Voorbereiding
Voor bijna alle testen is het van belang dat u nuchter blijft. Nuchter zijn betekent dat u vanaf 24.00 uur ‘s nachts niets meer mag eten en drinken. U mag ook niet meer roken. Medicijnen waarmee u niet tijdelijk kunt stoppen, mag u ‘s ochtends met water innemen. Bij de betreffende test staat beschreven of u wel of niet nuchter moet zijn.
Cortisol dagritme (CDR-test)
Een cortisol dagritme test wordt gedaan om te weten te komen of er te veel van het bijnierschorshormoon cortisol in uw lichaam wordt geproduceerd. Bij gezonde personen is er in de vroege ochtend een piek van cortisol in het bloed aanwezig. Deze cortisolpiek verdwijnt in de ochtenduren en het cortisolgehalte daalt in de loop van de dag. Om 24.00 uur ‘s nachts is het cortisolgehalte normaal gesproken heel laag. Zowel de bijnieren als de hypofyse kunnen de oorzaak van een te hoge cortisolproductie zijn. Voor de eerste afname om 09.00 uur moet u nuchter zijn, daarna mag u weer eten en drinken. Nuchter zijn betekent dat u vanaf 24.00 uur ‘s nachts niets meer mag eten en drinken. U mag ook niet meer roken. Medicijnenwaarmee u niet tijdelijk kunt stoppen, mag u ‘s ochtends met water innemen.
Bij een cortisol dagritme test wordt op vier tijdstippen (9.00 uur, 17.00 uur, 22.00 uur en 24.00 uur) bloed afgenomen. Ook wordt op deze 4 tijdstippen speeksel afgenomen om het cortisolgehalte te meten. U mag voorafgaande en gedurende de test alleen uit bed om op een postoel of staande (naast het bed) te plassen. Het bloed wordt steeds afgenomen via een infuusnaaldje in de arm. De uitslag van de cortisol dagritme test zal door uw arts of verpleegkundig specialist op de polikliniek met u besproken worden.
Dexamethason screeningstest
De dexamethasontest vindt plaats wanneer het vermoeden bestaat dat er te veel cortisol door de bijnieren wordt gemaakt. De afname van bloed voor de dexamethasontest gebeurt op de polikliniek of op de unit kort verblijf van Interne geneeskunde.
Voor deze test moet u nuchter zijn. Nuchter zijn betekent dat u vanaf 24.00 uur ‘s nachts niets meer mag eten en drinken. U mag ook niet meer roken. Medicijnen waarmee u niet tijdelijk kunt stoppen, mag u ‘s ochtends met water innemen.
De dexamethasontest test gaat als volgt: ’s avonds om 22.00 uur of 23.00 uur neemt u een tabletje van 1 milligram (1 mg) dexamethason in. De volgende morgen wordt tussen 8.00-09.00 uur (afhankelijk van hoe laat u de dexamethason heeft ingenomen) bloed bij afgenomen om daarin het cortisolgehalte te meten. Bij een normale test zal het cortisolgehalte laag zijn. De dexamethasontest test heeft geen bijwerkingen. De uitslag van de dexamethason screeningstest zal door uw arts of verpleegkundig specialist op de polikliniek met u besproken worden.
Glucose tolerantie test met groeihormoonbepaling
De glucose tolerantie test wordt gedaan wanneer het vermoeden bestaat dat de hypofyse voorkwab te veel groeihormoon maakt. Na het drinken van een heel zoet suikerdrankje zal bij gezonde personen tijdens deze test het groeihormoongehalte in het bloed dalen. Als dat niet gebeurt, kan dit erop wijzen dat uw lichaam te veel groeihormoon maakt. Voor deze test moet u nuchter zijn. Nuchter zijn betekent dat u vanaf 24.00 uur ‘s nachts niets meer mag eten en drinken. U mag ook niet meer roken. Medicijnen waarmee u niet tijdelijk kunt stoppen, mag u ‘s ochtends met water innemen.
De glucose tolerantie test duurt in totaal ongeveer 4 uur en tijdens de hele test moet u bedrust houden. U mag alleen uit bed komen om op de postoel of staand naast het bed te urineren. Alle bloedafnames tijdens de glucose tolerantie test worden via een infuusnaaldje in de arm afgenomen, dat voor het starten van de glucose tolerantie test wordt geprikt. U hoeft voor de glucose tolerantie test dus maar 1 keer geprikt te worden. Sommige mensen kunnen door het drinken van de suikerdrank soms een beetje misselijk worden, maar dat gaat meestal weer snel en vanzelf over. De uitslag van de glucose tolerantie test zal door uw arts of verpleegkundig specialist op de polikliniek met u besproken worden.
Insuline tolerantie test
De insuline tolerantie test wordt op de dagbehandelingsunit gedaan wanneer het vermoeden bestaat dat één of meerdere hormonen door de hypofyse niet voldoende worden aangemaakt. Er kan met de insuline tolerantie test onderzocht worden of uw hypofyse zelf genoeg aansturende hormonen voor de bijnieren (cortisol) en/of groeihormoon kan maken. Wanneer we een verlaagde bloedsuikerspiegel veroorzaken door een beetje insuline in te spuiten, zal bij gezonde personen normaal gesproken het cortisol- en groeihormoongehalte stijgen in het bloed. Tijdens de insuline tolerantie test wordt meerdere malen via een infuusnaaldje bloed afgenomen om het cortisol- en/of groeihormoongehalte te meten.
Voor deze test moet u nuchter zijn. Nuchter zijn betekent dat u vanaf 24.00 uur ‘s nachts niets meer mag eten en drinken. U mag ook niet meer roken. Medicijnen waarmee u niet tijdelijk kunt stoppen, mag u ‘s ochtends met water innemen. Tijdens de insuline tolerantie test moet u op bed blijven. Het lage bloedsuikergehalte dat we bij deze test door het inspuiten van insuline bewust bij u veroorzaken, wordt door de meeste mensen als niet prettig ervaren. U kunt sterk gaan zweten, bent minder alert en kunt hartkloppingen krijgen. Dit is normaal wanneer de bloedsuikerspiegel laag wordt.
De verpleegkundige zal u tijdens de insuline tolerantie test nauwlettend in de gaten houden en als dat nodig is zal de insuline tolerantie test worden gestopt. De insuline tolerantie test duurt ongeveer 2 uur. Aan het einde van de insuline tolerantie test kunt u weer gewoon eten en krijgt u een maaltijd aangeboden. Neemt u voor de zekerheid een extra setje kleding mee, zodat u na afloop schone kleren kunt aantrekken als u hevig hebt gezweet tijdens de test. De uitslag van de insuline tolerantie test zal door uw arts of verpleegkundig specialist op de polikliniek met u besproken worden.
Na de test mag u de eerste uren niet autorijden. Laat u daarom ophalen of zorg voor een taxi naar huis.
Arginine - GHRH test
De arginine - GHRH test wordt verricht wanneer het vermoeden bestaat dat de hypofyse te weinig groeihormoon maakt. De hypofyse zal normaal gesproken bij een gezond persoon extra groeihormoon produceren na toediening van arginine en GHRH. Voor deze test moet u nuchter zijn. Nuchter zijn betekent dat u vanaf 24.00 uur ‘s nachts niets meer mag eten en drinken. U mag ook niet meer roken. Medicijnen waarmee u niet tijdelijk kunt stoppen, mag u ‘s ochtends met water innemen. Bij de arginine-GHRH test worden voor de test bij u twee infuusnaaldjes (in beide armen één) geprikt. Eén infuusnaaldje wordt voor de toediening van arginine en GHRH gebruikt, de andere zal gebruikt worden om bloed af te nemen.
De arginine-GHRH test duurt in totaal ongeveer 2 uur. Tijdens de duur van de hele arginine en GHRH test heeft u bedrust. U mag alleen het bed uit om op een postoel of staand naast het bed te plassen. Bij de arginine-GHRH test treden meestal geen bijwerkingen op. Heel zelden hebben mensen last van misselijkheid, die vanzelf weer overgaat. De uitslag van de arginine-GHRH test zal door uw arts of verpleegkundig specialist op de polikliniek met u besproken worden.
Metopirontest
De metopirontest wordt gedaan om te meten of de hypofyse in staat is om de bijnieren voldoende aan te sturen bij koorts en andere stressvolle situaties, zoals grote en kleine operaties. Als de hypofyse dat namelijk niet goed (meer) kan, dan wordt er te weinig cortisol door de bijnieren gemaakt en zal het cortisolgehalte in het bloed te laag blijven. De metopirontest duurt in totaal 24 uur. U zult daarom een nachtje op de unit kort verblijf moeten slapen. Voor deze test moet u nuchter zijn. Nuchter zijn betekent dat u vanaf 24.00 uur ‘s nachts niets meer mag eten en drinken. U mag ook niet meer roken. Medicijnen waarmee u niet tijdelijk kunt stoppen, mag u ‘s ochtends met water worden innemen.
U meldt zich om uiterlijk 07.45 uur op de afdeling. Bij de start van de test om 8.00 uur wordt er bloed afgenomen voor de bepaling van het bijnierhormoon cortisol en het hormoon ACTH uit de hypofyse, dat de bijnieren aanstuurt. Hierna krijgt u die dag iedere 4 uur 3 metopironcapsules, die u moet innemen.De volgende ochtend wordt om 8.00 uur nogmaals bloed afgenomen en daarna is de metopirontest klaar. Na inname van de metopironcapsules moet u op bed blijven liggen, omdat u duizelig kan worden. Als u tijdens de test niet lekker wordt, meld dit dan direct aan de verpleegkundige. De zaalarts besluit voordat u naar huis gaat of u met tabletten hydrocortison naar huis moet gaan zolang uitslag van de metopirontest nog niet bekend is. Hydrocortison heeft dezelfde werking als het bijnierhormoon cortisol. De uitslag van de metopirontest zal door uw arts of verpleegkundig specialist op de polikliniek met u besproken worden.
Vastentest
Een vastentest wordt gedaan wanneer het vermoeden bestaat dat het lichaam te veel insuline maakt. Dit is meestal het gevolg van een tumor in de alvleesklier. Een teveel aan insuline kan een te laag bloedsuikergehalte in het bloed veroorzaken. Voor de start van de vastentest krijgt u een infuusnaaldje in de arm waaruit bloed kan worden afgenomen. De vastentest wordt de eerste nacht na de opname gestart. U mag gedurende de test niets eten (vasten). Alleen het drinken van water, koffie en thee zonder suiker of melk is toegestaan. Iedere 3 uur wordt via het infuusnaaldje bloed afgenomen. Ook wordt iedere drie uur met een vingerprik het bloedsuikergehalte bepaald. Bij overproductie van insuline en tegelijkertijd vasten is de verwachting dat de bloedsuiker zal dalen. Dit heet een hypoglykemie.
Wanneer u tijdens de test niet lekker wordt en u het idee heeft dat de bloedsuiker laag is, meld dit dan aan de verpleegkundige. Het kan zijn dat het bloedsuikergehalte te laag is geworden en dat is dan reden om op dat moment bloed af te nemen om te bekijken hoe laag het bloedsuikergehalte is. Als dit inderdaad te laag is, kan de vastentest afgebroken worden. De vastentest zal zonder dat er een te lage bloedsuikerspiegel optreedt maximaal 3 dagen (3 x 24 uur =72 uur) duren. Nadat de vastentest voorbij is, mag u gewoon weer eten en drinken. De uitslag van de vastentest zal door uw arts of verpleegkundig specialist op de polikliniek met u besproken worden.
Synacthentest
De synacthentest wordt aangevraagd om te bekijken of de bijnieren voldoende cortisol kunnen maken. De test vindt meestal in de ochtend plaats. U hoeft niet nuchter te zijn. Tijdens de synacthentest moet u bedrust houden. U krijgt voor de start van de synacthentest een infuusnaaldje waaruit gemakkelijk bloed kan worden afgenomen. Na de eerste bloedafname krijgt u synacthen via een injectie in de bil- of beenspier toegediend.
Bij een goede werking van de bijnieren zullen de bijnieren door deze injectie cortisol gaan maken. In het bloed moet het cortisolgehalte boven een bepaalde waarde toenemen als de bijnieren goed werken. Wanneer de bijnieren niet goed werken, zal er geen of een onvoldoende stijging van het cortisol in het bloed te vinden zijn. Na het toedienen van synacthen kunt u soms kortdurend een warm gevoel krijgen en/of een versnelde hartslag. Dit gaat vanzelf over. De uitslag van de synacthentest zal door uw arts of verpleegkundig specialist op de polikliniek met u besproken worden.
Dorstproef
U moet veel plassen en hebt veel dorst. Dat kan verschillende oorzaken hebben. De dorstproef is voor u aangevraagd om te onderzoeken of bij u het hormoon dat ervoor moet zorgen dat het lichaam niet uitdroogt, goed werkt. Dit hormoon wordt vasopressine of ook wel antidiuretisch hormoon (ADH) genoemd. Tijdens de dorstproef wordt gekeken of u voldoende werking hebt van het antidiuretisch hormoon. Als u niet meer drinkt, moet de werking van het antidiuretisch hormoon toenemen, zodat u minder gaat plassen en u dus niet uitdroogt. De urine krijgt daardoor een donkere kleur. Maar als u te weinig antidiuretisch hormoon maakt of de werking van het antidiuretisch hormoon onvoldoende is, zal bij het stoppen met drinken (dorsten) de urineproductie niet worden afgeremd en de urine licht van kleur blijven. U kunt dan uitdrogen.
De dorstproef wordt op de dagbehandelingsunit van de afdeling gedaan. U meldt zich om uiterlijk 07.45 uur op deze afdeling. Tot die tijd mag u gewoon eten en drinken. Na 08.00 uur moet u helemaal nuchter blijven, dat wil zeggen: u mag niets meer eten of drinken. Vanaf 08.00 uur zal iedere twee uur bloed worden afgenomen en wordt u gewogen. Bovendien zal u vanaf 8.00 uur gevraagd worden om iedere twee uur uit te plassen in een urinaal of po.
Wanneer u tijdens de test te veel vocht verliest en dreigt uit te drogen, zal de dorstproef gestaakt worden. Als er tijdens de dorstproef geen aanwijzingen voor uitdroging zijn, zal de dorstproef tot maximaal 20.00 uur worden voortgezet. Na afronding van de dorstproef mag u weer gewoon eten en drinken en drinken. Eventueel krijgt u al medicatie mee naar huis. De uitslag van de dorstproef zal door uw arts of verpleegkundig specialist op de polikliniek met u besproken worden.
Afspraak verzetten
Als u niet op het afgesproken tijdstip kunt komen, geef dit dan zo snel mogelijk telefonisch door.
Contact
Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen? Neemt u dan contact op. Wij zijn bereikbaar van maandag t/m vrijdag van 08.00 tot 16.00 uur op de volgende telefoonnummers:
- Dagbehandeling: (010) 703 27 55
- Verpleegafdeling (klinische test): (010) 703 31 46
- Polikliniek endocrinologie (poliklinische test): (010) 704 05 70