Naar topnavigatiemenu Naar hoofdnavigatiemenu Naar hoofdinhoud
Patiëntenfolder

Diep Veneuze Trombose (DVT)

Download PDF

Wat is trombose?

Bij trombose raakt een bloedvat verstopt door een bloedstolsel. Hierdoor stroomt het bloed niet meer goed door. Trombose kan ontstaan in een ader (vene) of slagader (arterie).

Trombose in een ader

Aders zijn bloedvaten die het bloed vanuit het lichaam weer terug naar het hart brengen. Aders hebben een dunne wand en kleppen, die ervoor zorgen dat het bloed niet de verkeerde kant op kan stromen.

ader (vene)

Als trombose een ader (vene) afsluit, noemen we dat veneuze trombose. Deze trombose zit meestal in het been, maar kan ook op andere plaatsen zoals de arm of de buikholte ontstaan. Als het stolsel afbreekt, komt het vast te zitten in de kleine vaatjes in de longen. Het kan ook ontstaan in de ader van de long. Dit noemen we een longembolie (LE). Trombose in de grote, diep gelegen aders in bijvoorbeeld de benen noemen we diep veneuze trombose (DVT).

Een trombose in een oppervlakkig kleiner bloedvat wordt tromboflebitis genoemd. Daarbij is de kans dat een stukje van het stolsel losraakt en in de long terecht komt veel kleiner, waardoor dit minder gevaarlijk is.

Trombose in een slagader

Slagaders zijn bloedvaten die het bloed vanuit het hart naar het hele lichaam brengen. Deze slagaders hebben een dikke, elastische wand. In de slagaders stroomt het bloed snel.

Slagader arterie

Als een trombose een slagader (arterie) afsluit noemen we dit arteriële trombose. Hierdoor kan bijvoorbeeld een hartinfarct of beroerte (herseninfarct) ontstaan. De oorzaken en behandeling van een trombose in de slagaderen zijn deels anders dan bij een trombose in een ader. Een arteriële trombose kan ook niet ontstaan uit een veneuze trombose. Deze folder gaat over trombose in de ader (veneuze trombose).

Hoe ontstaat veneuze trombose?

Bij trombose is het systeem van stolling uit balans. In ons bloed zitten stoffen die ervoor zorgen dat uw bloed stolt bij een wondje. Zo maakt het lichaam een stolsel aan, waardoor het bloeden stopt. Als het bloeden is gestopt, wordt het stolsel ook weer afgebroken. Bij trombose is dit systeem uit balans, waardoor er stolsels worden gevormd op plekken waar dit niet nodig is.

trombose in een ader

Oorzaken van veneuze trombose

Het komt regelmatig voor dat er géén directe oorzaak aan te wijzen is. Risicofactoren waarvan bekend is dat deze de kans op trombose vergroten zijn:
  • Vertraagde bloedstroom door langdurige immobilisatie, bijvoorbeeld door:
    • Ernstige ziekte of langdurige bedrust / immobilisatie
    • (Na een) Ziekenhuisopname
    • Na een operatie
    • Arm of been in het gips
    • Lange vliegreizen (>6 uur)
  • Overgewicht
  • Hormoongebruik (vrouwelijke geslachtshormonen)
    • Zwangerschap
    • Kraambed
    • Anticonceptie pil
    • Hormoon behandelingen
  • Hogere leeftijd
  • Bepaalde medicatie
  • Eerder doorgemaakte trombose
  • Erfelijkheid
  • Aandoeningen die een verhoogde stollingsneiging geven, zoals kanker, behandeling voor kanker, of auto-immuunziekten
Soms zal uw arts onderzoek laten doen naar onderliggende ziekten die de trombose kunnen veroorzaken. Meestal gebeurt dit in de vorm van bloedonderzoek of bijvoorbeeld een foto van de longen.

Klachten van veneuze trombose

Trombosebeen / arm:
  • Zwelling van het been of arm
  • Zwaar of pijnlijk gevoel in het been of arm
  • Rood/paarsachtige verkleuring van het been
  • Strakgespannen huis van uw been: rood/glanzend met gestuwde oppervlakkige aderen
  • In sommige gevallen zijn er geen klachten.
Longembolie:
  • Benauwd gevoel
  • Pijn op de borst, vast aan de ademhaling
  • Hoesten
  • Ophoesten van bloed
  • Versnelde ademhaling
  • Verhoogde hartslag
  • Zweten
  • Licht gevoel in uw hoofd
  • In sommige gevallen zijn er geen klachten

Behandeling veneuze trombose

Trombose wordt meestal behandeld met antistollingsmedicijnen (‘bloedverdunners’). Bij DVT gebeurt dit in combinatie met elastische compressiekousen en/of zwachtelen vooraf. Het type en de duur van de behandeling is afhankelijk van de oorzaak. Er zijn verschillende soorten antistollingsmiddelen.

Uitgebreide informatie over antistollingsmedicatie vindt u in de folder Antistollingsmedicijnen hyperlink

De duur van de behandeling met antistollingsmedicatie is afhankelijk van het risico op een nieuwe trombose en bloedingsrisico. Uw arts of verpleegkundig specialist zal hierover met u in gesprek gaan.

Compressiekousen

Zodra de trombose in uw been is vastgesteld, krijgt u een tijdelijke steunkous of tubigrip, of wordt uw been gezwachteld. Als uw been nagenoeg niet meer gezwollen is, kan een ‘echte’ steunkous worden aangemeten bij een bandagist.

Omdat pijnklachten vooral in de onderbenen optreden na een trombosebeen, wordt geadviseerd een compressiekous tot onder de knie aan te laten meten, ook als de trombose zelf hogerop zit. Een kous die tot aan de lies aangemeten wordt kan juist knellend werken in de knieholte.

Gevolgen van een DVT: Post-trombotisch syndroom (PTS)

Een compressiekous wordt aangeraden om pijnklachten op de langere termijn te voorkomen. Soms ontstaat na een trombose een zogeheten post-trombotisch syndroom (PTS), waarbij mensen langdurig klachten houden, zoals:
  • Vermoeid of zwaar gevoel in de benen
  • Pijnklachten
  • Gezwollen been
  • Slecht genezende wondjes
Wat kunt u zelf doen om een PTS te voorkomen?
  • Voorkom langdurig stilstaan.
  • Zorg voor voldoende beweging (lopen, fietsen, zwemmen)
  • Draag trouw uw compressiekous
  • Voorkom overgewicht.
  • Vermijd knellende kledingstukken
  • Leg de benen omhoog bij langdurig zitten


Nacontrole


Hoe lang u geadviseerd wordt de compressiekous te blijven dragen hangt af van de ernst van uw klachten na 6 maanden.
  • Bij mensen die dan nauwelijks klachten hebben volstaat het dragen van de steunkous voor 6 maanden.
  • Bij mensen die nog klachten hebben wordt geadviseerd de kous minstens 2 jaar te blijven dragen.

Overige maatregelen

Er zijn geen beperkingen betreft bewegen en inspanningen. U mag op geleide van de klachten, uw activiteiten hervatten. Het is verstandig hierbij goed naar uw lichaam te luisteren en de activiteiten stapsgewijs uit te breiden.
  • Vermijd langdurig stilzitten of stilstaan.
  • Beweeg minimaal dertig minuten per dag.
  • Stop nooit zomaar met uw medicijnen tegen trombose (bloedverdunners) zonder overleg met de arts, ook niet als het recept op is; vraag dan gelijk een nieuw recept aan.
  • Leef zo gezond mogelijk. Zorg voor een gezond gewicht, gezonde voeding en voldoende beweging en probeer als u rookt hiermee te stoppen

Contact

Met vragen naar aanleiding van deze folder kunt u terecht bij uw behandelend arts of verpleegkundig specialist.