target menu
 

Pylorushypertrofie

Informatie voor ouders en kind over pylorushypertrofie (verdikte maaguitgangspier)

Wat is een pylorushypertrofie?
Een pylorushypertrofie is een verdikking van de kringspier bij de uitgang van de maag (pylorus)  naar de twaalfvingerige darm. Normaal gesproken zorgt deze kringspier dat de maaginhoud geleidelijk wordt doorgegeven aan de twaalfvingerige darm. Bij pylorushypertrofie is deze kringspier in echter dikte toegenomen (hypertrofie), waardoor de voeding niet of nauwelijks meer kan passeren. Hierdoor stapelt de voeding zich op in de maag en zal het kind gaan spugen, meestal in een boog en met flinke kracht, het zogenaamde projectiel-braken.

tekening maag

Pylorushypertrofie treedt op bij twee tot drie op de duizend zuigelingen, waarbij het vaker bij  jongens voorkomt dan bij meisjes (4:1). Het is nog niet bekend hoe deze verdikking precies ontstaat, wel zien we dat het in sommige families vaker voorkomt.


Tekenen van pylorushypertofie
De symptomen uiten zich meestal rond de vierde tot de zesde levensweek na de geboorte. Het meest kenmerkende is dat een baby met een pylorushypertrofie steeds meer gaat spugen en ook steeds krachtiger. Op een gegeven moment zal de baby alle voeding uitspugen met veel kracht en een grote boog. De baby blijft echter hongerig en zal door het gebrek aan voeding niet meer groeien of zelfs afvallen. Soms kan dit zelfs tot uitdroging leiden, waardoor hij weinig gaat plassen of suffer wordt.

Soms kan de maagspier gevoeld worden in de buik van de baby of zijn de golfbewegingen van de maag zichtbaar doordat de maag sterk samenknijpt om de voeding richting de darm te persen. De baby is vaak erg gespannen en heeft een zorgelijk uiterlijk.

Onderzoek
Voor het vaststellen van pylorushypertrofie zal er een echografie van de buik worden verricht. De radioloog kan de maaguitgangspier (pylorus) bekijken en beoordeelt of deze te dik of te lang is. Als er twijfel is bij de echografie kan er in een uitzonderlijk geval een röntgenfoto van de maag worden gemaakt eventueel met contrastmiddel. |
Verder wordt bloed geprikt om na te gaan of het vele spugen de water- en zouthuishouding in het bloed heeft verstoord.

Behandeling
Zodra de diagnose is gesteld, wordt allereerst met voeden gestopt. Er wordt een slangetje via de neus in de maag gelegd om de maagsappen te laten aflopen en zo de maag te ontlasten.  Verder krijgt de baby een infuus zodat het genoeg vocht krijgt en de eventuele verstoring van de water- en zouthuishouding in het bloed wordt gecorrigeerd. Pas als deze bloedwaarden normaal zijn ("in balans"), kan de chirurg de baby opereren.
De operatie is een zogenaamde kijkoperatie, waarbij een kleine camera via de navel wordt ingebracht om de pylorus zichtbaar te maken. Met 2 instrumenten, die via de buikwand in de buikholte worden ingebracht, wordt de pylorus ingesneden en gespreid. De bedoeling is dat het slijmvlies van de maag intact blijft. Dit wordt na het splijten van de pylorus-spier getest door de maag met lucht op te blazen. Als de spier voldoende los is en er geen lekkage is, wordt de operatie beëindigd door de wondjes te hechten met oplosbare hechtingen en hechtpleisters.
Na de operatie gaat de baby naar de uitslaapkamer waar het extra bewaakt wordt tot het goed wakker is. Daarna mag hij terug naar de afdeling. Als de baby goed wakker is en hongerig is, mag hij weer voor het eerst wat drinken.  De arts zal hierbij afspreken hoeveel dit is voor de eerste keer. Als de baby 2 voedingen heeft gedronken zonder te spugen, mag het kind mee naar huis.
Hij mag de eerste vijf dagen na de operatie niet in bad. Dit om te voor- komen dat het wondje week wordt. Af- spoelen onder de douche mag wel. Ter pijnbestrijding wordt paracetamol zetpil gegeven, dit is meestal maar 24-28 uur nodig. 

Mogelijke complicaties
De meest voorkomende complicatie is dat het kind na de ingreep nog spuugt. Dit kan een gevolg zijn van zwelling (oedeem) rondom de maagspier ten gevolge van de operatie, wat de doorgang opnieuw vernauwt. Dit spugen kan ook voorkomen bij baby's die voor de operatie al langere tijd hebben gespuugd. Bij deze baby's wordt de voeding minder snel in grotere hoeveelheden gegeven en/of in kleinere porties gegeven.
Een enkele keer is de pylorus niet over de hele lengte gespleten. Hierdoor kan de baby blijven spugen. Dit is vast te stellen met een röntgenfoto met contrast in de maag. Helaas moet de baby dan nogmaals geopereerd worden om de spier volledig te splijten.
Een andere complicatie is dat de spier te diep is doorgesneden, waardoor er een gaatje is ontstaan. Hierdoor lekt er maaginhoud de buikholte in. Dit wordt meestal direct tijdens de operatie al gezien, waarna het gaatje met hechtingen wordt gesloten. Hierdoor kan vaak niet direct na de operatie weer gestart worden met voeding en heeft het kind soms antibiotica nodig.

Ontslag
Kinderen mogen in principe de volgende dag naar huis, mits ze twee voedingen hebben gedronken zonder te spugen. Sommige kinderen hebben iets langer de tijd nodig, waardoor de opname enkele dagen langer kan duren. Meestal is het niet meer nodig om pijnstillers te geven.
Ongeveer twee weken na het ontslag wordt een telefonische afspraak gemaakt om te vragen hoe het nu gaat, in sommige gevallen komen de kinderen op de polikliniek langs voor controle. Bij problemen in de tussentijd of erna is het altijd mogelijk contact met de afdeling op te nemen, de kinderarts of de eigen huisarts.