target menu
... / ... / Aandoeningen / Bronchopulmonale Dysplasie (BPD)
 

Bronchopulmonale Dysplasie (BPD)

Zorg voor kinderen met Bronchopulmonale Dysplasie in het Kinderthoraxcentrum.

In het Kinderthoraxcentrum worden kinderen behandeld met Bronchopulmonale Dysplasie.
Dit doen we in nauwe samenwerking met de afdeling Neonatologie.

Wat is BPD?
Bronchopulmonale dysplasie (BPD) is een chronische longaandoening die voornamelijk ontstaat bij kinderen die veel te vroeg geboren worden.

Men spreekt van BPD als een baby 28 dagen of langer extra zuurstof nodig heeft gehad, gerekend vanaf de dag van de geboorte tot aan het moment dat de zwangerschapsduur 36 weken zou zijn geweest. Hoe langer en hoe meer een pasgeboren baby extra zuurstof nodig heeft gehad, hoe ernstiger de BPD meestal is. Ongeveer 30% van de kinderen die veel te vroeg geboren worden, ontwikkelt deze longaandoening. Van deze kinderen ontwikkelt eenderde een ernstige vorm van BPD.

Hoe ontstaat BPD?
Hoe BPD ontstaat is niet helemaal bekend. Als kinderen te vroeg worden geboren zijn hun longen nog niet goed ontwikkeld. Te vroeg geboren kinderen hebben daarom vaak hulp nodig bij het ademen met behulp van een beademingsbuisje en extra zuurstof.
Ook een afwijkende groei van de longen en bijbehorende bloedvaten, ontsteking en erfelijkheid spelen mogelijk een rol in het ontstaan van BPD. Kinderlongarts
Vaak blijven de longen als kinderen wat ouder zijn gevoelig voor infecties en prikkels van buitenaf, zoals tabaksrook.

Zorg voor kinderen met BPD
Het Kinderthoraxcentrum en de afdeling Neonatologie zorgen voor kinderen met ernstige BPD.
Kinderen met ernstige BPD worden behandeld op de polikliniek van het Kinderthoraxcentrum. Speciaal voor kinderen met ernstige BPD, is in het Kinderthoraxcentrum een intensieve samenwerking met de afdeling Neonatologie opgezet.

Welke onderzoeken worden gedaan?

Op de (gecorrigeerde) leeftijd van 2-3 maanden, 6 maanden, 1, 2, 5, 8 jaar en ouder bezoekt uw kind onze polikliniek van het Kinderthoraxcentrum.
Bij elke bezoek heeft u een gesprek met een neonatoloog of algemeen kinderarts, een kinderlongarts, en een fysiotherapeut. Uw kind krijgt een lichamelijk onderzoek. Bij een aantal bezoeken zien u en uw kind ook de kindercardioloog of de neuropsycholoog, en als het nodig is de Keel-, Neus- en Oor-arts of diëtiste.

Metingen die altijd bij uw kind worden gedaan zijn: lengte, gewicht, ademhaling, hartslag, bloeddruk, longfunctie, en ontwikkelingsonderzoek. Op de leeftijd van 6 maanden wordt bij uw kind ook een hartfilmpje - dit is het meten van elektrische prikkels van de hartspiercellen - en een echo-onderzoek van het hart gemaakt, wordt een nachtelijk slaaponderzoek verricht en als laatste een CT scan van de longen gemaakt. Soms zijn deze onderzoeken ook al op jongere leeftijd gedaan. Een deel van deze onderzoeken wordt nog een keer gedaan op de leeftijd van 5 of 8 jaar. Op de leeftijd van 2 en 5 jaar vindt een mentaal ontwikkelingsonderzoek plaats bij de (neuro)psycholoog. Als uw kind in de puberteit is, wordt een inspanningstest gedaan.