target menu
... / ... / Feiten en cijfers / Financiering
 

Financiering

De financiering van de kerntaak patiëntenzorg is strikt gescheiden van de kerntaken onderzoek én onderwijs.

Patiëntenzorg
Het Erasmus MC declareert de gemaakte kosten voor het verlenen van patiëntenzorg bij de zorgverzekeraars. Dit gebeurt op basis van DBC’s. Een DBC is een diagnosebehandelingcombinatie: een administratieve code die de zorgvraag (diagnose) en totale behandeling weergeeft. Aan elke DBC hangt een eigen 'prijskaartje'. Een deel van deze DBC’s is vrij onderhandelbaar tussen ziekenhuis en zorgverzekeraar qua prijs, volume en kwaliteit. Voor het overige deel maakt het ziekenhuis afspraken met de gezamenlijke verzekeraars over de maximale omvang van de declaraties.

Verder ontvangt het Erasmus MC een subsidie voor de bekostiging van de topreferente zorg en voor activiteiten die geschaard kunnen worden onder de noemer ontwikkeling & innovatie. Dit is de academische component. 

Voor haar activiteiten op het gebied van medisch wetenschappelijk onderzoek en onderwijs in relatie tot de patiëntenzorg, de zogenoemde werkplaatsfunctie, krijgt het Erasmus MC een rijksbijdrage van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OC&W).

Onderzoek en onderwijs
De financiering van de kerntaken onderzoek en onderwijs kent vier geldstromen:

1. De eerste geldstroom bestaat uit de rijksbijdrage van het ministerie van OC&W. Hieruit worden onder andere de opleiding tot basisarts, de research masteropleidingen, een deel van het wetenschappelijk onderzoek en de centrale (ondersteunende) diensten gefinancierd. De toekenning van deze rijksbijdrage verloopt via de Erasmus Universiteit. Het geld dat als eerste geldstroom binnenkomt, wordt aan de hand van een verdeelmodel toegewezen aan de afdelingen.

2.  De tweede geldstroom  is projectgebonden financiering, afkomstig van de Europese Unie en collectebusfondsen.

3.
 De derde geldstroom komt van zelfstandige publieke organisaties als NWO en wordt rechtstreeks uitgekeerd aan het Erasmus MC ten behoeve van onderzoekers, onderzoeksprojecten en onderzoeksprogramma’s.

4.
 Bedrijfsleven en onderzoekssubsidies van overheid en stichtingen leveren de vierde geldstroom.