target menu
... / ... / ... / ... / Aandoeningen / Obstructieve slaap apneu
 

Obstructieve slaap apneu

Obstructieve slaap apneus (OSA) betekent ademhalingsproblemen tijdens de slaap, waarbij de ademhaling moeizaam gaat of zelfs tijdelijk stopt. Typische kenmerken waaraan het obstructief slaap apneu syndroom te herkennen is zijn snurken, moeite doen om te ademen of tijdelijk stoppen met ademen tijdens de slaap. Dit gaat vaak gepaard met heftig transpireren, onrustige slaap of bedplassen. Overdag kan er sprake zijn van vermoeidheid en verminderde schoolprestaties doordat het slaappatroon verstoord is. De klachten kunnen toenemen tijdens een periode van verkoudheid.
  
Obstructieve slaap apneus ontstaan door een vernauwing van de luchtweg. Het komt voor bij bijna 70% van de kinderen met het syndroom van Crouzon, Pfeiffer of Apert die een achterblijvende groei van de bovenkaak hebben. Dit komt door ruimtegebrek van het bovenste deel van de luchtwegen. Ook grote neus- en keelamandelen kunnen de luchtweg verder belemmeren. Bovendien zakt de tong tijdens de slaap wat naar achteren, waardoor de vernauwing nog verder toeneemt. De klachten beginnen meestal in het eerste levensjaar en kunnen variëren in ernst gedurende de jaren. Om die reden moet er bij herhaling een slaapstudie worden gedaan om de aanwezigheid en ernst van OSA vast te stellen.

Door de belemmering van de ademhaling daalt het zuurstofgehalte in het bloed en door de verstoring van het slaappatroon verliest het kind veel energie. Als het obstructief slaap apneu syndroom lang bestaat zonder dat het opgemerkt wordt, kan dit onder andere leiden tot verminderd zien, achter blijven in groei, grotere belasting van het hart en verhoogde hersendruk. 
 
Drie vragen zijn belangrijk bij de beoordeling of uw kind obstructieve slaap apneus heeft:

  1. Heeft uw kind moeilijkheden met ademen tijdens de slaap (ziet u dat uw kind zichtbaar moeite moet doen om adem te halen)?
  2. Stopt uw kind wel eens met ademen tijdens de slaap (de ademhaling stokt enkele malen per uur gedurende enkele seconden, de ademweg is dan geblokkeerd, waarna de ademhaling met een grote haal weer terugkomt)?
  3. Snurkt uw kind tijdens de slaap?

   
Aan de hand van deze vragen wordt bepaalt of er verder onderzoek gedaan moet worden. Dit onderzoek bestaat uit een slaapmeting waarbij de ademhaling, de hartslag en het zuurstofgehalte in het bloed gedurende een nacht in de gaten gehouden worden. Deze meting kan thuis of in het ziekenhuis plaatsvinden. Hiermee kan het syndroom en de ernst ervan vastgesteld worden. Als er sprake is van OSAS, wordt gezocht naar de oorzaak. De KNO-arts wordt gevraagd om de keel- en neusamandelen te beoordelen.  

De behandeling is afhankelijk van de oorzaak. De volgende behandelingen zijn mogelijk:

  • medicijnen (neusspoelen, neusspray),
  • verwijderen van de keel- en neusamandelen,
  • zuurstoftherapie, neuskapbeademing (uw kind krijgt een neus- of mondmasker op gedurende de nacht)
  • een operatie om de bovenkaak naar voren te plaatsen (le Fort III of een monobloc).

    
Na elke behandeling zal de slaapmeting herhaald worden om het effect te beoordelen. In de ernstigste gevallen kan het nodig zijn om een buisje te plaatsen in de luchtpijn, een zogenaamde tracheacanule.