target menu
 

CYP3A5

Tacrolimus, vincristine...

Bepaling
CYP3A5 genotypering
*3 (6986A>G)

Klinische informatie
Cytochroom P450 enzymen komen voornamelijk voor in de lever, maar soms ook daarbuiten. Ze spelen een rol bij de omzetting van schadelijke stoffen in het lichaam. Het CYP3A5 is lid van de CYP3A familie. Het belangrijkste lid van die familie, CYP3A4, is betrokken bij het metabolisme van ongeveer 50% van alle voorgeschreven geneesmiddelen. CYP3A5 heeft een overlap in substraat specificiteit, waardoor het op bescheiden schaal kan bijdragen aan het totale CYP3A metabolisme. Affiniteit voor bepaalde stoffen kan echter verschillen. Zo blijkt het immunosuppresivum tacrolimus voor een aanzienlijk deel door CYP3A5 te worden afgebroken. Voor andere middelen is de bijdrage (nog) onduidelijk. CYP3A5 is als actief enzym aanwezig in slechts 20% van de Caucasische bevolking, terwijl in 80% CYP3A5 activiteit afwezig is als gevolg van genetische polymorfismen. Veruit het meest voorkomende inactieve allel is het CYP3A5*3 allel. In Afrikanen, daarentegen,  heeft 70% van de bevolking actief CYP3A5. Patiënten met 1 of met 2 actieve allelen worden aangeduid als CYP3A5 expressers. Alhoewel er mogelijk een verschil in activiteit valt waar te nemen tussen 1 en 2 actieve allelen, wordt dit onderscheid doorgaans niet gemaakt, en spreekt men over expressers en non-expressers. In de Afrikaanse bevolking komen ook andere CYP3A5 varianetn voor (zoals bijv. CYP3A5*6).

Betrokken geneesmiddelen (o.a.)
Tacrolimus, vincristine

Methode
Taqman en PCR-RFLP (duplo analyse) op CYP3A5 6986A>G.

Materiaal
EDTA-bloed (4 mL). Opslag in koelkast (max 4 dagen), verzenden kan bij kamertemperatuur.

Uitkomst van de test
Expresser                    (CYP3A5*1/*1, CYP3A5*1/*3)
Non-expresser             (CYP3A5*3/*3)

Op basis van het genotype zijn met name Caucasische CYP3A5 expressers (20% van de populatie) die zich anders zal gedragen qua metabolisme ten opzichte van de 80% non-expressers.

Referentiewaarden
Caucasiers: 20% expresser, 80% non-expresser
Afrikanen: 70% expresser, 30% non-expresser
Aziaten:

CYP3A5  *1/*1  *1/*3   *3/*3
 Caucasiers  1-3%  17%  80%

Interpretatie en consequenties voor therapie:
CYP3A5 expressers behoren tot de 20% patiënten die wel CYP3A5 activiteit hebben, en dus mogelijk qua metabolisme afwijken van de gemiddelde patiënt. Voor tacrolimus hebben CYP3A5 expressers 50% van de plasmaspiegel op een standaard dosering vergeleken met non-expressers.

Gevoeligheid en beperkingen
De aanwezigheid van andere, zeldzamere mutaties kan niet 100% worden uitgesloten.

Bepalingsfrequentie:
Wekelijks.

Literatuur:

  1. van Schaik RH, van der Heiden IP, van den Anker JN, Lindemans J. CYP3A5 variant allele frequencies in Dutch Caucasians. Clin Chem. 2002 Oct;48(10):1668-71
  2. Hesselink DA, van Schaik RH, van der Heiden IP, van der Werf M, Gregoor PJ, Lindemans J, Weimar W, van Gelder T. Genetic polymorphisms of the CYP3A4, CYP3A5, and MDR-1 genes and pharmacokinetics of the calcineurin inhibitors cyclosporine and tacrolimus. Clin Pharmacol Ther. 2003 Sep;74(3):245-54.