target menu
... / ... / Laboratorium diagnostiek / Hemostase Laboratorium
 

Hemostase Laboratorium

Uitleg over de specifieke eisen voor stollingsbepalingen

Contact informatie
Loket: Nc-807
Telefoon: 010-7033204  /  010-7033342 (24 uur per dag bereikbaar)
E-mail: Hemostase.laboratorium@erasmusmc.nl
Fax: 010-7030485

Door het hemostaselaboratorium wordt een  breed scala aan stollingstesten uitgevoerd. Omdat er veel bepalingen worden gedaan, en stollingstesten gevoelig zijn voor een aantal factoren, zijn er strenge afspraken en richtlijnen gemaakt om te zorgen dat we betrouwbare uitslagen krijgen. Op deze pagina geven we u graag uitleg over de specifieke eisen voor de stollingsbepalingen.

Hem_1

Aanleverspecificaties
Laboratoriumtesten voor stollingsdiagnostiek kunnen worden beïnvloed door verschillende factoren. Een aantal van deze factoren liggen bij het laboratorium, zoals kwaliteit van meetapparatuur en reagentia. Controle op de kwaliteit van meetapparatuur en reagentia vindt plaats door het meten van interne en externe kwaliteitscontrolemonsters.
Uit wereldwijd onderzoek is gebleken dat de grootste kansen op “fouten” in het pre-analytische traject liggen. Voor vermijding van potentiële foutenbronnen is het volgende van belang:

1. Bloedopvang

2. Goed gevulde buizen

3. Vlotte, soepele bloedafname

4. Goede kwaliteit van het plasma

5. Vermijding van heparinecontaminatie

6. Vermijding van verdunningseffect

7. Opslag en/of transport van het bloed bij de juiste temperatuur

8. Materiaal mag niet te oud zijn

9. Transport van het bloed op correcte wijze

10.Toevoegen van een nabepaling 
 
Extra aandacht bepalingen
Bij enkele bepalingen is extra informatie nodig voor het lab om tot een goed resultaat te komen. Zo is het voor meerdere bepalingen belangrijk om te weten welke medicatie de patiënt krijgt.
Anti-Xa

Aggregaties/MDA
Voor andere bepalingen is het belangrijk dat het bloed niet verzonden wordt met de buizenpost.

Aggregaties/MDA

Pseudotrombocytopenie

Doorlooptijden
Er wordt naar gestreefd om uitslagen van routinebepalingen (PT, APTT, fibrinogeen, antitrombine, trombinetijden, Anti-Xa, D-dimeer, factor V, trombocyten aantal)   binnen een uur te leveren. Voor de overige bepalingen geldt een doorlooptijd van 14 dagen. Een deel van deze bepalingen kan indien cito aangevraagd, in een dienst bepaald worden. Een overzicht van deze bepalingen, en de doorlooptijd hiervan is hier  te vinden.

1. Bloedopvang Stollingstesten, zoals APTT, PT+INR en bepalingen van stollingsfactoren worden verricht in citraatplasma. Het bloed wordt verzameld in citraatbuizen (lichtblauwe dop). Er zijn verschillende citraatbuizen. Vacuüm buizen van 2,7 mL (worden standaard bij volwassenen gebruikt), vacuüm buizen van 1,8 mL en 0,5 mL microtainers. Het is  van belang dat deze buizen goed gevuld zijn.

Let wel!
De afnamebuizen van 1,8 mL en de Microtainerbuis van 0,5 mL zijn met name bestemd voor bloedafname bij kleine kinderen die afname van een “groot volume” niet gedogen. In situaties dat een groter kind, dan wel volwassene, zeer moeilijk te prikken is, kan eveneens worden overgegaan tot bloedafname in één van deze twee buistypes. De plasma-opbrengst van de Microtainerbuis van 0,5 mL bedraagt circa 0,2 mL. Dit is voldoende materiaal voor één, maximaal twee bepalingen.

Hem_2

Bloed afgenomen in een stolbuis is niet geschikt voor stollingsdiagnostiek. Hierin zijn stollingsfactoren en trombocyten reeds geactiveerd en verbruikt. EDTA heeft een zo groot calciumbindend vermogen, dat onderzoek naar stolselvorming en aggregatie van de trombocyten niet mogelijk is in EDTA bloed. Ook buizen met andere antistollingsmiddelen (heparine, natriumfluoride etc.) zijn niet geschikt voor bloedafname t.b.v. stollingsdiagnostiek. .
Terug naar boven...


2. Goed gevulde buizen
In een citraatbuis worden 9 volumedelen bloed opgevangen in 1 volumedeel citraat.  Omdat het bloed hierdoor een beetje verdund wordt dienen afnamebuizen met natriumcitraat als antistollingsmiddel goed gevuld te zijn. Indien de buis niet goed gevuld is, het volume van het toegevoegde bloed minder dan 95% van het streefvolume bedraagt, zijn stoltijden en daaraan gerelateerde gehaltes van stollingseiwitten niet op correcte wijze te interpreteren.

Hem_3

Dit geldt ook voor bloed met een te hoge hematokriet (>0.55 L/L). Indien hiervan sprake is, moet de hoeveelheid natriumcitraat worden aangepast (verminderd). De berekening die hiervoor nodig is, wordt door het laboratorium uitgevoerd. Tevens wordt door het laboratorium de hoeveelheid natriumcitraat aangepast.  Als u belt met het lab, krijgt U aangepaste buizen....

3. Vlotte, soepele bloedafname
Bloedafnames waarbij blauwe plekken gevormd worden of waarbij het bloed slurpend de buis instroomt, dan wel zeer langzaam druppelt (open afname), of bij een moeizame afname uit een vingerprik, geven aanleiding tot activatie van het stollingssysteem. Te korte stoltijden zijn hiervan het gevolg.
Terug naar boven...

4Goede kwaliteit van het plasma
Hemolytisch (roodgekleurd) plasma wekt de verdenking dat de bloedafname moeizaam is verlopen. Wanneer de rode cellen hierbij beschadigd raken, gebeurt dit ook met de trombocyten. Dit geeft aanleiding tot activatie en hierdoor foutieve uitslagen. Ook afnames uit Venflon-systemen kunnen dit veroorzaken.
Terug naar boven...

5. Vermijding van heparinecontaminatie
Bloedafnames uit (arteriële) lijnen, Port A Cath, Hickman en andersoortige catheters die gespoeld worden met heparine, kunnen heparinecontaminatie veroorzaken. Dit geldt ook voor bloedafnames met venapuncties, die “(te) kort” na het spoelen verricht worden. De eerste 20 mL bloed dient te worden weggegooid.
Terug naar boven...

6. Vermijding van verdunningseffect
Indien in een arm een infuus loopt, vindt verdunning van het af te nemen bloed plaats. Vals verlengde stoltijden en vals verlaagde gehaltes van stollingseiwitten zijn het gevolg.
Terug naar boven...

7. Opslag en/of transport van het bloed bij de juiste temperatuur
Internationale richtlijnen gebieden dat bloed voor stollingsonderzoek bij kamertem-peratuur wordt vervoerd en bewaard in de aanloop naar de metingen die verricht moeten worden. Koeling kan aanleiding geven tot koude-activatie, met te korte stoltijden als gevolg. Trombocyten kunnen in het geheel niet tegen koude situaties. Bevriezing van volbloed maakt alle cellen stuk en het bloed onbruikbaar.
Terug naar boven...

8.  Materiaal dat niet te oud is
Om aan internationale richtlijnen voor kwaliteit van stollingstesten te voldoen moet het bloed binnen 2 uur na afname op het laboratorium zijn.
Binnenkomende aanvragen met bloed dat ouder is dan 4 uur worden wel geadministreerd, metingen worden niet verricht. Dit wordt vermeld, vergezeld van een opmerking.
Terug naar boven...


9. Transport van het bloed op correcte wijze
Bloed voor meting van stoltijden en stollingseiwitgehaltes mag per buispost worden verzonden. Er zijn enkele testen waarbij het bloed niet via de buizenpost verstuurd mag worden. Dit geldt voor de:
• Trombocyten Aggregatie
• MDA- bepaling
• Pseudotrombocytopenie
Terug naar boven... 

10.Toevoegen van een nabepaling
Het is vaak nog mogelijk een nabepaling te doen uit een monster. Dit is aan te vragen via het ordermanagement. Daarnaast moet U ook naar het lab te bellen, zodat snel gekeken kan worden of het (juiste) materiaal aanwezig is om de bepaling tijdig uit te voeren.
Het is niet altijd mogelijk een nabepaling te doen. Citraatplasma heeft een beperkte houdbaarheid, hierdoor worden monsters ouder dan vier uur uitgesloten van nabepalingen. Voor monsters uit het speciele stollingspakket wordt er materiaal ingevroren, hier kunnen testen vaak zonder problemen aan worden toegevoegd.
  
Terug naar boven... 


 
Extra aandacht bepalingen:

Hem_extra_1

• Anti-Xa-spiegels: meting van het effect van (ongefractioneerde) heparine of van (laagmoleculaire/LMWH) heparine-achtige stoffen.
Terug naar boven... 

Vermelding van het ingespoten product is nodig. Niet alle soorten gedragen zich identiek. In de bepaling van Anti-Xa, en soort specifieke bepalingen worden  ijklijnen gebruikt. Stuur het bloed zo snel mogelijk na afname naar het laboratorium. Effecten van lang staan blijven dan tot een minimum beperkt.

• Om de verstreken tijd tussen bloedafname en uitvoering van de test te kunnen controleren is vermelding van datum en tijdstip van bloedafname vereist.
Terug naar boven... 


Aggregatietesten en MDA-meting: De diagnostiek naar afwijkingen aan de trombocyten wordt verstoord door acetylsalicylzuur (aspirine) en andere pijnstillers/ontstekingsremmers (NSAID’s). Trombocyten hebben een gemiddelde levensduur van 8 á 12 dagen. Bloedafname voor dit onderzoek vindt daarom bij voorkeur plaats nadat de patiënt 14 dagen geen medicatie van deze aard heeft gebruikt.
Terug naar boven... 

Let wel!
Aggregaties en MDA-metingen worden uitgevoerd in overleg met het lab. Er dient telefonisch een afspraak gemaakt te worden. Omdat bloed voor aggregaties & MDA-metingen niet met de buizenpost verstuurd mag worden, zal een analist direct na afname het bloed komen ophalen.

Hem_5

Pseudotrombocytopenie: bloed voor deze diagnostiek moet onder vermelding van afnametijdstip direct naar het laboratorium gebracht worden. Bij verzending per buispost is er geen garantie dat het materiaal binnen de gestelde tijd in het laboratorium is. Dit is van belang voor het verrichten van de eerste van twee metingen die met dertig minuten tijdsverschil moeten worden verricht.
Terug naar boven... 

Hem_extra_1