target menu
... / Perskamer / Veel gestelde vragen H5N1 vogelgriepvirus
 

Veel gestelde vragen H5N1 vogelgriepvirus

Griepvirus experts, waaronder virologen van het Erasmus MC, hervatten hun onderzoek naar de overdracht van het H5N1 vogelgriepvirus. Na een jaar komt er een einde aan de onderzoekspauze die aanvankelijk maar 60 dagen zou duren. Hieronder antwoorden op de meestgestelde vragen over het onderzoek en de ingelaste pauze.

Waar ging het onderzoek met H5N1 ook al weer over?

Virologen van het Erasmus MC en de Universiteit van Wisconsin deden in 2011 een belangrijke ontdekking. Ze ontdekten dat het H5N1 vogelgriepvirus zich zo kan veranderen dat het zich via de lucht kan verplaatsen tussen zoogdieren, en dus mogelijk ook tussen mensen. Slechts 5 mutaties kunnen genoeg zijn om het H5N1 virus overdraagbaar te maken via de lucht. De onderzoekers ontdekten nieuwe mutaties die te maken hebben met deze verspreiding van het virus.

Waarom deden ze dat onderzoek eigenlijk?

De virologen wilden weten of en hoe vogelgriepvirussen zich via de lucht tussen zoogdieren kunnen gaan verspreiden. Er is namelijk weinig bekend over de manier waarop deze virussen zich aanpassen aan zoogdieren en tussen mensen overdraagbaar worden via hoesten, niesen, ademhalen, spreken of indirect contact. De onderzoekers hebben voor hun onderzoek het H5N1 vogelgriepvirus genomen omdat werd gedacht dat dit vogelgriepvirus zich niet via de lucht tussen zoogdieren zou kunnen verspreiden en dus geen serieuze bedreiging was voor de volksgezondheid. Door juist dit virus te gebruiken, zouden de onderzoekers twee vliegen in één klap kunnen slaan. Ze zouden èn de kennis over overdraagbaarheid van virussen vergroten èn beter kunnen inschatten of en wanneer het risico op een vogelgrieppandemie groter wordt.

Waarom is dit onderzoek belangrijk voor de volksgezondheid?

Nu is aangetoond dat het H5N1 virus overdraagbaar kan worden tussen zoogdieren, kunnen overheden worden opgeroepen om uitbraken bij pluimvee met urgentie tot stilstand brengen. Met de gegevens van het onderzoek is het bovendien mogelijk om met surveillanceprogramma’s uitbraken te identificeren waarbij de kans op het ontstaan van overdraagbare virussen het grootst is, en hier extra maatregelen te treffen. Het belangrijkste voordeel voor de volksgezondheid is dat op deze manier het ontstaan van een mogelijke pandemie kan worden voorkomen. Daarnaast kunnen de onderzoekers beter beoordelen of bestaande vaccins en medicijnen werkzaam zijn tegen het overdraagbare vogelgriepvirus. Ze hebben immers een virus beschikbaar waarop ze dat kunnen testen.

Er ontstond veel ophef over het onderzoek, was dat terecht?

In sommige landen, zoals de Verenigde Staten ontstond ophef toen bekend werd dat onderzoekers een virus hadden gemaakt dat overdraagbaar was tussen zoogdieren. Instanties zoals de Amerikaanse biologische Veiligheidsraad (NSABB) wilden aanvankelijk niet dat de onderzoekers hun ontdekking zouden publiceren in een wetenschappelijk tijdschrift. Ze vreesden dat slechteriken een recept in handen zouden krijgen om het virus na te maken.
Virologen van het Erasmus MC en veel andere deskundigen vonden de ophef onterecht. De onderzoekers hadden in hun laboratorium geen wijzigingen aangebracht in het virus, die niet in de natuur zelf ook zouden kunnen ontstaan. Bovendien verspreidde het virus zich niet gemakkelijk via de lucht en was het niet dodelijk. Kwaadwillenden zouden er dus niet veel mee kunnen uithalen.

De onderzoekers wilden per se publiceren, waarom?

Door middel van een publicatie in een wetenschappelijk tijdschrift konden de gegevens snel gedeeld worden met andere deskundigen waardoor verder onderzoek en goede surveillanceprogramma’s mogelijk werden gemaakt. De tegenstanders van publicatie zagen later gelukkig in dat het virus niet zo gevaarlijk was als ze aanvankelijk dachten en vonden dat de voordelen van publicatie groter waren dan de eventuele nadelen. Het onderzoek kon daardoor in juni 2012 toch volledig worden gepubliceerd in Science .
.

Waarom werd een pauze van het onderzoek ingesteld?

Midden in de periode van ophef, eind januari vorig jaar, besloten de onderzoekers vrijwillig een pauze in te lassen van 60 dagen. Dat hield in dat ze in die periode geen onderzoek zouden doen met de door hen ontwikkelde virussen. Deze rustperiode werd ingelast om nationale en internationale overheden de tijd te geven om na te gaan of de bestaande wet- en regelgeving en de naleving daarvan voldoende is om de veiligheid voor mens en milieu te waarborgen.

Het is nu een jaar later, waarom heeft de pauze zo lang geduurd?

In februari vorig jaar heeft de wereldgezondheidsorganisatie (WHO) de onderzoekers gevraagd de onderzoekspauze te verlengen. De WHO raadde aan het onderzoek pas weer te starten als de voordelen van de studie voor de volksgezondheid goed waren gecommuniceerd met de buitenwereld en de verantwoordelijke autoriteiten overtuigd waren dat het onderzoek veilig kon worden voortgezet.

Is aan die voorwaarden voldaan?

Ja. Nadat het onderzoek is gepubliceerd, hebben de onderzoekers alle details van hun studie gedeeld en besproken met de buitenwereld. Ze hebben burgers en deskundigen uitleg gegeven via de media, congressen, overleggen ed. De autoriteiten van landen waar onderzoek gedaan wordt naar overdracht van H5N1 vogelgriepvirus hebben advies ingewonnen op het gebied van bioveiligheid, zodat ze het onderzoek veilig kunnen doen. In de Verenigde Staten moeten onderzoekers nog even wachten met het hervatten van het onderzoek totdat het formele besluit naar aanleiding van de adviezen daar is genomen.

Waarom is verder onderzoek met H5N1 nodig?

Door precies te weten hoe vogelgriepvirussen zich aanpassen aan zoodieren en zich via de lucht verspreiden, kunnen pandemieën in de toekomst mogelijk worden voorkomen. De onderzoekers hebben met hun onderzoek dit geheim al een beetje ontrafeld, maar moeten verder onderzoek doen. Ze willen verder onderzoek doen naar de biologische eigenschappen in relatie tot elk van de gevonden mutaties. Wat de recent gevonden mutaties bijdragen is nog onduidelijk. De onderzoekers willen ook graag weten of de gevonden mutaties ook andere (vogel)griepvirussen via de lucht overdraagbaar maken. Verder willen ze weten hoe gemakkelijk deze mutaties optreden in de natuur. Daarvoor zijn extra surveillance studies nodig bij zoogdieren, waaronder mensen. En als laatste willen ze onderzoek doen naar de effectiviteit van vaccins en medicijnen, voor het geval pandemieën in de toekomst niet voorkomen kunnen worden.