Incontinentie voor urine
Als uw kind de plas niet kan ophouden (urineverlies).
Bij spelen urine verliest, natte broeken heeft of in bed plast, spreken we van urine-incontinentie. Dit komt vaker voor dan menigeen denkt. Vanaf de leeftijd van 5 jaar komt incontinentie voor urine nog voor bij 9% van de kinderen.
Het urineverlies kan varieren van druppeltjes tot volledige plassen en hoeft ook niet altijd op te treden. Soms zijn kinderen dagen droog om vervolgens weer nat te worden. Ook kunnen kinderen ’s nachts droog zijn terwijl ze overdag in hun broek plassen.
Incontinentie voor urine kan erg vervelend zijn. Uw kind kan zich schamen voor de natte plekken in de kleding. Soms ruiken anderen de urinegeur en vaak durven kinderen niet uit logeren te gaan.
Wanneer uw kind nog nat is, rijst altijd de vraag of er sprake is van aangeboren afwijkingen van blaas en/of sluitspier.
Meestal is dat echter niet het geval.Vaak is er wel sprake van een zgn. overactieve blaas waarbij de blaasspier onwillekeurige krampbewegingen vertoont met urineverlies tot gevolg. Soms plassen kinderen niet goed uit als zij onvoldoende ontspannen tijdens het plassen waardoor urine achterblijft in de blaas.
Veel kinderen die nat zijn blijken ook vaak verstopping te hebben. Natte kinderen drinken vaak te weinig waardoor de ontlasting indikt en er moeilijker uitkomt. Ook kunnen volle darmen tegen de blaas drukken waardoor deze minder goed kan werken.
Wat kan de kinderuroloog doen?
Het allerbelangrijkste is het bijhouden van een plasdagboekje gedurende 3 dagen. Hierbij moeten het tijdstip van plassen en de geloosde hoeveelheid urine worden genoteerd. Ook noteert u wanneer het kind nat is. De kinderuroloog krijgt zo een indruk over de werking van de blaas en hoe uw kind met de blaas omgaat. Ook wordt veelal een flowmetrie gedaan: een urinestraalmeting waarbij het kind op een speciaal toilet plast zodat de straal wordt gemeten. Ook krijgen de meeste kinderen een echo onderzoek waarbij gekeken wordt naar de nieren de blaas voor en na het plassen.
Een enkele keer wordt speciaal onderzoek gedaan zoals het urodynamisch onderzoek ( blaasdrukmeting) of een kijkonderzoek in de blaas ( cystoscopie).
De behandeling bestaat uit verschillende dingen. Uitleg over plasfrequentie en plashouding helpen al vaak. Ook kunnen medicijnen gegeven worden vooral bij een overactieve blaas. Bij kinderen ouder dan 6-7 jaar kan een blaastraining helpen. Deze training wordt gegeven door een kinderbekkenfysiotherapeute en een incontinentieverpleegkundige ( KITS= KinderIncontinentieTraining Sophia).
Wanneer er sprake is van verstopping krijgt uw kind ook een laxeermiddel.
Meer informatie over bedplassen: www. bedplassen.org