target menu
 

Veelgestelde vraag

Mag ik nog autorijden?

De wetgever is voorzichtig met het verlenen van rijvaardigheidsbewijzen aan mensen met bepaalde ziektes die de rijvaardigheid kunnen beïnvloeden: u moet medisch geschikt zijn om auto te kunnen rijden. Daarbij staat niet het belang van de patiënt centraal, maar het belang van de samenleving: het voorkomen van onveilige verkeersituaties. En dat kan tot vervelende situaties leiden voor de patiënt met een dergelijke aandoening.

Om een tweetal belangrijke redenen kan een patiënt met een hersentumor problemen hebben met het besturen van een motorrijtuig:

  • Er kan sprake zijn van epilepsie.
  • Er kunnen uitvalsverschijnselen zijn die het besturen van een motorvoertuig kunnen bemoeilijken of zelfs onmogelijk kunnen maken.

Dit laatste kan bijvoorbeeld het geval zijn bij verlammingsverschijnselen van arm, been of bij een verminderd gezichtsvermogen, maar ook bij concentratiestoornissen of trager reageren op de omgeving. Om dit te beoordelen, hebben de wetgever en het Centraal Bureau voor de Rijvaardigheid wetgeving opgesteld. De informatie daarover is te vinden op de website van het CBR. Hier kunt u een aantal brochures vinden, belangrijk zijn met name:

  • De brochure 'Regeling eisen geschiktheid 2000', die in het algemeen beschrijft onder welke voorwaarden en met welke medische aandoeningen men een motorrijvoertuig mag besturen. Hierin staat de uitgebreide richtlijn over epilepsie en autorijden.
  • In 2004 is er een aanvulling op deze algemene brochure gekomen. Deze aanvulling gaat specifiek in op de problematiek bij hersentumoren (naast doorbloedings-stoornissen van de hersenen): de brochure 'Rijgeschiktheid van mensen met tumoren of doorbloedingsstoornissen van de hersenen'.

Voor het hebben van een hersentumor en autorijden meldt dit rapport:
‘Hersentumoren zonder epilepsie'. Voor deze patiëntencategorie is een specialistisch
rapport vereist. In geval van stoornissen van het gezichtsorgaan gelden de regels als
in paragraaf 3 van de eisen geschiktheid (V&W00). Zijn er, blijkens het specialistische
rapport, motorische of cognitieve stoornissen, dan is een rijtest noodzakelijk om
de rijgeschiktheid vast te stellen voor een termijn van één jaar. Als een stabiel klinisch
beeld is ontstaan met afwezigheid van functiestoornissen: rijgeschikt met een
termijn van maximaal vijf jaar.’

Voor wat epilepsie betreft vermeldt de tekst:

A. Na een eerste epileptische aanval:
Deze personen zijn ongeschikt gedurende zes maanden na de aanval.

B. Meer dan één epileptische aanval in de voorgeschiedenis:
Deze personen zijn ongeschikt gedurende een jaar na de laatste aanval.

Op deze algemene regel zijn wel wat uitzonderingen, zoals:

  • Indien, zonder aanvallen in de anamnese, gedurende drie maanden alleen eenvoudige partiële aanvallen zijn opgetreden, die geen invloed hebben op het rijgedrag, geldt een beperkte geschiktheid: zie subparagraaf C.
  • Indien bij sporadische aanvallen het interval tussen de laatste en voorlaatste aanval groter is dan twee jaar: richtlijn zoals bij eerste epileptische aanval.

Verder maakt de wetgever een onderscheid tussen groep 1 rijbewijzen en groep 2 rijbewijzen (vrachtwagens en dergelijke). De eisen voor houders van groep 2 rijbewijzen zijn aanzienlijk strenger, maar de eisen voor houders van een rijbewijs van groep 1 die dit rijbewijs beroepsmatig gebruiken (bijvoorbeeld taxichauffeurs, chauffeurs van busjes voor personenvervoer) zijn ook strenger. Hiervoor worden min of meer dezelfde eisen gesteld als aan mensen met een groep 2 rijbewijs. Soms leidt dit tot vreemde situaties, waarbij iemand wel naar zijn werk mag rijden, maar als hij eenmaal op zijn werk is, per auto geen pakketje mag vervoeren.

Indien door uw ziekte twijfels ontstaan over uw rijgeschiktheid, kunt u een beoordeling van uw rijgeschiktheid bij het CBR aanvragen. Het CBR beoordeelt of u medisch geschikt bent, maar de medisch adviseur van het CBR verricht zelf geen keuringen. Soms geeft een Geneeskundig verslag niet genoeg informatie. Dan is een nader onderzoek door een medisch specialist noodzakelijk, bijvoorbeeld een neuroloog of oogarts. Dit gaat als volgt:

  • Bij uw gemeente koopt u een Eigen Verklaring.
  • Bent u ouder dan 65 jaar of in het bezit van het rijbewijs C, D of E, dan hebt u een Eigen Verklaring met Geneeskundig verslag nodig. Het Geneeskundig verslag laat u invullen door een arts.
  • De Eigen Verklaring vult u zelf in. Voeg, indien mogelijk, een brief bij met daarin een korte omschrijving van de problemen en wat u wel en niet kunt. Vermeld in de brief ook uw telefoonnummer. Laat uw arts op de Eigen Verklaring een aantekening plaatsen waaruit de aard en de ernst van het gemelde blijkt.
  • De Eigen Verklaring met eventuele bijlagen stuurt u samen met een kopie van uw legitimatiebewijs op naar uw regiokantoor van het CBR.

De medisch adviseur van het CBR beoordeelt of een Verklaring van geschiktheid kan worden afgegeven. Op basis van medische informatie van u zelf en van derden bepaalt de medisch adviseur aan de hand van de Regeling eisen geschiktheid 2000 of u geschikt bent. In dat geval geeft het CBR de Verklaring van geschiktheid af. Vervolgens kan de gemeente een rijbewijs verstrekken. Soms geeft een Geneeskundig verslag niet genoeg informatie. Dan is nader onderzoek nodig. U wordt dan verwezen naar een medisch specialist of u wordt gevraagd een rijtest af te leggen bij een deskundige van het CBR. Soms kan uw eigen specialist een verklaring afleggen, vaak is een onafhankelijke specialist nodig.