target menu
... / ... / Ons aanbod / Referentiecentra en expertisegebieden
 

Referentiecentra en expertisegebieden

Onze diagnostische laboratoria zijn voor tal van verrichtingen (inter)nationaal expert,
al dan niet door een externe instantie aangewezen (referentiecentrum of expertisegebieden):


Apotheek (laboratorium)

Expertisegebieden:

  • Diagnostiek en onderzoek naar Alcohol en drugs gebruik tijdens zwangerschap
    Europa
  • Therapeutic Drug Monitoring in alternatieven maxtrixen in speciale populaties
    Europa

Hematologie

Referentiecentrum:

  • Review acute leukemie en MDS (HRC) voor HOVON
    Nationaal sinds 1975, internationaal sinds 2001
  • Fluorescentie in situ hybridisatie (FISH) CLL voor Genoptix
    Internationaal sinds 2009
  • Rondzending BeenMerg kwaliteitsonderzoek (RBM) Zuidwest Nederland
    Regionaal sinds 1999
  • Moleculaire diagnostiek acute myeloide leukemie (AML) voor HOVON
    Internationaal sinds 2014

Immunologie

Expertisegebieden:

  • Immunofenotypering van hematologische maligniteiten (incl. PNH)
    Regionaal sinds 1985
  • IG-TCR moleculaire klonaliteitsdiagnostiek
    Regionaal/nationaal sinds 1987
  • Serologisch onderzoek bij systemische auto-immuunziekten
    Nationaal sinds 1990
  • Serologisch onderzoek bij paraneoplastische neuronale syndromen en autoimmuun encefalitis
    Nationaal sinds 1990
  • Immunofenotypering van interstitiële longziekten
    Regionaal sinds 1990
  • Immunofenotypering van PID
    Regionaal sinds 1991 en nationaal-internationaal sinds 1998
  • PID gendiagnostiek voor m.n. SCID en antistofdeficiënties vraagstellingen
    Nationaal/internationaal sinds 1998
  • Immunofenotypering van T-celproliferaties
    Regionaal/nationaal sinds 1998
  • Moleculaire MRD diagnostiek (kinder ALL, volwassen ALL, CLL, NHL)
    Nationaal/internationaal sinds 1998
  • Immunofenotypering van intra-oculaire lymfomen in glasvocht
    Regionaal/nationaal sinds 2002
  • IGHV somatische mutatie analyse CLL
    Regionaal/nationaal sinds 2002
  • Immunofenotypering van mastocytose
    Regionaal sinds 2000
  • Cytokinendiagnostiek
    Nationaal sinds 2007
  • Component-based allergiediagnostiek
    Regionaal/nationaal sinds 2011

Viroscience, unit Klinische Virologie

Referentiecentrum:


Farmacogenetica (AKC)

Farmacogenetica is de studie naar uw vermogen om geneesmiddelen in uw lever af te breken.

Niet iedereen heeft namelijk dezelfde capaciteit. Een deel van dit vermogen is erfelijk bepaald. En dus via DNA onderzoek vast te stellen. Hiervoor is wat bloed of speeksel nodig.

Enzymen
Geneesmiddelen worden in het lichaam afgebroken door enzymen in de lever. Cytochroom P450 (CYP450) enzymen maken hier een belangrijk onderdeel van uit: 80% van alle geneesmiddelen worden afgebroken door CYP450 enzymen. CYP2D6, CYP2C9, CYP2C19 en CYP3A4/5 zijn klinisch de belangrijkste enzymen. Naast cytochroom P450 enzymen spelen ook andere enzymen een rol bij geneesmiddelafbraak, zoals methyltransferases, sulfotransferases, UDP-glucuronosyltransferases, acetyltransferases en geneesmiddeltransporters. 
 
Verschillen
Er bestaan verschillen tussen mensen in hun vermogen om geneesmiddelen af te breken. Dit wordt voor een groot deel veroorzaakt door DNA varianten van metaboliserende enzymen. Een DNA variant codeert vaak voor een minder actief enzym. In een enkel geval kan een DNA variant juist coderen een hogere enzymactiviteit. Hierdoor hebben sommige personen een lagere, en andere personen juist een hogere dosis van een geneesmiddel nodig om het juiste effect te verkrijgen. Of hebben sommige mensen meer last van bijwerkingen op een standaard dosis dan anderen.
 
Variant
Dragers van deze variant allelen zijn op te sporen door DNA onderzoek. DNA varianten die in >1% van de bevolking voorkomen worden genetische polymorfismen of SNPs (single nucleotide polymorphisms) genoemd. Het hebben van een DNA variant voor een geneesmiddel metaboliserend enzym leidt niet tot ziekte. Maar voor behandeling met medicijnen kan in een aantal gevallen een aangepaste therapie beter werken.
 
Eiwitten
Ook genetische variatie in andere eiwitten dan enzymen kunnen verantwoordelijk/voorspellend zijn voor afwijkende reactie op geneesmiddelen. Voorbeelden zijn het aangrijpingseiwit van coumarines VKORC1, geneesmiddelreceptoren zoals o.a. OPRM1 (morfine) en eiwitten van het HLA-complex: HLA-B*5701 (Abacavir).
 
Farmacogenetisch profiel / DNA-paspoort
Wanneer overdosering (toxiciteit) of onderdosering (effectiviteit) ernstige gevolgen kan hebben, kan vooraf genetisch bepalen van een aantal enzymen (een farmacogenetisch profiel) een waardevolle benadering zijn. De uitslagen van meer dan 4 testen worden in het Erasmus MC tevens afgeleverd op een kaartje: een DNA-paspoort voor medicatie.

Anderzijds kan bij patiënten die op een standaard dosering ongewoon hoge of lage plasmaspiegels hebben een genetische oorzaak worden aangetoond of uitgesloten. Dit alles om tot meer begrip van een klinisch probleem te komen en een afgewogen keuze voor een alternatief medicijn te kunnen maken.

Site expertise farmacogenetica