target menu
... / ... / Cijfers / Sterftecijfers
 

Sterftecijfers

Het Erasmus MC wil zichtbaar beter zijn en heeft transparantie hoog in het vaandel staan. Om de kwaliteit van zorg en gezondheid te meten, gebruiken we relevante, nuttige indicatoren die helpen de kwaliteit verder te verbeteren.

Erasmus MC en Museumpark

Transparantie
Het Erasmus MC is continu bezig om de uitkomsten van zorg en gezondheid te analyseren. Op basis daarvan verbeteren we onze kwaliteit. Wij publiceren kwaliteitsresultaten en uitkomstgetallen die een relevant beeld geven van de kwaliteit van zorg: 'Onze resultaten'.

HSMR en SMR sterftecijfers
Jaarlijks vraagt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) aan alle Nederlandse ziekenhuizen om een gemiddeld sterftecijfer van het gehele ziekenhuis (HSMR). Dit is de ‘Hospital Standardised Mortality Ratio’, een gecorrigeerd ziekenhuissterftecijfer. Dit cijfer geeft aan hoeveel patiënten in een ziekenhuis zijn overleden, gecorrigeerd voor de verwachte sterfte, in verhouding tot de landelijke ziekenhuissterfte in dat jaar. Voorstanders van dit cijfer zien dit als een maat voor kwaliteit van de geboden zorg in een ziekenhuis. Daarnaast dienen ziekenhuizen ook hun SMR sterftecijfers te publiceren (Standardised Mortality Ratio). Een SMR sterftecijfer geeft de verhouding aan tussen het werkelijke aantal sterfgevallen in een ziekenhuis en het te verwachten aantal sterfgevallen, uitgesplitst naar diagnose- en patiëntengroepen. Voor de berekening van de HSMR worden alleen klinische opnames meegenomen die binnen een van de diagnosegroepen vallen. De HSMR is het gemiddelde over alle SMR's.

Bezwaar tegen de HSMR
Het Erasmus MC heeft inhoudelijke bezwaren tegen het HSMR cijfer en vindt het géén relevante indicator om de kwaliteit van zorg te beoordelen. In de huidige methode wordt onvoldoende rekening gehouden met de ernstig zieke, vaak complexe patiënten in een academisch ziekenhuis en wordt vergeleken met minder zieke patiënten met dezelfde diagnose in een algemeen ziekenhuis. Verder wordt er alleen gekeken per ziekenhuisopname en niet naar de sterfte buiten het ziekenhuis. Voor sommige ziekten geldt dat er meerdere opnames nodig zijn en kan de mortaliteit dus niet worden afgemeten aan een enkele opname. Daarnaast verschilt het opname- en ontslagbeleid bij ernstig zieke patiënten erg tussen Nederlandse ziekenhuizen onderling, mede afhankelijk van de beschikbaarheid van palliatieve zorg en hospices, waardoor cijfers onvergelijkbaar worden. Dit is verwoord in publicaties van het Erasmus MC (zie referenties onderaan deze pagina).

Sterfte in 2015
In het jaar 2015 zijn er 37.462 patiënten opgenomen geweest in het Erasmus MC, waarvan er 786 (2.1%) zijn overleden.

HSMR 2015
Het HSMR sterftecijfer publiceren we om aan de wettelijke verplichting te voldoen. Volgens het Erasmus MC is het géén relevante indicator om de kwaliteit van zorg te vergelijken. Het sterftecijfer over 2015 is berekend op basis van het landelijke berekeningsmodel van 2015.
Een HSMR uitkomst van 100 betekent dat de verwachte sterfte gelijk is aan de geobserveerde sterfte. Bij een getal onder de 100 is de sterfte lager dan verwacht, bij een getal boven de 100 is de sterfte hoger dan verwacht. Het HSMR sterftecijfer voor 2015 van het Erasmus MC is 106; het 95%-betrouwbaarheidsinterval is 99 - 114. De HSMR is daarmee vergelijkbaar met het grootste deel van de andere UMC's in Nederland. Deze score is hoger dan het landelijk gemiddelde, maar niet significant. Het Erasmus MC behandelt als universitair medisch centrum binnen iedere diagnosegroep complexere patiënten dan een algemeen ziekenhuis. Ook behandelen wij veel patiënten met een hoog risico die vaak meerdere ziektebeelden tegelijk hebben (co-morbiditeit). Deze patiënten worden veelal door andere ziekenhuizen doorverwezen. Dit wordt gereflecteerd in het HSMR sterftecijfer van het Erasmus MC.

SMR’s 2015
Daarnaast vindt u ook een overzicht (nieuwe SMRS in bijgevoegd PDF pag. 49 – 53) van onze SMR cijfers, onze sterftecijfers in de verschillende diagnosegroepen. eEen aantal SMR's wijken statistisch significant af van het landelijk gemiddelde. Het meest opvallend hierin zijn de hoge SMR’s voor patiënten met intracranieel letsel en crush-letsels of inwendige verwondingen. In deze patiëntengroepen zijn meer patiënten overleden dan het landelijk gemiddelde, gecorrigeerd voor de karakteristieken van de patiëntenpopulatie. De hoge SMR’s voor intracranieel letsel en crush-letsels of inwendige verwondingen zijn te verklaren uit het feit dat het Erasmus MC het Trauma Centrum voor Zuid West Nederland is, waardoor veel zwaar aangedane traumapatiënten uit de gehele regio, waaronder kinderen, in ons ziekenhuis behandeld worden. In de hier weergegeven periode  (2013-2015) werden 207 patiënten opgenomen in het Erasmus MC met intracranieel letsel, waarvan er 48 overleden. Deze uitkomsten zijn vergelijkbaar met de andere traumacentra. De systematiek die op dit moment voor de SMR gehanteerd wordt, corrigeert niet specifiek voor ernst van het trauma. Een patiënt die met een ernstig coma wordt opgenomen heeft in het huidige model hetzelfde berekende risico als iemand zonder coma. Afwijkende SMR's zien we daarnaast voor overige perinatale aandoeningen, overige circulatoire aandoeningen, overige fracturen, overig letsel en aandoeningen door externe oorzaken en hartfalen zonder hypertensie. De eerste 4 zijn verzamelgroepen, "overige", die zich eigenlijk niet landelijk laten vergelijken en waarbij het om erg kleine aantallen gaat. De groep patiënten met "hartfalen zonder hypertensie" (205 opnames waarvan 26 overleden zijn) is in ons ziekenhuis er een met over het algemeen erg complexe afwijkingen met meerdere nevendiagnosen, en de opnames zijn vaak verwijzingen vanuit andere ziekenhuizen. Regelmatig betreft het hier pre-harttransplantatie patiënten. Ook deze groep past niet goed in het huidige risicomodel. Daarnaast wijken ook de SMR’s voor prematuriteit; laag geboortegewicht en intra-uteriene hypoxie, perinatale asfyxie en geelzucht af. Erasmus MC-Sophia is een grote neonatale intensive care met relatief veel extreem-prematuur geboren neonaten. Zoals bij de andere NICU’s zullen daardoor de cijfers afwijken van het landelijk gemiddelde. Bovendien is het Erasmus MC-Sophia evenals het Radboud UMC een centrum voor neonatale ECMO. De afwijkende SMR voor acute cerebrovasculaire aandoening kan verklaard worden door een gerandomiseerde studie bij herseninfarct patiënten die deels in 2014 en 2015 uitgevoerd werd in het Erasmus MC. In deze studie werden herseninfarctpatiënten, die over het algemeen zwaarder aangedaan waren en in aanmerking kwamen voor intra-arteriële trombectomie, verplaatst naar het Erasmus MC om deel te nemen aan de studie. Ook hier geldt wederom dat bij de berekening van de SMR niet gecorrigeerd werd voor de ernst van de aandoening.

Referenties:
1 Pouw ME, Peelen LM, Moons KG, Kalkman CJ, Lingsma HF. Including post-discharge mortality in calculation of hospital standardised mortality ratios: retrospective analysis of hospital episode statistics. BMJ 2013; 347: f5913.
2 Gestel YR van, Lemmens VE, Lingsma HF, de H, I, Rutten HJ, Coebergh JW. The hospital standardized mortality ratio fallacy: a narrative review. Med Care 2012; 50(8): 662-667.