze voorlichting, advies en instructie om de risico's ten gevolge van de aandoening en behandeling bij de patiënt zoveel mogelijk te beperken;
  • organiseert en coördineert gezondheidsvoorlichting en preventieve zorgprogramma's op afdelings- en organisatieniveau(*);
  • treedt adequaat op bij incidenten in de zorg met als doel de veiligheid van de patiënt te waarborgen en te verbeteren.

Terug naar de 7 kerncompetenties