Naar topnavigatiemenu Naar hoofdnavigatiemenu Naar hoofdinhoud
Patiëntenfolder

Embolisatie vena ovarica

Dichtmaken van spataderen in het bekken

Bij een embolisatie van de vena ovarica maken we een ader in uw bekken dicht. Dit doen we omdat deze ader waarschijnlijk een spatader is en u hier klachten van heeft. Hier leest u wat de behandeling precies is, hoe u zich kunt voorbereiden en wat u kunt verwachten tijdens en na de behandeling.

Download PDF

Over de behandeling

Wat is de vena ovarica?

De vena ovarica is een ader in uw bekken. Deze vervoert bloed uit de eierstok weer terug naar het grote bloedvatsysteem. Net als in andere aderen kan ook deze ader een spatader worden. Dit betekent dat de ader wijder en kronkeliger wordt, waardoor het bloed minder goed wegstroomt. Dit kan pijn of een zwaar gevoel in de onderbuik geven. We denken dat u misschien een spatader heeft in de onderbuik.

Wat is een embolisatie?

Bij een embolisatie maken we het bloedvat dicht. Hierdoor stopt de bloedstroom in dat vat. Zo kunnen uw klachten minder worden of verdwijnen.

Wat gaan we doen?

Bij deze behandeling brengen we een dun slangetje (katheter) via een bloedvat naar de spatader in het bekken. Dit gebeurt meestal via de hals of de lies. Daarna maken we röntgenfoto’s met contrastvloeistof om de aders goed te kunnen zien. Daarna maken we de ader dicht.

Voorbereiding

Eten en drinken
Op de dag van het onderzoek mag u alleen:
  • Als het onderzoek ‘s ochtends is: een kopje thee met een beschuitje.
  • Als het onderzoek ‘s middags is: een ontbijt en een lichte lunch.

Voor vrouwen (zwangerschap en borstvoeding)
Röntgenonderzoek kan beter niet worden gedaan als (de kans bestaat dat) u zwanger bent. Bij twijfel moet het onderzoek binnen 10 dagen na de eerste dag van de menstruatie plaatsvinden. Verander zo nodig uw afspraak.

Tijdens de behandeling wordt (jodiumhoudend) contrastmiddel toegediend. Zeer kleine hoeveelheden kunnen in de moedermelk komen, maar deze kleine hoeveelheden worden niet opgenomen door het maagdarmkanaal van de baby. U kunt daarom borstvoeding blijven geven. Wilt u blootstelling helemaal voorkomen, stop dan na de toediening van het contrastmiddel 24 uur met het geven van borstvoeding.

Contrastvloeistof
In de contrastvloeistof zit jodium. Jodium kan een allergische reactie veroorzaken bij mensen die hiervoor overgevoelig zijn. Bent u overgevoelig voor jodium? Bespreek dit dan met uw behandelend specialist. De behandelend specialist zal u vertellen of voorbereiding met medicatie nodig zal zijn. Wilt u het ook voor het onderzoek of de behandeling zeggen tegen de laborant(e) of radioloog?

Bloedverdunners
Als u bloedverdunnende middelen gebruikt (bijvoorbeeld Marcoumar of Sintrom), kan het zijn dat u hiermee tijdelijk moet stoppen. Vertel het uw arts als u deze middelen gebruikt.

Kleding
Het onderzoek of de behandeling vindt plaats in een steriele omgeving. Daarom moet u in schone (gewassen) kleding naar de onderzoekskamer komen. Ook is het handig als de kleding comfortabel en niet te strak zit. Soms krijgt u op de afdeling een operatiehemd aan van de verpleegkundigen.

Opname
Uw behandelend arts heeft u verteld dat u voor dit onderzoek wordt opgenomen. Meestal duurt de opname één (dagbehandeling) of twee dagen (1 nachtje opgenomen blijven). Op de verpleegafdeling leggen we een infuus aan en nemen we soms uw bloed af om uw stollingswaarden en nierfunctie te bepalen en te controleren.

Tijdstip van het onderzoek of de behandeling
De duur van het onderzoek of behandeling wisselt erg. We kunnen daarom niet aangeven hoe lang het onderzoek of de behandeling gaat duren of wanneer u klaar zal zijn. Ook krijgen we vaak aanmeldingen voor spoedprocedures. Het kan daarom voorkomen dat uw afspraak wordt uitgesteld. Meestal stellen we uw behandeling uit naar een later tijdstip op dezelfde dag, maar in zeldzame gevallen moeten we uw onderzoek of behandeling uitstellen naar een andere dag. Als dit het geval is, geven we u hier zo snel mogelijk meer informatie over.

Toilet
Ga voor de behandeling nog even naar het toilet op de verpleegafdeling. Tijdens de behandeling is dit erg lastig.


Tijdens de behandeling

Arts-assistenten
Het Erasmus MC is een universitair medisch centrum, waarin personeel wordt opgeleid. Het kan daarom voorkomen dat het onderzoek of de behandeling uitgevoerd wordt door één van onze arts-assistenten, gesuperviseerd door een staf-arts. Ook kan het voorkomen dat de arts die het onderzoek of de behandeling van tevoren met u heeft doorgesproken niet degene is die het onderzoek of de behandeling uitvoert.

Bloedvat aanprikken
Voor deze behandeling moeten we een bloedvat aanprikken. Meestal gebeurt dit in uw hals, soms in uw lies.

De laborant maakt eerst de huid op die plek schoon met alcohol. Daarna krijgt u steriele doeken over u heen. Zo verkleinen we de kans op een infectie.

De interventieradioloog verdooft de plek waar het bloedvat wordt aangeprikt. Daarna prikt de arts het bloedvat aan om er een tijdelijke buisje in te plaatsen. Dit buisje blijft tijdens de hele behandeling zitten. Via dit buisje brengen we een dun slangetje naar de ader in uw buik: de vena ovarica.

Foto’s maken
Om te kijken of het slangetje goed zit, maken we foto’s tijdens de behandeling. Hiervoor spuiten we contrastvloeistof in.

U kunt dan een warm gevoel krijgen in uw onderbuik, of het gevoel dat u moet plassen. Dit gevoel gaat snel weer weg.

Het is belangrijk dat u tijdens de foto’s goed stil blijft liggen. Soms vragen we u om even uw adem in te houden of te persen. De laborant legt dit van tevoren aan u uit.

Na het maken van de foto’s bekijken we ze meteen.

Dichtmaken bloedvaten
Als we een spatader zien, maken we die dicht met kleine metalen draadjes. Die draadjes noemen we coils. Soms gebruiken we ook een speciaal schuim met medicijnen. Dit schuim zorgt ervoor dat het bloedvat aan elkaar plakt en langzaam verschrompelt.

We behandelen meestal meerdere aders tijdens de procedure. U kunt dan wat pijn voelen op de plek waar de ader zit die we hebben behandeld.

Na afloop
Als de behandeling klaar is, halen we het slangetje en het buisje uit uw bloedvat. We drukken daarna het gaatje in de ader nog een paar minuten af.

De uitslag
De radioloog kan de uitslag meestal niet gelijk geven. Later op de dag bekijken we de foto's. Daarna maakt de radioloog een verslag voor uw behandelend arts. Hij of zij bespreekt de uitslag met u.

Duur van de behandeling
De behandeling duurt ongeveer 1 tot 2 uur.

Na de behandeling

Nazorg en controles
Na het onderzoek wordt u weer teruggebracht naar de verpleegafdeling. Om de kans op nabloedingen zo klein mogelijk te houden, moet u 1 uur bedrust houden als u weer op uw kamer bent. Als u in de lies aangeprikt bent, moet u platte bedrust houden. Dit betekent dat uw hoofdeinde helemaal plat moet blijven. De verpleging controleert uw lies of hals, bloeddruk en polsslag.

Eten en drinken
U mag na het onderzoek, in overleg met uw afdelingsarts, weer gewoon eten en drinken. Het is belangrijk dat u 48 uur na de contrasttoediening veel drinkt, om de contrastvloeistof zo snel mogelijk uit te plassen.

Naar huis
Als u alleen bent opgenomen voor de behandeling op de radiologie, mag u meestal dezelfde of de volgende dag weer naar huis. Een afspraak voor uw eerstvolgende polikliniekbezoek krijgt u thuisgestuurd.

Leefregels
Het is belangrijk dat u de eerste 24 uur rustig aan doet. U mag geen zware dingen tillen, niet sporten en niet veel traplopen.

Bijwerkingen en complicaties

Onderzoeken waarbij katheters in de bloedvaten worden gebracht, verlopen meestal zonder problemen. Een enkele keer treden er bijwerkingen op, zoals een infectie of bloeduitstorting op de plaats waar het tijdelijke buisje werd ingebracht.

Complicaties

Een onderzoek of behandeling brengt altijd risico’s met zich mee. Maar het team wat de behandeling uitvoert, is gespecialiseerd in het voorkomen van complicaties. De volgende complicaties kunnen optreden:
  • Pijn, misselijkheid, lichte koorts 80-90%
  • Bloeduitstorting minder dan 1%
  • Infectie minder dan 1%

Wanneer contact opnemen?

Krijgt u thuis toch last van een complicatie of bijwerking? Belt u dan naar de polikliniek waar u onder behandeling bent. Bij spoed buiten kantooruren belt u naar het algemene nummer van het Erasmus MC.

Contact

  • Algemeen nummer Erasmus MC: (010) 704 0 704
  • Polikliniek Radiologie (van 08:00 – 16:30 uur): (010)704 20 06