Naar topnavigatiemenu Naar hoofdnavigatiemenu Naar hoofdinhoud
bandage
Aandoening

Klein voor de zwangerschapsduur

SGA betekent letterlijk klein voor de zwangerschapsduur (small gestational age). Een SGA-geboren kind heeft een te kleine lengte voor de duur van de zwangerschap.

Over deze aandoening

Wat is het?

Wat is deze aandoening?

Een kind geboren met SGA heeft een te kleine lengte en/of een te laag gewicht voor de duur van de zwangerschap. Een  SGA-geboren kind kan te vroeg, maar ook op tijd worden geboren.

Hoe vaak komt het voor?

Van alle kinderen die in Nederland worden geboren, is 2 - 3% ‘te klein’ bij de geboorte. In deze gevallen spreken artsen van een SGA-geboren of een dysmatuur kind.

De meeste kinderen die bij de geboorte te klein zijn voor de zwangerschapsduur (SGA), gaan na de geboorte harder groeien dan andere kinderen. Meestal hebben ze hun groeiachterstand voor hun tweede verjaardag ingehaald. Ongeveer 10% van de SGA-geboren kinderen blijft te klein.

Wilt u meer informatie over deze aandoening, kijkt u dan op:

Oorzaak

Het is vaak onbekend waarom een kind te klein is bij de geboorte. Er zijn wel een aantal dingen die van invloed kunnen zijn:

1. In de buik van de moeder kan de foetus geen goede omgeving hebben om in te groeien.

2. Een kleine moederkoek (placenta), bijvoorbeeld door verstopte bloedvaten of gedeeltelijke loslating van de moederkoek.

3. Het kind kan een erfelijke of aangeboren aandoening hebben.

Wat wij voor u doen

Onderzoek en diagnose

Om de diagnose SGA te kunnen stellen, zijn de volgende gegevens nodig:

  1. De zwangerschapsduur. Dit kan ook worden gezien als de leeftijd van het kind bij de geboorte.
  2. De lengte van het kind bij de geboorte.
  3. Het gewicht van het kind bij de geboorte.

Vervolgens worden de bovenstaande gegevens van het kind vergeleken met de gegevens van andere pasgeborenen in Nederland. Als eenmaal wordt vastgesteld dat het kind SGA-geboren is, zal het kind regelmatig worden gecontroleerd op lengte en gewicht.

Behandeling

De meeste SGA-geboren kinderen (85 - 90%) halen de groeiachterstand na de geboorte vanzelf in en hebben uiteindelijk een normale lengte. Dit noemen we inhaalgroei. Deze spontane inhaalgroei is bijna altijd in de eerste twee jaar van hun leven.

Bij 10 - 15% van alle SGA-geboren kinderen is er geen of onvoldoende spontane inhaalgroei. Deze kinderen hebben grote kans om tijdens hun kindertijd en ook later als volwassene klein te blijven.

Sommige SGA-geboren kinderen die geen inhaalgroei hebben, kunnen een groeihormoonbehandeling krijgen.

Een kinderarts onderzoekt wel eerst of er naast SGA nog andere oorzaken zijn van de te kleine lengte. Uw behandelend arts zal alles over deze groeihormoonbehandeling uitgebreid met u bespreken op de polikliniek.

wizard_link

Komt u hier voor een eerste bezoek?

Hoe bereidt u uw gesprek voor? En wat vertelt u uw kind? Alles wat u moet weten in een handig overzicht.

Bereid u voor