target menu
... / ... / ... / Bachelor / Het onderwijsprogramma van de bachelor
 

Het onderwijsprogramma van de bachelor

Klinische Technologie is een driejarige bachelor opleiding. Het programma bestaat uit hoorcolleges, begeleide studiegroepen, laboratoriumtraining, klinische vaardigheden en combinaties van deze drie studievormen. De meeste colleges zijn aan de Technische Universiteit Delft, de klinische begeleide studiegroepen en practica vinden veelal plaats in het LUMC of het Erasmus MC.

De kracht van een klinisch technoloog is dat hij of zij medische en technische kennis samenbrengt waarbij de focus ligt op een directe bijdrage aan het welzijn van de patiënt. Daarom worden de medische en de technische vakken in de opleiding al direct samen gegeven. De vakken staan niet naast elkaar, maar zijn samenhangend ingedeeld in zeven orgaansystemen. Van deze orgaansystemen leer je zowel de geneeskundige principes (anatomie, fysiologie en pathologie) als de relevante technische aspecten (bv. krachten die een spier kan opwekken, werking hartlongmachine en computermodel van de doorbloeding van de hartspier operatierobot). Zo is de werking van het hart en de bloedsomloop gekoppeld aan het vak stromingsleer en is de behandeling van het neurale en zintuiglijke systeem tegelijk met het vak signaaltheorie om de meetsignalen op wiskundige wijze te kunnen beschrijven.

De eerste twee jaar
In de eerste twee jaar van de opleiding Klinische Technologie krijg je een stevige theoretische basis. Het eerste jaar start met twee basisblokken met wiskunde en (systeem)biologie. Ook leer je onderzoeksvaardigheden en laboratoriumtechnieken en leer je problemen volgens de wetenschappelijke aanpak op te lossen. Het grootste deel van het eerste jaar en het begin van het tweede staan de zeven orgaansystemen centraal: spierskeletsysteem, spijsverteringssysteem, neurale en zintuiglijk systeem, cardiovasculair en respiratoir systeem, endocrien systeem, uro-genitale systeem en het bloedvormend en immuunsysteem.

Met deze brede kennis van het menselijk lichaam en de bijbehorende technologie volgt in het tweede jaar de verdieping. Zo komen de fysische principes van technieken, apparatuur en instrumenten (bijvoorbeeld röntgen, EEG-meting) aan bod. Tegelijkertijd wordt de kennis van de pathologie van de orgaansystemen verdiept, waarbij de nadruk ligt op diagnose van de meest voorkomende ziektebeelden en de behandeling daarvan. Centraal staan ook de fysische principes van therapeutische middelen (denk hierbij aan een pacemaker, een heupprothese of beeldgeleide interventies).

De tweede helft van het tweede jaar volgt de vertaling naar de praktijk in de vorm van korte (zorg)stages en ontwerpopdrachten. Deze bestaan onder andere uit het opstellen van een diagnose-, behandel- of combinatieplan voor een specifieke patiëntcasus en meelopen in de kliniek. Vaardigheid op doen in minimaal invasieve technieken in een gesimuleerde omgeving. Ontwerpopdrachten waarbij technologieën slim aan elkaar gekoppeld worden. Ook wordt aandacht besteed aan ethiek en technologiewaardering.

Klik hier voor de modulekaart

Het derde jaar
Het derde jaar begint met een minor van 10 weken, waarin je kunt kiezen voor een minor die binnen de Technische Universiteit Delft, Universiteit Leiden of de Erasmus Universiteit Rotterdam wordt aangeboden of aan een andere universiteit in Nederland of het buitenland. Je kunt deze ruimte ook gebruiken om een schakelminor te volgen als je na je bacheloropleiding interesse hebt in de master Geneeskunde of master Biomedical Engineering.

Je sluit de opleiding af met een klinisch-technologisch eindproject. In dit eindproject ga je in groepen van vier studenten zelfstandig aan de slag in een eigen onderzoeks- of ontwerpproject. Je ontwikkelt een nieuwe oplossing om een diagnose te stellen of behandeling uit te voeren. Dat kan in de vorm van het uitvoeren van een pilotstudie, een vooronderzoek, het maken van een ontwerpverbetering of zelfs een volledig nieuw instrument. Met deze opdracht toon je aan dat je in staat bent om via de wetenschappelijke en verantwoorde weg nieuwe oplossingen te introduceren die kunnen bijdragen aan het herstel van een patiënt.