target menu
 

CYP2C9

Acenocoumarol, diclofenac, ibuprofen...

Bepaling
CYP2C9 genotypering
430C>T (*2)
1075A>C (*3)

Klinische informatie
Ongeveer 3-5% van de blanke bevolking is een CYP2C9 trage metaboliseerder (poor metaboliser: PM) door de aanwezigheid van twee variant allelen. De belangrijkste varianten zijn *2  en *3, beiden coderend voor inactief CYP2C9 (www.cypalleles.ki.se). Heterozygoten (1 actief en 1 inactief allel) vertonen een intermediair metabolisme (IM).

Betrokken geneesmiddelen (o.a.)
Acenocoumarol, diclofenac, ibuprofen, fenprocoumon, fenytoïne, glipizide, naproxen, tolbutamide, warfarine (zie ook www.drug-interactions.com). Screening voor aanvang therapie wordt momenteel alleen overwogen voor acenocoumarol en warfarine.

Methode
TaqMan en PCR-RFLP op 430C>T en 1075A>C.

Materiaal
EDTA-bloed (4 mL). Opslag in koelkast (max 4 dagen), verzenden kan bij kamertemperatuur.

Uitkomst van de test

 Normaal 

  CYP2C9*1/*1

(= geen *2 en geen *3 allel aanwezig)

 Intermediair   CYP2C9*1/*2, *1/*3
 Traag CYP2C9*2/*2, *2/*3, *3/*3

De vertaling naar normaal, intermediair en traag metabolisme is een veralgemenisering van het effect op de enzymactiviteit, gebaseerd op de omzetting van een standaard substraat. Voor niet alle geneesmiddelen zal dit onderscheid even sterk aanwezig zijn.

De omzetting van warfarine en acenocoumarol is sterker verminderd voor het CYP2C9*3 allel dan voor het CYP2C9*2 allel.

Referentiewaarden
Caucasiers:            2-5% traag, 15% intermediair metabolisme
Afrikanen:               1% traag,  4% intermediair metabolisme
Aziaten:                   1% traag, 3% intermediair metabolisme

 

 Allelfrequenties*2  *3 
 Caucasiers 11% 4.3%
 Afrikanen  3.6%  1.2%
 Aziaten  0%  3.0%


Interpretatie en consequenties voor therapie:
Voor doseringsaanpassingen op basis van genotype: raadpleeg apotheker, KNMP kennisbank of zie Swen et al 2008 CPT 83:781-7.

Gevoeligheid en beperkingen
Detecteert ~95% (beperkt pakket) of >99% (uitgebreid pakket) van alle (genetisch veroorzaakte) trage metaboliseerders. Traag metabolisme als gevolg van zeldzamere DNA varianten kan niet 100% worden uitgesloten.


Bepalingsfrequentie:
Wekelijks.

Literatuur:

  1. Goldstein JA. Clinical relevance of genetic polymorphisms in the human CYP2C subfamily. Br J Clin Pharmacol. 2001 Oct;52(4):349-55. Review.
  2. Becker ML, Visser LE, Trienekens PH, Hofman A, van Schaik RH, Stricker BH. Cytochrome P450 2C9 *2 and *3 polymorphisms and the dose and effect of sulfonylurea in type II diabetes mellitus. Clin Pharmacol Ther. 2008 Feb;83(2):288-92.
  3. Visser LE, van Vliet M, van Schaik RH, Kasbergen AA, De Smet PA, Vulto AG, Hofman A, van Duijn CM, Stricker BH. 2004. The risk of overanticoagulation in patients with cytochrome P450 CYP2C9*2 or CYP2C9*3 alleles on acenocoumarol or phenprocoumon. Pharmacogenetics 2004 Jan;14(1):27-33
  4. Swen JJ, Wilting I, de Goede AL, Grandia L, Mulder H, Touw DJ, de Boer A, Conemans JM, Egberts TC, Klungel OH, Koopmans R, van der Weide J, Wilffert B, Guchelaar HJ, Deneer VH. Pharmacogenetics: from bench to byte. Clin Pharmacol Ther. 2008 May;83(5):781-7.